Jonathan Franzen – ‘Vrijheid’

Onder de zweem van perfectie

Zelden hebben we zo’n mediahype gezien voor een boek. De marketingjongens achter ‘Vrijheid’, de nieuwe Jonathan Franzen, hebben hun werk fantastisch gedaan. Respect! Franzen schopte het als eerste schrijver in tien jaar tot op de cover van Time Magazine, journalisten vochten om de man te mogen interviewen en recensenten struikelden over elkaar met de meest lyrische commentaren. Zelfs president Barack Obama hielp mee door zijn exemplaar aan te schaffen nog voor het boek eigenlijk verkocht mocht worden. Bij CuttingEdge hebben we de mediastorm even laten overwaaien. Dat maakte het makkelijker om deze vuistdikke roman nuchter te bespreken. En wat blijkt? ‘Vrijheid’ is niet het beste boek van de jonge eeuw, zoals een van onze hysterische collega’s krijste, maar het is wel een ijzersterke roman, die zo naast ‘De correcties’ mag staan.

Met het haast legendarisch geworden ‘De correcties’ zette Franzen zich in 2001 op de literaire kaart. Hoewel het boek voor de gebeurtenissen van 9/11 geschreven was, vatte het wel haarfijn de maatschappelijke ontreddering en het gevoel van stuurloosheid dat Amerika na de aanslagen overviel. Maar meer nog dan door zijn maatschappelijke analyse onderscheidde de roman zich door op chirurgische wijze de delicate mechanismes in een gezin bloot te leggen. In die zin heeft Franzen een decennium later eigenlijk hetzelfde boek geschreven. ‘Vrijheid’ is een satire op hoe het Bush-regime de oorlog in Irak aanpakte. Bovendien verwoordt het op haast visionaire wijze de woede van de (lagere) middenklasse, die zich vandaag de dag in de Tea Party manifesteert. Maar waar Franzen in dit boek werkelijk in excelleert, is het onwaarschijnlijk psychologische inzicht waarmee hij de complexe relaties tussen gezinsleden dissecteert.

Het gezin van dienst zijn de Berglunds uit Minnesota. Vader Walter is een sullige idealist. Hij maakt carrière in een trust die zich inzet voor de bescherming van één welbepaalde vogel: de azuurzanger. Moeder Patty deelt dat engagement niet. Haar wereld is niet groter dan haar gezin. Ze richt zich volledig op haar twee kinderen Jessica en Joey. Vooral Joey is haar oogappel. Wanneer ze ontdekt dat hij een relatie heeft met het buurmeisje, stort Patty’s wereld in.

‘Vrijheid’ start met een beschrijving van het Berglund-gezin en hun buurt. We krijgen het beeld van een schijnbaar saai en smetteloos suburbia. Maar daarna krijgen we Patty’s autobiografie te lezen, die ze op aanraden van haar therapeut schreef. Door op deze ingenieuze manier van perspectief te wisselen laat Franzen ons onder de zweem van perfectie kijken, die het gezin Berglund uitstraalt. Patty gaat terug naar haar jeugd en we zien hoe ze bepaald werd door haar relatie met haar ouders en zussen. En dan is er ook nog Richard, de beste vriend van Walter. Al in hun studentenjaren voelde Patty zich tot deze rockmuzikant aangetrokken. Uiteindelijk koos ze voor Walter, maar de oude vlam is nooit helemaal gedoofd. Nu hypothekeert dat haar huwelijk.

Net als Patty dragen alle personages hun ouders en hun verleden met zich mee. Dat beperkt hen in hun heden. Vrijheid is bij Franzen een illusie en op de enkele ogenblikken in hun leven dat zijn personages toch vrij zijn, gaan ze eraan ten onder. De onverbiddelijke intensiteit waarmee hij dat gegeven uiteenrafelt, doet bijwijlen aan Richard Yates denken. Het verschil met de schrijver van ‘Revolutionary Road’ is dat Franzen de lezer steeds hoop laat. 'Hij was niet langer de iemand die hij altijd gemeend had te zijn, en ook zeker niet de iemand die hij zou hebben gekozen te zijn als hij daartoe de vrijheid had gehad. Maar het had iets bevrijdends, en vertroostends, om nu eindelijk een concreet persoon te zijn in plaats van een serie onderling tegenstrijdige potentiële personen', bedenkt Joey naar het einde van het boek over zichzelf.

Die gedachte overvalt hem net nadat hij door zijn eigen stront heeft zitten dabben op zoek naar een ring die hij eerder had ingeslikt. Het klinkt wansmakelijk, maar het is een hilarische scène uit een roman die vaak ook erg grappig is. Ook al gaat Franzen soms te hard op zoek naar tragikomische situaties, de humor zorgt er wel voor dat ‘Vrijheid’ staat voor 589 pagina’s puur leesplezier. Een Great American Novel kan dus blijkbaar wel toegankelijk zijn voor een groot publiek.

Maar leesplezier, succesvol en ook nog een Amerikaans … dat moest wel slecht vallen bij sommige literaire azijnpissers. En ja, ook in ons taalgebied gaf de aandacht die Franzen kreeg, aanleiding tot bittere stukken over hoe de Angelsaksische literatuur de markt overspoelt. Nu willen wij best geloven dat de mediahype voor ‘Vrijheid’ aandacht wegkaapt van het meesterwerk van die kei-interessante schrijfster uit Oost-Tadzjikistan. Maar dat doet niets af van kwaliteit van deze ijzersterke roman. Bovendien zal de exuberante marketingcampagne er zonder twijfel voor zorgen dat veel mensen voor het eerst in tijden kwalitatief hoogstaande literatuur zullen lezen en daar nog plezier aan beleven ook. Misschien is dat ook wel iets waard?

Nieuwsbrief 7/7