Graspop: de reviews (dag 3)

De dag dat de zon weer te fel scheen

Op de derde dag lijkt de wandeling van Metal Town naar de festivalweide net dat beetje langer. Het hoofd heeft ook al minder pijnlijke ochtenden doorstaan, en de gedachte aan een stevige festivaldag doen de meesten van ons vroegtijdig naar de paracetamol grijpen.

We pikken nog wel de entree van Batushka (**) mee, die een mengeling van orthodoxe gezangen en black metal spelen. Een beetje zoals Zeal & Ardor met chants en hollers deed, alleen kan je dit onmogelijk nazingen en lijkt de afstand tussen de band en het publiek immens.

Niet iedereen verteerde de opstap naar het hoofdpodium even vlot trouwens. Backyard Babies (*) vergat je even snel als ze gespeeld hadden, terwijl in de dome the Vintage Caravan (**) veertig jaar te laat kwam met hun puik gespeelde standaard seventies rock. Nee, dan liever Asphyx (***) die rechttoe rechtaan trashmetal spelen en niet pretenderen een andere band te zijn. Doe maar gewoon, zei mama altijd, dat is al gek genoeg.

Skillet (*) is het prototype van de moderne metalband, waarin minstens één baard, één vrouw, één religieuze afwijking én melodische refreintjes die je meteen kan meezingen zitten. Het is geen jugendstil maar het kan er af en toe mee door. Soms snak je naar een oplawaai van jewelste tussen al die poppy geweldloze emotionaliteit. Zelfs Accept (***) bleek zonder frontman Udo meer dan acceptabel zijn ding te doen. Zanger Mark Tornillo heeft geen moeite om de fans op zijn hand te krijgen, en dat is bij de wissel van zangers wel een keer anders.

Zo ook bij Arch Enemy (***) dat op een zonovergoten hoofdpodium de zonnepanelen van de buurt van het dak probeerden te spelen. Amott verborg het hele concert zijn gezicht in zijn haardos, terwijl Alicia White-Gluz, die ons toch nog steeds elke keer weer moet overtuigen, verrassend goed bij stem was. We hebben lang geleden nog zulke knappe versies van ‘My apocalypse gehoord’, alsof ze het eindelijk door heeft hoe dit nummer gebruld moet worden. White-Gluz loopt haar kilometertjes op het podium en de hele machine kan je op weinig fouten betrappen. Misschien wel op een vleugje routine.

Nog een band die we graag de marquee hadden zien afsluiten was Kreator (****), al draait Mille Petrozza z'n hand er niet voor om om het hoofdpodium in te palmen. Kreator speelde een snoeiharde set die alleen nummers van de laatste drie platen bevatte.  En dat was niet verkeerd, want we kregen het religieuze trio ‘Gods of Violence’, ‘Phantom Antichrist’ en het geweldige ‘Satan is real’ over ons heen. Mille droeg ‘Fallen Brother’ op aan de die ochtend overleden Vinnie Paul van Pantera. De Darrell-broers kunnen helaas terug jammen. Wie zong ook weer van Only the good die young? Afsluiter ‘Pleasure to kill’ was misschien nog het minste nummer in de set. Wij kregen in elk geval zin om cito presto een ticket voor het Kreatorconcert in december te kopen.

Deze tweeëntwintigste editie van Graspop zal ongetwijfeld de geschiedenis ingaan als de editie van de supergroepen, waarin veel schoon volk uit verschillende bands de handen in mekaar slaat. Sons of Apollo (***) bijvoorbeeld,  bestaat uit Mike Portnoy uit Dream Theater, Billy Sheenan uit Mr. Big, Ron Thal van de vorige Guns ‘n Roses en Jeff Scott Soto op vocals. Het geheel klinkt uitermate professioneel, en zal fans van bijvoorbeeld Chickenfoot echt wel aanspreken. Later op de avond stond er nog zo’n supergroep genaamd Bloodbath (****) in de Marquee, met leden van Paradise Lost, Katatonia en Opeth. Onder de dikke laag schmink klonk Nick Holmes verzengender dan hij tegenwoordig bij Paradise lost klinkt, al blijft zijn gevoel voor humor wel de bindteksten bepalen, gortdroge Engelse kost.

At the Gates (*****) is na enkele personeelswissels weer helemaal op het juiste pad, met een geweldige nieuwe plaat en dito liveshow. Het trio nummers waar de heren mee aanvangen, heeft het effect van een vat epo dat rechtstreeks in je aders wordt gepompt. ‘Drinking from the night itself’, ‘Slaughter of the soul’ en ‘At war with reality’. Krijg daar maar eens geen energieboost van. Zelfs de PA moest tot driemaal toe ingrijpen om de tomeloze sounds van At the Gates even te kortwieken. Het zou helaas niet de laatste keer zijn dat er technische mankementen opdoken.

Het enige nadeel van zulke overvloed aan bands is dat je moet kiezen. Geen Megadeth, geen Marduk, geen Baroness wegens andere verplichtingen. We konden gelukkig nog enkele nummers van Volbeat (***) meepikken, een band die simpelweg bewijst dat metal nog lang niet uitgezongen is zolang je als muzikant maar koppig je eigen ding durft te blijven doen. Toen Volbeat hier ooit de Marquee opende, was cleane zang uit den boze, laat staan vetkuiven en cores van Johnny Cash. Ondertussen bepalen de Denen voor een groot deel het gezicht van het nieuwe metallandschap, en dat is hoopgevend. Maar over slotact Marilyn Manson (*) zullen we kort zijn.

Nog één dagje te gaan. Was het al maar zondag!

Alle foto's van onze team fotografen (her)bekijk je achter deze link!