Berliner Philharmoniker & Sir Simon Rattle, Musikfest Berlin

De potentie van het onuitroeibare

Hoewel er de laatste jaren steeds meer Europese orkesten het stigma rondom filmmuziek hebben doorbroken, is het nog altijd niet evident om er onbeschaamd mee naar buiten te treden. Filmscores integreren in een verder traditioneel concertprogramma is tot op vandaag al helemaal not done. Sir Simon Rattle zal die conventie echter worst wezen. Niet voor het eerst breekt hij openlijk een lans voor het genre van de soundtrack. Met een compacte versie van de muziek voor Hitchcocks 'Psycho' van de hand van Bernard Herrmann opende de slotavond van het Musikfest Berlin in ieder geval als… jawel, een thriller.

De scepticus denkt misschien dat het zonde is om een orkest van wereldformaat, zoals de Berliner Philharmoniker er natuurlijk een is, op deze betrekkelijk monomorfe muziek los te laten. Want heeft een orkest een dergelijke traditie nodig voor wat, toch in het geval van Herrmanns creatie, eigenlijk weinig meer is dan een ruige aaneenschakeling van zinderende impulsen? Anders gezegd: kunnen deze musici hun waarde bewijzen in dit ongeveer een kwartier durend werk waar de verschillende strijkerssecties elkaar als kat en muis achterna zitten? Het antwoord is onvoorwaardelijk 'ja'. Rattle dirigeerde meticuleus en ongetemperd - evenzo vertolkte het orkest. Geen enkele frase, hoe primitief ook, ging teloor in wat een bokspartij voor strijkers werd, met de grote zaal van de Philharmonie als immer welluidende arena.

Schönberg was een tijdgenoot van Herrmann, maar had weinig tot geen interesse voor diens muziek. Met een eclatante uitvoering van het zogeheten monodrama ‘Die glückliche Hand’ voerde Rattle doelbewust naar het andere uiterste van het muzikale spectrum. Hier geen atmosferische sculptuur, wel een ingenieus labyrint, met als inzet: existentieel afgrijzen. Bariton Florian Boesch zette de geslagen eenling afgrondelijk intens neer. De leden van het Rundfunkchor Berlin bakenden de partituur schimmig af - alsof ze stuk voor stuk deelnamen aan de open repetitie voor een nachtmerrie.

Naast Schönberg had ook Nielsen een weg gevonden naar het programma. Diens ‘Pan & Syrinx’ is een sprookje geworteld in drama - een treffend voorbeeld van hoe schilderachtig Nielsen het orkest weet te benaderen, zowel qua timbre als qua melodievoering. Dankzij de vierde symfonie, bijgenaamd de onuitroeibare, kon het Musikfest zich tenslotte geen beter slot inbeelden. Wat Rattle hier deed was puur zwelgen. Zwelgen in het voluptueuze, maar ook zwelgen in de pastorale idylle van pittoreske houtblazerpassages.

Aan het geheel gaf de chef zich zonder schroom over. Zijn engagement was totaal, met als gevolg een niet minder 'totale' uitvoering. In verhouding is pakweg Alan Gilberts recente opname met de New York Philharmonic van een meer getemperde, elegante orde. Rattle heeft echter gelijk als hij via Nielsen de grote extase wil vieren, en dus alle remmen los gooit. Zijn lezing, die als een langgerekte kreet van vreugde bijna veertig minuten lang door de zaal trok, was niets minder dan een triomfantelijke demonstratie van de potentie van muziek. Misschien niet feilloos gespeeld, wel helemaal in de lijn van Nielsens bedoelingen.

En zo bereikte het Musikfest dit jaar een laat hoogtepunt. Dankzij de uitvoerders, maar ook door het gedurfd en evenwichtig samengestelde programma. Een bladzijde symfonische grandeur, geschrankt met drie avontuurlijke werken die slechts zelden de affiches halen. Zoals echter mocht blijken: zeer onterecht.

Details Concerten
De potentie van het onuitroeibare
Concert datum:
20/09/2015
Orkest: Berliner Philharmoniker
Dirigent: Sir Simon Rattle
Zang door leden van het: Rundfunkchor Berlin
Studie zang: Gijs Leenaars
Copyright foto: Monika Rittershaus
Gezien & gehoord in het kader van: Musikfest Berlin 2015 - Berliner Festspiele
Locatie: Berliner Philharmonie