Kleine Eyolf

Als beelden datgene zeggen waar geen woorden voor zijn

Waarom maakt men tegenwoordig reducties van toneelteksten en literatuur? Al te vaak omdat (dikwijls verkeerdelijk!) wordt aangenomen dat de toeschouwer zich met het oorspronkelijke schrift niet zal kunnen identificeren, vanwege een tempo dat niet overeenstemt met de norm van vandaag of een moraal die achterhaald zou zijn door de tijd. Niet zelden houden ingrepen met dergelijke motieven geen rekening met het abstractievermogen van de toeschouwer of de lezer: kunst hapklaar serveren houdt zowel een onderschatting in van de weldenkende mens als is een blasfemie tegenover de schepper.

Wat regisseuse Susanne Kennedy met Henrik Ibsens 'Kleine Eyolf' doet, is gelukkig van een andere orde. Ze hield slechts bepaalde zinnen uit de oorspronkelijke tekst over en laat deze repetitief terugkeren. Daardoor krijgen ze een bepaalde lading, en dat werkt: wanneer vrouw Rita keer op keer zegt dat ze haar man 'alleen voor zichzelf wil', of vader Alfred steeds opnieuw uitspreekt dat 'de dood van Eyolf wel iets móét betekenen', zegt dat meer over de personages dan duizend dialogen zouden doen.

Het stuk is vernoemd naar Eyolf, die gehandicapt werd nadat hij tijdens een vrijpartij van zijn ouders van tafel viel. In de regie wordt de gruwel van die handicap in de eerste minuten ijzingwekkend overgebracht: Eyolf zit schijnbaar oneindig lang op een houten paard heen en weer te wiegen, te schommelen in de ledigheid. Na deze prelude trekt Kennedy het stuk op gang: ze deelt Ibsens tekst op in 53 fragmenten, die allen achter een doorschijnend doek worden gespeeld. Tussen de scènes in wordt telkens een frase ontleend aan Nietzsches 'Also sprach Zarathustra' geprojecteerd. Op de achterwand zijn dan weer continu abstracte bewegingen te zien: een kloppend hart en projecties die doen denken aan microscopische beelden en röntgenopnames van de mens.

Vertaalt Kennedy de menselijke dissectie die ze op scène toont naar een geneeskundig-anatomisch niveau? Dat is slechts een van de verklaringen die men haar beeldende invulling kan geven. Er is ruimte voor suggestie, maar de grote peilers van de enscenering zijn duidelijk. Het einde, waarin het koppel de dood van Eyolf collectief toch een zin kan geven, past Kennedy in het Nietzsche-verhaal door er 'O Mensch! Gib acht!' bij te halen. Op dat moment is Mahlers 'Misterioso' uit de derde symfonie niet meer ver af en aan de hand van Mahler, die Nietzsches woorden min of meer impliciet in een christelijk kader plaatste, trekt Kennedy de lijn eveneens door naar Christus: net als Eyolf een figuur wiens betekenis zich pas ten volle openbaart in de dood, omdat zijn omgeving hem bij leven nimmer recht kon doen.

Hoewel de 'Also sprach Zarathustra'-citaten vaak wat vergezocht lijken, staart de toeschouwer toch anderhalf uur gebiologeerd naar 'Kleine Eyolf'. Dit omdat Kennedy's visuele nachtmerrie volledig op punt staat: van lichtplan tot projectie zit haar mise-en-scène perfect in elkaar en zelfs de geluidsband, waarin Mahler bijvoorbeeld met reverb te kampen krijgt, bewijst dat deze theatermaakster het metier ondanks haar leeftijd al perfect beheerst.

De overweldigende esthetische kracht van 'Kleine Eyolf' ten spijt, blijft het moeilijk een waarde-oordeel uit te spreken over wat hier met Ibsen gebeurt. Is dit goed theater, of werkelijk grensverleggend? Perfect is Kennedy's bewerking hoe dan ook niet, bloedstollend des te meer. Een voorstelling die een inspanning vereist, maar de geestelijke verruiming en de ontroering die slechts met mondjesmaat wegebben, liegen er niet om ...

Details Podium
Regie: Susanne Kennedy
Auteur: Henrik Ibsen
Bewerking: Susanne Kennedy, Marit Grimstad Eggen
Spel: Marlies Heuer, Vincent Linthorst, Lien Wildemeersch, Dries Vanhegen, Frans Meere, Martje Verhagen, Margriet van der Meijden
Dramaturg: Marit Grimstad Eggen
Foto's: Carli Herms
Productie: NTGent, Het Nationaal Toneel
Location:
Minnemeers Gent
Datum opvoering:
2012-05-23 00:00:00
Datum premiere:
23/05/2012 u

Nieuwsbrief 7/7