Beethoven-Zyklus, dag 2

Vreugde, verrukking, verheffing

In alles leek gisteren op eergisteren. Opstaan met de wekker - een kemel van een dissonant, alsof het een analoge adaptatie van de aanvang van Beethovens symfonische oeuvre betrof. Bij het ontbijt de langzame beweging uit Beethovens eersteling, na het douchen de verlossende zucht die ook het slot van datzelfde werk is.

Dan de metro op met het fenomenale motivische materiaal uit de 'Eroica'. Verdwalen in hartje Berlijn op de cadans van de treurmars. Een menuet bij de koffie, vervolgens, bij wijze van voorlopige finale, de synthese van vet en koolhydraten. Kortom een riant Duits maal. Tenslotte richting Philharmonie, om nog wat Beethoven te tanken. De week is immers nog maar pas begonnen, wat betekent dat er nog zeven symfonieën geduldig wachten op een uitvoering.

Liet Sir Simon Rattle gedurende de eerste concertavond al horen (en zien!) hoe gretig hij als de thema's ontsproten aan Beethovens geest te lijf ging, dan deed hij dat op de tweede dag nog een keer over. De ouverture tot 'Leonore' werd door de Berliner Philharmoniker aangegrepen om, bij wijze van smakelijk voorgerecht, te demonstreren hoe flamboyant de orkestleden met de kiemen van een stuk kunnen omspringen.

De oorspronkelijke staat van feeërieke verwondering verwerd doorheen de interpretatie tot een groot lofzang. Niet programmatisch bedoeld, wel absoluut: leve de muziek, en de toestand van verrukking die ze kan opwekken! Met 'Leonore' had Rattle trouwens de toon gezet. Net als het amuse-gueule werd de tweede symfonie uitgevoerd met extreem veel aandacht voor de texturen. In de prominente stemmen eiste Rattle de aandacht op met dappere ritmes, voortvarende tempi en ongetemperde contrasten, toch voor wat dynamiek en speeltechnieken betrof.

Zo werd de tweede een strijdlustig schip op een woelige oceaan. Al Beethovens ingrediënten waren er, Rattle woei er als een onverbiddelijke storm - streng maar toch vrij - overheen. De karakters werden niet verraden, wel knapperiger. Krokanter. En in feite voer de vijfde symfonie daar meer wel bij dan de tweede, die van nature niet de wonderlijke densiteit heeft van het werk waarin het noodlot zogezegd op de deur bonkt.

Nee, er moeten geen doekjes om gewonden worden: de vijfde was van een stimulerende kracht doordesemd. Rattle kent, althans zo leek het, haast blindelings zijn weg doorheen deze partituur. Van elk detail voelt hij de plaats in de overkoepelende structuur aan, van elke ademhaling de noodzaak. Alleen zo kan een dirigent instaan voor een lezing die de perfectie benadert.

Rattle hoedde zich voor pathos, maar zaaide drama. En oogstte. Twee keer zelfs: eerst een hartverwarmende verlossing in het slotdeel, dat zich als een transcendent en tegelijk diep-menselijk baken over de avond spande. Een tweede keer toen hij het publiek extra moest komen groeten, terwijl de musici zich al van het podium hadden teruggetrokken.

Een verdiende ovatie, want Rattle's parcours - vanuit de tergende zwaarte van de willekeur over de schoonheid van de metamorfose tot een muzikale parel zonder weerga – was verrukkelijk, met als culminatiepunt het bijna losbandige hoogtepunt van de laatste dans der wilden, in de taal van de opperste beschaving te schrift gesteld.

Een brok gestold genoegen is ze, de partituur van Beethovens vijfde. Net zoals de herinnering aan deze uitvoering, die nog lang zal heugen - van de ochtenddouche tot het diner, en langer. Veel langer.