Berliner Philharmoniker, Matthias Pintscher & Renaud Capuçon, Musikfest Berlin

De kentering van klank

Vier werken, vier werelden. Een bewogen eeuw muziekgeschiedenis staat tussen Gabriel Fauré’s orkestsuite ‘Pelléas et Mélisande’ en Matthias Pintschers tweede vioolconcerto in, met als constante een steeds urgenter wordende zoektocht naar de kiemen van de kunst van de metamorfose – datgene waarop het compositieproces in principe neerkomt. Met haar eerste passage op het Musikfest raakte de Berliner Philharmoniker de alomtegenwoordigheid van de muzikale gedaanteverwisseling aan. Bij Fauré een rits aan geïdealiseerde atmosferen, voor Pintscher een beklemmende oefening in het vasthouden van tensie met zowel geluid als stilte, doorheen Schönberg een spel met de parameters van de partituur en in geval van Debussy een middel om vanuit een onbenoembare kern tot een authentieke schoonheidservaring te komen. Vier werken, een veelvoud aan indrukken.

Met Fauré’s orkestsuite stak het concert in pittoresk vaarwater van wal. Pintscher toonde zich erg gevoelig voor de symfonische texturen, waarbij hij maar al te graag de individuele kwaliteiten van het orkest benutte. Door uiterste transparantie aan te wenden, slaagde de jonge Duitser erin de identiteit verbonden aan elke schakering van de schriftuur naar boven te halen. Niet zozeer de stemmige totaalervaring van het stuk drong tot het publiek door, wel de intimiteit van de bouwstenen die samen de suite vormen. Het werd een ideale smaakmaker voor een concert waarin de elementaire deeltjes zonder dewelke een grotere architectuur per definitie niet kan ontstaan, onder de aandacht werden gebracht.

Renaud Capuçon en de Berliner Philharmoniker als uitvoerders en de Philharmonie als locatie: de omstandigheden voor een uitvoering van Pintschers tweede vioolconcerto hadden bezwaarlijk beter kunnen zijn. Toch bleef ‘mar’eh’, Hebreeuws voor ‘aangezicht’ of ‘verschijning’, een eerder starre brok hedendaags klassiek. Pintscher is niet uit een conventioneel harmonisch denkkader vertrokken, maar vanuit een beleving van het gegeven klank op zich. De behandeling van orkest en solist verliep grotendeels vanuit een nieuwsgierigheid naar wat tonen en timbres anders kunnen zijn dan wat de toehoorder reeds kent. Voor de luisteraar vormde het werk in ieder geval een puzzel, een cirkelbeweging waarin klank – als een wolk – veeleer ruimte werd dan tijd.

Als Pintscher harmonie totaal ondergeschikt maakt aan geluid, dan zet hij indirect verdere stappen op een pad dat eens door Schönberg werd ontgonnen. Diens tweede kamersymfonie is geen schoolvoorbeeld van waar de hervormer om gekend staat. Het hoog-romantische bed waarop de wispelturige partituur gedijt, bleek desalniettemin een kolfje naar de hand van het meervoudig solistisch talent. Albrecht Mayer en Andreas Blau zijn nog altijd de sterkhouders van een houtblazersectie enig in zijn soort. Noah Bendix-Balgley voerde de strijkers bovendien aan met een engagement dat concertmeesters tegenwoordig nog maar zelden tentoonspreiden.

Kortom, geen verrassing dat Debussy’s ‘La mer’ een verpletterende climax betekende. Meer dan Sir Simon Rattle, die in Brussel anderhalf jaar geleden aan het hoofd van hetzelfde orkest nog een hoogst delicate lezing liet horen, trok Pintscher de kaart van het drama. Het epische raakte aan het spirituele, het virtuoze aan een zeldzaam soort ingetogenheid, het absoluut-muzikale aan het concreet-programmatische. Een bries, de glinsterende reflectie van licht op het zeeoppervlak, de weidsheid van grenzeloze wateren. Vier werken, vier werelden, het acme van verwondering.

Details Concerten
De kentering van klank
Concert datum:
12/09/2015
Orkest: Berliner Philharmoniker
Dirigent: Matthias Pintscher
Viool: Renaud Capuçon
Copyright foto: Ioana Taut/Berliner Philharmoniker
Gezien & gehoord in het kader van: Musikfest Berlin 2015 - Berliner Festspiele
Locatie: Berliner Philharmonie