Berliner Philharmoniker, Sir Simon Rattle & Anne-Sophie Mutter, Kinepolis Gent

De grootste solisten? Die in het orkest!

Wereldwijd wordt het nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker op radio en televisie uitgezonden. Een doorn in het oog van de Berliner Philharmoniker? Niet meer sinds het eindejaarsconcert van dat orkest overal ter wereld te zien en te horen is via de digitale concerthal van de instantie. Inmiddels heeft het orkest ook de stap gezet naar de bioscoop, en zo kon internationaal het eindejaarsconcert in tal van zalen live worden gevolgd.

Of Kinepolis de akoestisch superieure omstandigheden van de Philharmonie binnen de bioscoopmuren kon evenaren? Het antwoord bleek al snel negatief. Dat het concert met een spijtige vertraging begon, is een onbetekenend detail, maar dat de streaming het een paar keer een fractie van een seconde liet afweten, beklemtoonde het artificiële kader van de cinemacontext. Bovendien was het geluid in Kinepolis Gent wat te stil, waardoor hier en daar een subtiliteit verloren ging. En een handvol babbelaars in de zaal doorprikte tenslotte helemaal het fantasma van even in Berlijn te vertoeven.

Vanaf het begin van de vertoning profileerde de Berliner Philharmoniker zich uitdrukkelijk anders dan haar Weense evenknie. Wordt het hele concert in Oostenrijk overgoten met een formele saus die herinnert aan de jarenlange traditie, dan is het in Berlijn al jeugdige vitaliteit en ondeugende humor dat de klok slaat. Een ludieke inleiding tot het programma en een in scène gezet aperitief waarin onder meer Sarah Willis, Andreas Ottensamer, Edicson Ruiz en Joaquín Riquelme García enkele nieuwjaarsgewoonten van bij hen thuis kwamen toelichten, vormden een vederlicht voorgerecht.

Met Emmanuel Chabriers ouverture tot ‘L'Étoile’ werd vervolgens de echte aftrap van de avond gegeven, in een soortgelijke pittoreske stemming. Dat de vanzelfsprekende communicatie tussen alle geledingen van het orkest zich ook nu weer zou laten ontdekken, werd meteen duidelijk. Solist van de avond was overigens de Duitse violiste Anne-Sophie Mutter, die met haar 52 jaren tegenwoordig niet meer de reputatie geniet die ooit haar deel was. Dat heeft onder meer te maken met wat ze op het podium presteert. Hoewel nog overwegend lucide qua klank en overtuigend qua sfeerschepping, is de technische volmaaktheid er niet meer, evenmin als de ritmische stabiliteit.

In zowel Saint-Saëns’ ‘Introduction et Rondo capriccioso’ als in Ravels ‘Tzigane’ viel de dialoog tussen orkest en soliste zelden helemaal in de plooi. Het was dus vooral genieten van het orkest, dat in Massenets orkeststukken uit de opera ‘Le Cid’ deed glunderen omwille van de fantasie, de tedere vindingrijkheid en de discretie van de groteske vondsten. Triomf van de avond werd echter Poulencs orkestsuite ‘Les biches’. De veelheid bijzondere kleinigheden die Rattle hierin naar boven haalde, was eindeloos. In handen van de Britse dirigent werd het geen spektakelstuk, maar een kleinood. Een dat minutenlang spektakel bood, omwille van de grandioze solisten en de geweldige samenklank.

Het orgelpunt werd Ravels ‘La Valse’, waarin de Berliner nogmaals bevestigde dat het tot alles in staat is. Mierzoet sentiment, een uitgebalanceerde en transparante totaalklank, een wonderlijke opbouw: deze uitvoering overtreffen lijkt moeilijk. Met Brahms als voetnoot trok Rattle tenslotte een streep onder het concert. De eerste Hongaarse dans voerde hem naar repertoire dat de man bijzonder na aan het hart ligt. Hem, én het publiek, dat hoorde hoe uit een schijnbaar weinig opmerkelijk programma een heerlijke avond werd geboetseerd.