Graspop: de reviews (dag 4)

Het venijn in de staart

Net als je dacht toch nog fris en monter te zijn, kwam de zondagochtend van Graspop eraan om je op andere ideeën te brengen. We hadden al heel veel goeie concerten op drie dagen tijd gezien, en toch haakten we nog niet af, want er stond nog zoveel moois op het menu van de laatste Graspopdag.

Dat Pro Pain (***) op het hoofdpodium speelde bijvoorbeeld, terwijl zowel de zon als de massa binnendruppelden. Als Pro Pain een uurtje later op de affiche had gestaan was de wei één grote moshpit geweest. Nu speelden de heren de aangenaamste opwarmer van de vier dagen.

Tyr (**)  mocht dan weer wél voor een goed gevulde Marquee opdraven. Was het materiaalmoeheid die de PA daar nekte? Op zaterdag had de geluidsinstallatie tijdens At the Gates het ook al drie keer laten afweten. Tyr mocht al niet al te lang spelen, en de materiaalmankementen zorgde er voor dat de heren er een héél kort optreden van dienden te maken. Herkansing op een kleiner podium!

Powerflo (**) was ondertussen luid aan het schreeuwen op het hoofdpodium, en ook dit is volgens ons niets minder dan een supergroep, met leden van Biohazard, Fear Factory en Cypress Hill in de rangen. Het nieuw samengesteld zootje had best voor spektakel kunnen zorgen. Waarom er zo weinig van overbleef was iedereen een raadsel. Powerflo had de juiste mentaliteit, een stel goeie muzikanten, en nadien konden we ons met de beste wil van de wereld geen noot herinneren van wat de heren gespeeld hadden. Weinig beklijvend heet dat dan, en ook Bodycount (**) had daar last van. ‘Copkiller’ klonk venijnig en stevig als de kater van gemiddelde metalliefhebber die zondagochtend, maar Ice-T en vrienden verspilden hun tijd op het podium door lange intermezzo’s te nemen en urenlang bandleden voor te stellen.

Het kon echter nog een pak erger, want van Limp Bizkit (*) hadden we naïef gehoopt dat ze voor één keer eens een concert zouden spelen. Het bleef echter bij riffs, samples van andere bands dankzij de dj van dienst, en áls er al een nummer werd gespeeld, kon dat tien minuten duren eer Limp aan de finish kwam. Het gezanik van Frontman Fred deed ons verlangen naar metal met de kloten van een gemiddelde sabeltandtijger. Emmure (***) bijvoorbeeld, die op het kleinste podium alle moeite deden om ons omver te blazen en daar grotendeels ook nog in slaagden.

Ook voor een blik schoonheid waren we zondag uitgenodigd, ditmaal in de vorm van Cristina Scabbia. Lacuna Coil (*****) had de nodige personeelswissels goed verteerd, en hanteerde ook live de nieuwe look vol make-up met verve. Een handvol nieuwe songs zat perfect vooraan in de set, maar wéér dook de vloek van de Marquee tent in de installatie wat Lacuna Coils optreden halverwege stillegde. Cristina liet het publiek in elk geval niet los, en na wat heen en weer zingen met vocale uithalen -u kent dat wel, ‘na na na naaaaaaa’- besloot Scabbia prompt om het publiek te vergasten op een a capella ‘Highway to hell’. Veel bands zouden tien minuten in hun nakie gestaan hebben. Niet la Cristina. Toen de perikelen van de baan waren kregen we nog een sublime ‘Enjoy the silence’ geserveerd, en dan mocht ook Lacuna Coil al vertrekken. Herkansing in september, Cristina!

De volgende supergroep van dienst is niet de minste, en we hebben een donkerbruin vermoeden dat er heel wat -vrouwelijke- fans zijn opgedaagd om Alice Coopers nieuwe band Hollywood Vampires (****) te aanschouwen. Op de ritmegitarist na is dit een band vol echt oude rotten in het vak. Joe Perry kennen we van Aerosmith, de ritmesectie en leadzanger zijn leden van de Alice Cooper-bende. En tja, als je ritmegitarist toevallig Johnny Depp heet, dan trek je nóg meer volk natuurlijk. Niet dat we te klagen hebben. Zowel Cooper, Depp als Perry spelen ten dienste van mekaar en zijn niet te beroerd om elkaars backing vocals te verzorgen. Cooper heeft zijn momentje met 'I'm eighteen' of 'School's out', Perry mag 'Sweet Emotions'etaleren, en Depp brengt een meer dan geslaagde cover van David Bowies 'Heroes'. Klasse, dames en heren, een stukje rockgeschiedenis als het ware.

Ook Judas Priest (**) is vanavond zowaar een supergroep. Niemand minder dan Andy Sneap, producer van onder meer Obituary, Exodus, Earth Crisis, kortweg alles wat beenhard door je boxen knalt, is vanavond vervanger van de door Parkinson getroffen Glenn Tipton. Tipton zelf maakt een korte acte de presence, en het is meteen duidelijk hoezeer hij door zijn ziekte is getroffen. Dat Sneap ook al de laatste Judas Priestplaat 'Firepower' producete zal er wel voor iets mee te maken hebben. Aan het  gitaargeweld ligt het nochtans niet dat Priest een vermoeide indruk maakt. Rob Halford is veel beter bij stem dan zijn leeftijdsgenoten, maar als hij zingt, klampt de brave man zich vast aan zijn microfoon alsof het zijn laatste strohalm is.

Om het hele optreden van A Perfect Circle (***) mee te pikken moeten we helaas Meshuggah aan ons voorbij laten gaan, en dat blijkt een verstandige beslissing. Net zoals toen we Faith No More als headliner kregen enkele jaren geleden, staat er nu een band buiten categorie op het hoofdpodium. A Perfect Circle presenteert vanaf de eerste seconde een opperst vakmanschap, voorzien van een gelaagdheid die we dit weekend nog maar weinig mochten ervaren.

Wie de band op Pinkpop op klaarlichte dag zag verzuipen, krijgt nu een volledig ander plaatje te zien. Ook de spaarzaamste nummers van ‘Eat the Elephant’ krijgen een stukje, maar de hoofdmoot ligt in het stevigere kamp met ‘The doomed’, ‘Talk Talk’ of het sublieme ‘Weak and powerless’.

Wij worden persoonlijk alleen maar vrolijk van ‘So long, and thanks for all the fish’, ondanks de zwartgallige teksten. Je kan zelfs nog een verklaring vinden voor de vreemde ACDC-cover ‘Dog eat Dog’ die de spanning compleet breekt maar thematisch netjes aansluit bij ‘Eat the elephant’. Maar dan komt de complete verrassing pas, in de vorm van … het abrupte einde van het concert. Terwijl Perfect Circle anderhalf uurtje toebedeeld krijg, sluiten de heren na een goeie vijftig minuten de boeken al. ‘Tot in december’ klinkt het.

Dankzij Perfect Circle stonden we wel op de ideale plaats om het slotvuurwerk mee te pikken, en dat is dit jaar echt uitzonderlijk mooi.

De laatste bonnetjes verdwijnen, en wij trekken de laatste keer naar onze Metal Town ietsje verderop. Hoopgevend verschijnt er op de schermen 'See you next year - 21 - 22 - 23 june 2019'.

Daags na de feiten bevestigt Hellfest zijn eerste headliners al. Twee ronkende namen die wij maar wat graag op Graspop 2019 zouden zien. Dus mocht Slayer volgend jaar op de affiche prijken, heb je er het eerst bij Cutting Edge over gelezen.

Ere wie ere toekomt, Graspop was in XL-formaat een fantastisch festival. Punt.

Tot volgend jaar!

Alle foto's van onze team fotografen (her)bekijk je achter deze link!