Robert Schumann, ‘Einsamkeit’

Bron van eenzame schoonheid

Eenzaamheid: volgens psychiaters, filosofen en opiniemakers is het dé ziekte van deze tijd. Dat het gevoel al eeuwen door de wereld waait, is evenwel geen geheim. Zo maakt Matthias Goerne via de muziek van Robert Schumann een reis doorheen de solitaire emoties in diens oeuvre. Bij uitstek was de componist, die in zijn laatste levensjaren ten prooi viel aan waanzin, iemand die uit pijnigend isolement inspiratie putte.

Al van jongs af aan woekert een macabere entiteit doorheen Schumanns verbeelding, waardoor sommigen zijn oeuvre als een langgerekt gevecht zien tussen het positieve en het negatieve. De alomtegenwoordigheid van de fictieve verpersoonlijking van de twee uitersten van een psyche, met name Florestan en Eusebius, zien bepaalde musicologen als het bewijs voor die eeuwige worsteling. Het artistieke discours van de componist zou dan slechts metaforisch zijn voor de sentimentele machten die het leven van elk mens overheersen: de krachtmeting tussen het mannelijke en het vrouwelijke, tussen energie en inertie, tussen vreugde en verdriet.

Waar een groot deel van Schumanns catalogus inderdaad een ontmoeting vormt tussen twee tegengestelde polen, zijn de overgeleverde liedcycli vaak wat homogener. Om onbegrijpelijke redenen staan sommige liederen echter in de schaduw van anderen, of krijgen ze niet de aandacht die bijvoorbeeld de opusnummers van Schubert of Wolf wel te beurt valt. Gelukkig zijn de ‘Sechs Gedichte und Requiem’ een ander lot beschoren.

Het verhaal gaat dat Schumann het opus 90 in allerijl componeerde nadat hem ter ore was gekomen dat de dichter Nikolaus Lenau was gestorven. Schumann zette zes gedichten op muziek en voegde een afsluitend requiem toe, ter nagedachtenis van het overleden genie. Pas op de dag van de première van de cyclus kwam Lenau echter te sterven. Behalve het eerste deel, ‘Lied eines Schmiedes’, zingt Goerne’s raadselachtige bariton een smeulende versie in van de zes resterende liederen.

Verzengend is de begeleiding van Markus Hinterhäuser, die de schaduw uittekent bij Goernes lichtende tekstuele ontleding. De diepten van Goernes onberispelijke dictie worden er alleen maar weidser door. De resultante is een interpretatie die de nochtans gelauwerde opnames van bijvoorbeeld Christian Gerhaher en Bernarda Fink naar de kroon steekt.

Jazeker, Goerne is de koning van Schumanns eenzaamheid. ‘Mein Schöner Stern!’, ‘Nachtlied’ en ‘Es stürmet am Abendhimmel’ zetten die these overigens alleen maar kracht bij. Een fenomenale realisatie – bron van eenzame schoonheid.