Marek Šindelka: ‘Mijn boeken zijn een uitnodiging om iets te voelen tot in het diepste van je zijn.’

Interview met Marek Šindelka: ‘Mijn boeken zijn een uitnodiging om iets te voelen tot in het diepste van je zijn.’

Sinds zijn werk naar het Nederlands vertaald werd, heeft de Tsjechische schrijver Marek Šindelka in dit taalgebied een gestaag groeiend, maar enthousiast publiek gevonden voor zijn romans en kortverhalen. Vooral ‘Materiaalmoeheid’ kon rekenen op heel wat lof en werd o.a. door Knack uitgeroepen tot boek van het jaar, sleepte een nominatie in de wacht voor de Europese Literatuurprijs 2019 en, als kers op de taart, verzilverde zijn nominatie voor de Cutting Edge Award voor 'beste vertaald boek'. Met de Nederlandse uitgave van zijn kortverhaal ‘Blijf bij ons’ op zak spraken wij met hem af in Brussel waar hij een maand lang writer-in-residence was bij Passa Porta. We hadden een fijn gesprek over de functie van taal en literatuur, zijn nieuw werk en over de gelijkenissen tussen Praag en een Potemkin-dorp.

Onlangs verscheen je kortverhaal ‘Blijf bij ons’ in het Nederlands. Ben je blij dat dit verhaal zijn weg vindt naar een groter publiek?

Ja, absoluut. Het is nog steeds actueel, hoewel ik het acht jaar geleden schreef.

Het werd voor het eerst gepubliceerd in 2011. Zoals je zelf aanhaalt, is het thema nog steeds erg relevant, misschien zelfs meer dan ooit. Heb je het gevoel dat het de voorbije jaren nog meer bergafwaarts gegaan is met ons vermogen om echt te communiceren met elkaar en betekenisvolle relaties aan te gaan?

Het is een universeel probleem van de moderne beschaving, dus het zal nooit gedateerd raken. Het gaat niet enkel over een koppel dat uit elkaar gaat, maar onderzoekt op een universeel niveau ook hoe taal werkt, hoe het de wereld en onze relaties vormgeeft en hoe het heel makkelijk kan veranderen in een wapen of een barrière tussen mensen. Oorspronkelijk was het uitgegeven als deel van een verzameling kortverhalen, dus het thema werd nog breder onderzocht met gelijkaardige verhalen, maar voor mij was het belangrijk dat juist dit verhaal gekozen werd.

Het hoofdpersonage in ‘Blijf bij ons’ is een tv-presentator, iemand die vaak woorden gebruikt die andere mensen voor hem geschreven hebben. Ook in zijn persoonlijk leven heeft taal z’n functie verloren en is die vaak betekenisloos. Vind je dat taal dezer dagen verwaarloosd of zelfs misbruikt wordt?

Ik denk dat we in een stadium beland zijn waarin we taal aan het verliezen zijn als communicatiemiddel, ‘dankzij’ sociale media en andere nieuwe vormen van communicatie. We keren terug naar bijna primitieve vormen van communicatie door middel van beelden, wat ook interessant is. Ik wil dit proces niet bekritiseren, dit is enkel wat ik zie gebeuren, maar als schrijver ben ik ook bezorgd, want het is mijn werkmiddel.

Het wordt steeds zichtbaarder hoe we het vermogen verliezen om precies te zijn, dingen de juiste naam te geven, onze gevoelens adequaat uit te drukken. Meer en meer wordt dat een handicap. Het is zelfs een bedreiging, want als we taal zouden verliezen, zouden we geen mensen meer zijn. Mijn uitgangspunt voor het verhaal was om te schrijven over het opzettelijk opgeven van taal door dat koppel. Het hoofdpersonage is een tv-presentator die taal gebruikt voor de kost. Het vrouwelijk personage is een advocaat, een soort strijder op het slagveld van de rechtspraak. Beide gebruiken in hun relatie hun professionele gewoontes en gebruiken taal als een wapen tegenover mekaar. Het is niet langer een communicatiemiddel, maar een groeiende leegte.

Je verwees naar de invloed van sociale media op onze taal, hoe we terugkeren naar primitieve vormen. Denk je dat taal naar iets anders aan het evolueren is?

Absoluut. Ik zie dat niet als een ramp, het is eerder een bepaald stadium in de ontwikkeling van taal, na alle verschrikkelijke gebeurtenissen van de twintigste eeuw, de oorlogen, de propaganda. Het misbruik van taal was toen een manier om de wereld te herscheppen en vorm te geven en zo mensen te controleren.

Toen ik geboren werd, was Tsjechië nog een deel van het communistisch regime en dat is nog steeds voelbaar in de huidige maatschappij. We waren het gewoon om twee talen te gebruiken, een persoonlijke en een officiële. Dus misschien is dit gewoon een volgend stadium. Ik wil niets bekritiseren, ik merk het gewoon op. Anderzijds, als we de basis en structuren van taal opgeven, zouden we waarschijnlijk iets erg belangrijks verliezen, want het is onze manier van denken. We worden geboren in taal, het ligt in onze aard. We zijn niet voorbereid om buiten de beschaving, die opgebouwd is door middel van taal, te leven. Alles heeft een naam, er bestaat een classificatie van de dingen. Als we taal volledig zouden opgeven, zou de mensheid verloren zijn. Dat waren de gedachten die door me heen gingen toen ik deze kortverhalen schreef. Ik wilde mijn bedenkingen daarover uitleggen.

Bij het lezen van jouw boeken voel je vaak een soort beklemming en word je als lezer gedwongen om op de een of andere manier een band met het verhaal aan te gaan, vooral in ‘Materiaalmoeheid’. Vind je dat het de functie van literatuur is om mensen niet te laten wegkijken? 

Zeker, het moet mensen aanspreken. Voor mij is literatuur nooit gewoon plezierig, ik hou er niet van om me te ontspannen met een boek. Dat is mijn aanpak, vooral vandaag de dag. Er zijn verschillende genres of types van literatuur, maar voor mij is literatuur iets dat je kan dwingen om iets te voelen, iets dat je meesleurt in een situatie, in iemand anders huid. Je kijkt door zijn of haar ogen en bent werkelijk daar. Die mogelijkheid van taal is eigenlijk haar definitie. Door het gebruik van de juiste woorden kan je iemands verbeelding dwingen om fantastische dingen te doen. Dat is wat ik verwacht van literatuur en wat ik op de een of andere manier verwacht van mijn lezers. Ik begrijp het absoluut als iemand dat spel niet met mij wil spelen en dat is zijn of haar beslissing, maar dat is hoe mijn boeken zijn. Ze zijn een uitnodiging om iets te voelen tot in het diepste van je zijn.

Je bent alom geprezen voor je werk. Wanneer uitgevers je boek promoten, blijven ze niet weg van grote woorden als 'de belangrijkste stem van zijn generatie’. Voel je iets van verwachtingen?

Nee, want ik spreek voor mezelf. Toen ik besliste om over vluchtelingen te schrijven, was dat een erg persoonlijke beslissing die te maken had met mijn kinderen. Ik voelde bij hun geboorte een zekere schok, omdat ik besefte hoeveel geluk wij hebben terwijl ergens anders kinderen achtergelaten worden. Hoe het mogelijk is dat mijn dochters geboren worden in alle luxe, met een sterk paspoort, een medische verzekering en wat nog meer. Al die dingen zijn voor ons vanzelfsprekend, als de lucht die we inademen. Het raakte me dat, toen ik die baby in mijn handen hield, niet zo ver weg mensen voor hun leven vochten. Dat zijn mijn gevoelens waarvan ik vind dat ik erover moet spreken. Ik zie mezelf niet als de stem van mijn generatie, maar natuurlijk ben ik blij als iemand iets ziet in wat ik schrijf.

Welke auteurs, of misschien meer algemeen, artiesten hebben een invloed gehad op jouw werk?

Duizenden! Ik weet niet welke te kiezen. Veel schrijvers, maar ook regisseurs of schilders, hebben een invloed gehad, alhoewel vooral Russische auteurs mijn werk sterk hebben beïnvloed. Ik weet niet waar die fascinatie vandaan komt, maar er is een gelijkenis tussen mijn moedertaal en het Russisch die me toelaat de structuren ervan te begrijpen. Ik ben niet zo goed in Russisch dat ik Dostojewski in het origineel kan lezen, maar toch kan ik het begrijpen en ik kan de vertaling vergelijken met het origineel. Daarnaast zijn ook boeken van Milan Kundera belangrijk geweest voor mij in een bepaalde periode, net als boeken van Witold Gombrowicz of Alberto Moravia.

Je vermeldt Dostojewski. Zijn het vooral de schrijvers van de 19de eeuw die je het interessantst vindt?

Eigenlijk zijn het vooral de Russische dichters van de vroege twintigste eeuw, zoals Majakovski, Velemir Khlebnikov en anderen. Ze zijn niet allemaal algemeen bekend, maar voor mij was het een fantastisch avontuur om me onder te dompelen in hun werk. Aan de andere kant waren boeken van Cormac McCarthy ook erg belangrijk voor mij, omdat hij zo radicaal focust op het lichaam. Hij zei ooit dat hij niet geïnteresseerd is in boeken die zich niet bezighouden met het onderwerp van doden of sterfelijkheid. Die radicale aanpak was voor mij een eyeopener.

Erg toevallig, maar iemand vertelde me dat ‘Materiaalmoeheid’ haar deden denken aan het werk van McCarthy.

Nou, ik probeer niet te kopiëren, maar je kan gelijkenissen nooit vermijden. Ik besefte onlangs dat ik de hele tijd onopzettelijk steel. Dat is onvermijdelijk en gebeurt onbewust. In het geval van ‘Materiaalmoeheid’ besefte ik dat ik bijna een volledig gedicht gestolen had van mijn favoriete Tsjechische auteur, Jaroslav Seifert, en gebruikt als proza. Ik was erg trots op die paragraaf toen ik die geschreven had. Kort nadien bezocht ik mijn grootmoeder en ging ik door haar bibliotheek waar ik op die dichter stootte. Ik bladerde door zijn boek en plots zag ik die woorden, ik moet het jaren geleden gelezen hebben en was het volledig vergeten. Wanneer je schrijft, gebruik je meestal wat in je opkomt. Het was vreemd, want ik was zeker dat het mijn idee was. Het zette me aan het denken over wat echt origineel is en echt van mij in het boek, als zoiets kon gebeuren. Uiteindelijk besloot ik om het zo te laten en de paragraaf toch niet te schrappen.

Je bent hier in Brussel als writer-in-residence in Passa Porta en werkt aan nieuw materiaal. Ik kan me voorstellen dat een andere omgeving ook een invloed heeft op je werk. Voel je dat hier ook en hoe?

Wanneer ik schrijf, sluit ik me eigenlijk helemaal af van mijn omgeving. Drie weken lang zat ik dus achter mijn computer en was ik me niet bewust van de buitenwereld, zij het Brussel, zij het Reykjavik of ergens anders. Maar het is een prachtige ervaring om hier te zijn. Ik hou van Brussel, ik was hier al een paar keer, maar enkel voor een kort bezoek zoals een lezing en een debat.

Verschillende mensen zeiden me vooraf dat de stad vuil en lelijk is, dus ik had geen verwachtingen, maar ik werd verrast. Het bleek een prachtige plaats te zijn, ik hou vooral van het kleurrijke, de mix tussen verschillende soorten stad. Er is geen echt centrum. Uiteraard wel, maar niet zoals in Praag waar je het stadscentrum hebt met een ring errond en dan de buitenwijken. Typisch voor toeristen, maar geen local zou zich er wagen. Hier heb je een centrum en juist om de hoek ligt een compleet ander deel met een andere sfeer, met lokale bevolking en verschillende culturen. Dat is geweldig, veel fijner dan de grote speeltuin voor toeristen die Praag jammer genoeg geworden is enkele jaren geleden.

Kan je een tip van de sluier oplichten over waar je hier aan hebt gewerkt?

Aanvankelijk wou ik naar hier komen om aan een heel nieuw boek te werken. Ik begon aan een tekst toen ik vorig jaar in Schotland was, maar moest dat uitstellen, omdat mijn Tsjechische uitgever met het idee kwam om mijn oude roman, die niet in het Nederlands vertaald is, heruit te geven. Gelukkig is die niet vertaald, want het was mijn eerste boek. Veel lezers vinden het goed, maar ik niet. Ik stemde in met een heruitgave, maar wilde het wel herschrijven. Waar ik niet bij stilstond, was hoe moeilijk zo’n taak zou zijn. Het is veel moeilijker dan een nieuw boek schrijven from scratch. Je wil dat wat werkt in het boek niet kapotmaken, maar tegelijk wil je wel dingen herstellen die vanuit jouw perspectief disfunctioneel zijn. Het was dus een pijnlijk proces, maar uiteindelijk kon ik het voltooien. De nieuwe versie is er en ik zou zeggen dat het beter is dan het origineel, maar wie weet?

Het onderwerp is erg actueel en dat was ook een reden om het te herschrijven. Het gaat over de smokkel van zeldzame soorten bloemen van het ene continent naar het andere. Door massale uitsterving van soorten in de wilde natuur stijgen de prijzen van die bedreigde bloemen en insecten. Het is bijna sciencefiction met een setting die ongeveer vijf jaar in de toekomst ligt, maar erg subtiel. Het hoofdpersonage is een jonge kerel die de laatste bestaande bloem van een soort van het Japanse eiland naar Europa smokkelt, maar hij beseft dat er iets vreemds is aan die bloem en dat trekt de aandacht van andere mensen. Het is bijna een soort thriller, maar tegelijk ook erg poëtisch op een of andere manier.

Je zei dat je, nu je kinderen hebt, je bewuster bent van dingen als de klimaatverandering of migratie. Veranderde je schrijverschap toen je vader werd?

Ja, een paar jaar geleden zou ik me waarschijnlijk beledigd gevoeld hebben door zo’n idee, maar het heeft eigenlijk bijna alles veranderd, zoals mijn stijl, het ritme van mijn zinnen, mijn onderwerpen… Het geeft je een ander, breder perspectief, omdat je niet langer alleen nadenkt over dingen die jou aangaan, maar nu voel ik me ook op een of andere manier verantwoordelijk voor de wereld, voor hen. Ik ben altijd een gevoelig persoon geweest. Ik was erg bang om vader te worden, misschien ook omdat ik mijn vader verloren ben als kind. De combinatie van die dingen creëerden een angst voor de verantwoordelijkheid en ondraaglijkheid, maar natuurlijk bleek het een zegen te zijn en een prachtige en compleet natuurlijke gebeurtenis.

Een Belgische schrijfster vroeg me hetzelfde toen mijn eerste dochter geboren werd en ik juist ‘Materiaalmoeheid’ had afgewerkt. Ze wilde weten hoe mijn stijl veranderd was en ik was een beetje beledigd. Maar ze vertelde me dat, toen zij haar boek voltooide met een eerste kind, ze besefte dat zinnen en paragrafen korter geworden waren om borstvoeding te kunnen geven, luiers te verschonen… Ik was geschokt, want dat was eigenlijk de verandering die ook gebeurd was in mijn schrijven. Dus misschien was de stijl, waar ik zo trots op was, ontwikkeld dankzij mijn dochter. Het is vreemd hoe dit proces leeft en je emoties absorbeert. Voor mij is alles één proces, een geheel: mijn leven, wat ik schrijf, mijn vermogen om in mijn eigen stijl te schrijven… Dat is boeiend.

Foto auteur © Vladimír Šigut