Interview: Thomas Blondeau

Interview met Interview: Thomas Blondeau

‘Ik ben al lang niet meer in Roeselare geweest’, merkt Thomas Blondeau (1978) terloops op. Pas dan herinner ik me weer dat de schrijver met de Hollandse tongval eigenlijk een West-Vlaming is. Hij woont en werkt echter al jaren in Leiden. Op het terras van de Roeselaarse boekhandel De Zondvloed praten we over zijn bejubeld debuut ‘eX’ (2006), het verhaal van enkele jongeren die uit verveling kattenkwaad uithalen, en over ‘Donderhart’ (2010) dat zich afspeelt vlak na de aanslagen in Londen vijf jaar geleden. Maar ook over de wijsheid van Samuel Beckett dat ieder boek een mislukking is. En een mislukking móet zijn. ‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.’

Voor cultuurwebsite Cobra.be ben je boekendokter. Je schrijft bekende mensen boeken voor. Is dat louter spielerei of denk je dat literatuur echt therapie kan zijn?

Het is natuurlijk beide. Maar er bestaat echt zoiets als ‘narratieve therapie’. Literatuur kan voor inleving zorgen waar andere genres dat niet kunnen. Boeken zijn niet te herleiden tot hun korte inhoud. Ze slaan niet één toets bij je aan, maar het hele spectrum, de hele mens. En volgens mij is er niets anders dat dat kan. Een film kan niet in je hoofd komen, de acteurs blijven dáár. Wetenschap blijft meetbaar. Muziek blijft abstract.

In ‘Donderhart’ speelt muziek nochtans ook een therapeutische rol. ‘Ingepakt tussen de vele warme lijven vergat Max waar hij was, wat hij voelde, wie Eva was. Voor een moment dat niet zou aan te wijzen zijn in de partituur, deed de muziek dat waarvoor ze bestond’, schrijf je.

Muziek kan gewoon behang zijn. Maar het kan ook behang zijn in de muren van je cel. Muziek kan het leven enigszins draaglijk maken. Er is dan ook een tegenstelling tussen terrorisme en muziek. Mensen die bommen laten ontploffen, komen uit een wereld waar muziek verboden is, bijvoorbeeld door de taliban. Ook in de Sovjet-Unie waren bepaalde soorten muziek verboden, omdat ze opzwepend zouden zijn. Als mensenwerk je in vervoering kan brengen, is er geen nood aan een totalitair systeem, religieus of politiek. En dan heb ik het niet alleen over muziek, hoor. Maar over een heleboel producten van de menselijke geest.

Zoals daar verder zijn?

Alles wat geen genoegen neemt met de status quo van wakker worden en voor je uitstaren tot je honger krijgt. Ik denk dat dat het leven de moeite waard maakt.

Donderhart’ en je debuut ‘eX’ liggen mijlenver uit elkaar. ‘eX’ was een schelmenroman, ‘Donderhart’ wil een totaalroman zijn. Soms lijkt het alsof er een andere schrijver aan het werk was. Noem je dat ‘een evolutie’ of ‘eens iets anders’?

Critici en literatuurwetenschappers hanteren bepaalde referentiekaders. Een van hun waanbeelden is dat een auteur ‘zijn stem’ moet vinden. ‘Deze schrijver heeft bij zijn vijfde boek eindelijk zijn stem gevonden’, schrijven ze. Zo werkt het niet. Ik pas mijn stijl en verteltechniek aan aan het verhaal dat ik wil vertellen. Ik kon niet over zelfmoordaanslagen schrijven met de barokke stijl die ik in ‘eX’ hanteerde. Iets ergs ook erg beschrijven, dat overroept zichzelf. De stijl biedt zich dus op dezelfde manier aan als de verhaallijnen.

Een goede auteur is dus per definitie meerstemmig?

Ja. Het boek waar ik nu aan bezig ben, heeft weer een compleet andere stijl. Het gaat over een familie. In zo’n boek kun je gemakkelijk meer beschrijven.

Ga je je aan een heimatroman wagen?

Ik heb eigenlijk altijd een hekel gehad aan romans in een bordkartonnen omgeving. Maar ik denk dat ik me daar nu toch aan ga bezondigen, ja. Het zal zich afspelen in een landhuis.

Je gaf daarnet een sneer naar de critici met hun literaire referentiekaders. Toch lijkt het alsof je rekening hebt gehouden met de kritiek die zij op je debuut ‘eX’ gaven. ‘Donderhart’ is veel narratiever. Je hebt je plot zorgvuldig uitgewerkt en er is een gesloten einde. Is dat een bewust antwoord op die kritiek?

Bewust is veel gezegd. Bekijk het zo: als je naar hedendaags toneel gaat, zul je merken dat op het einde de scène vol ligt met rommel en troep. Alles is ingestort. Mensen zitten wezenloos voor zich uit te staren. Net zoals op het einde van ‘eX’. ‘Wij’ van Jeroen Olyslaegers is daar ook een voorbeeld van. Die roman is heel zorgvuldig opgebouwd en dan opeens: een ramp, een catastrofe en je weet het allemaal niet meer. Ik ben dat eigenlijk beu. ‘Donderhart’ vroeg bovendien om een gesloten einde. Ik kon geen open einde schrijven waarin Max voor zich uit staart met bebloede handen en wanhopig zit te zuchten. Ook Londen had die mogelijkheid niet. Je moet met een besmeurd geweten toch weer verder.

‘Donderhart’ plaatst liefde en muziek tegenover terrorisme en media. Vind je het de taak van een schrijver om grote thema’s te behandelen?

(aarzelt) Tja, grote thema’s ... Maar wat zijn kleine thema’s?

Jongeren die kattenkwaad uithalen omdat ze zich vervelen.

Maar dat is toch de textuur van het leven! (lacht) Mijn taak beperkt zich tot het schrijven van iets dat bij de mensen langer blijft hangen dan de lezing zelf. Of ik dat doe door aan een sterfbed te zitten en dat heel gevoelig te beschrijven dan wel door een nine-eleven-roman op Europese schaal te schrijven, dat hangt af van het verhaal. Ik moet mij enkel afvragen: heeft dit verhaal iets meer te vertellen? En is dit verhaal al eerder verteld? Zo ja, dan moet ik het niet opschrijven. Zo neen, dan moet ik het zo goed mogelijk doen naar de eisen die door het verhaal worden gesteld.

Wat vertelt ‘Donderhart’?

‘Donderhart’ is een voorbeeld van positieve ironie. Max, het hoofdpersonage, is geen held. Zijn manier van leven lijkt verdacht veel op die van gewone mensen. Geconfronteerd met grote vraagstukken, zowel op politiek als op persoonlijk vlak, is dit hoe hij reageert en hoogstwaarschijnlijk hoe jij zou reageren. Maar is dat daadwerkelijk hoe jij in het leven wil staan? Zo machteloos tegenover iedere verandering? De gebeurtenissen in Londen waren ideaal om met die gedachte te spelen. Er was een progressieve premier. Toch gaat hij mee in de oorlog. Wat kun je dan doen als Brit? Je kunt protesteren, maar eigenlijk weet je dat dat geen zak uithaalt. En wat doe je dan? Je kunt doen zoals Max: proberen je grote liefde te revitaliseren of je druk maken om polshorloges.

Max doet zich wel voor als ‘the man with the plan’, zoals op zijn t-shirt staat, maar eigenlijk wil je erop wijzen dat zijn plan maar pover is?

Ja. En de lezer moet zich afvragen: ‘Wat is mijn plan eigenlijk?’ Tenminste, als de lezer zich dat wil afvragen.

Toch huiver je van grote idealen.

Als er mensen zijn die zichzelf opblazen voor een idee, valt het misschien te overwegen om onze ideeën heel zorgvuldig te formuleren. Want voor je ’t weet leidt ons vooruitgangsdenken tot fascisme en bullshitisme. Of leidt religieus denken tot taliban of middeleeuwse religieuze overheersing. Ik pleit voor voorzichtig omgaan met ideeën. De uitkomst daarvan is dat iedere oplettende, boekenlezende burger toch misschien iets meer verantwoordelijkheid heeft dan hij zelf wil weten of hebben. Het zou een stuk aangenamer zijn als we inderdaad beperkt waren tot wat Max doet: aan een carrière werken, een leuk horloge kopen, een mooi huis bouwen, een goede relatie hebben, het liefst nog met kinderen ook. En dat verdient allemaal lof. Il faut cultiver son jardin. Maar tegelijk vraag ik me af: wat is onze verantwoordelijkheid in al dit? En dat is geen al te aangename vraag. Maar je kunt je niet ontdoen van het idee dat er meer aan de hand is.

In ‘Donderhart’ interviewt journalist Max Gosset een bestsellerauteur. De schrijver is de stroom van monotone interviews meer dan beu. Hij vraagt Max hem iets te beloven: ‘U moet wreed voor me zijn. Echt wreed.’ Wat moet ik jou vragen om wreed te zijn?

In welk opzicht ‘Donderhart’ mislukt is.

In welk opzicht is ‘Donderhart’ mislukt?

Ieder boek is een mislukking. Je kan nooit een perfecte cirkel maken. Er is altijd iets wat je ontsnapt.

En wat is je deze keer ontsnapt?

In de Lage Landen kennen we enkel de realistische leeswijze. Van alfa naar omega. Ik heb echter een heleboel onvermeld gelaten en de lezer de taak gegeven het zelf op te lossen. Ik had misschien hier en daar een klein woordje uitleg moeten geven.

Je hebt de lezer te veel vertrouwd?

(aarzelt) Dat zou een heel gemene conclusie zijn. Ik had iets aardiger moeten zijn voor de lezer.

Iets gemakkelijker?

Niet gemakkelijker. Ik had wat we hier hebben besproken iets voelbaarder moeten maken in de taal. Maar wees gerust: het volgende boek zal nóg beter mislukken.

Interview: Bram Demulder
[Image (c) Giuliyani]