NTGent, ‘Wie is bang’

Welk kutstuk?

Mag theater nog theater zijn? In een huis waar tegenwoordig vooral producties afgeleverd worden die zich expliciet op de wereld buiten de schouwburg enten, is het geen overbodige vraag. Sinds Milo Rau’s aanstelling lijkt het NTGent immers haar deuren te barricaderen voor klassiek repertoire. Help?

Voer voor polemiek, en wie pent gretiger tegen de geest van de gevestigde orde in dan Tom Lanoye? De authenticiteitsdrang van nieuwe makers krijgt er in ‘Wie is bang’ alleszins van langs, althans uit de mond van een oudere acteur die vanuit zijn ivoren toren elke maatschappelijke voeling is kwijt geraakt. Een verwijzing naar zowel de net geïnstalleerde als de pas afgedankte lichting?

Geen woord nam Lanoye uit Edward Albee’s tekst over. Voor een zoveelste herneming van ‘Who's afraid of Virginia Woolf?’ trekt een acteur een duo met een migratie-achtergrond aan. Dat doet de subsidiekraan nu eenmaal lekker lopen. Tijdens de ontmoeting blijken zijn seksistische en racistische neigingen, een hardnekkig symptoom van verstard elitarisme, helaas onverzoenbaar met het progressieve kunstenaarsgeweld.

Nochtans realiseert de oudere acteur zich dat het toneel zoals zijn generatie het heeft bedreven op sterven na dood is. Toch klampt hij er zich aan vast, net als zijn wederhelft. Zij heeft immers een stuk van zichzelf voor haar vak opgeofferd. Voor haar is theater geen keuze, maar een plicht – een repetitieve wijding van een leven in dienst van het eeuwige, even onontkoombaar als Ravels ‘Bolero’.

‘Wie is bang’ speelt zich af in de coulissen van een schouwburg waar net een opvoering van Albee's klassieker is afgelopen, terwijl de intra-relationele terreur gewoon verder gaat. De analogie is treffend, en toch doet Lanoye veel meer dan louter herschrijven. De transpositie naar het heden laat immers toe om actuele vragen op te werpen.

Is het bijvoorbeeld geoorloofd minderheden via subsidie een plaats te geven op een nog steeds overwegend blanke bühne? Of is dat vernederend? Zo niet, is er een andere manier? Etnisch-culturele verschillen ontkennen, zoals de jongere actrice? Of is dat dan weer een antwoord op de hypertrofe socio-culturele gevoeligheid van haar tegenspeler?

Met amper vier personages brengt Lanoye een maximum aan perspectieven op het toneel. Wanneer een rapper zich veel intuïtiever tot Shakespeare blijkt te verhouden dan zijn van cynisme doordrongen collega, komt het inzicht bovendrijven dat intellectueel erfgoed niet uitsluitend diegenen toebehoort die er zich orthodox toe verhouden.

Meer nog: een kruisbestuiving van de canon met hedendaagse elementen kan niet alleen uitdraaien op een artistieke verrijking, maar is een noodzakelijke geste om een klassieker in zijn hoedanigheid van klassieker te kunnen bevragen. Zo bewijst Lanoye’s adaptatie waarom Albee’s stuk nog altijd niet heeft afgedaan. Of hoe de variatie de oertekst bestendigt.

En de spelers? Zijn die evenwaardig, naar analogie met de wijze waarop Lanoye tegelijk verse én archaïsche ideeën over het theater op de korrel neemt? Nou, nee. Els Dottermans en Han Kerckhoffs spelen Tarikh Janssen en Dilan Yurdakul naar huis. Alleen al de passage waarin Dottermans als grande dame de jonkies doceert hoe het vooral niet moet: het is vakmanschap van de grootste orde.

En misschien is dat het antwoord van de overlevering, de repliek die Lanoye niet tekstueel heeft geformuleerd, maar die regisseur Koen De Sutter toch subtiel heeft kunnen integreren: artistiek ambacht maak je niet zomaar monddood. Zelfs niet met een Manifest.

 

Details Podium
Welk kutstuk?
Regie: Koen De Sutter
Tekst: Tom Lanoye
Dramaturgie: Alex Mallems
Decorontwerp: Stef Stessel
Kostuumontwerp: An De Mol
Lichtontwerp: Dennis Diels
Spel: Els Dottermans, Han Kerckhoffs, Tarikh Janssen, Dilan Yurdakul
Foto's: Lex de Meester
Productie: NTGent
Co-productie: Theaterproductiehuis ZEELANDIA
Location:
NTGent
Datum opvoering:
2019-10-02 00:00:00
Datum premiere:
27/08/2019 u