Interview Johan De Smet

Interview met Interview Johan De Smet

Vrijdag, 9 uur. We hebben een afspraak met Johan De Smet, artistiek leider van de Kopergietery. Hoe hij het toch in zijn hoofd haalde om op dit uur af te spreken, dat hij helemaal geen ochtendmens is, zucht hij. Wij zuchten met hem, van opluchting, want we hebben die afkeer tegen ochtenden met de man gemeen. Koffie dus! En zie, eens te meer blijkt dat niks zozeer een gesprek bevordert als een bakje troost.

Johan, hoe ben je in het theater en bij de Kopergietery terechtgekomen?
Het begon allemaal in 1980. Ik was toen tien. Julien Schoenaerts was op zoek naar prinsjes voor een voorstelling gebaseerd op ‘Le petit prince'. Ik werd een van die prinsjes. Kort voordien was Eva Bal begonnen met haar dramalessen. Er was in die tijd helemaal niks voor kinderen. Heel mijn jeugd, van mijn tiende tot mijn achttiende, heb ik aan die theaterateliers deelgenomen. Ik heb ook het geluk gehad mijn burgerdienst te kunnen vervullen in het Speelteater Gent (de voorloper van de Kopergietery, nvdr). Ik mocht er het Laboratorium oprichten. We wilden een breed publiek aanspreken, vernieuwen... Eva gaf haar fiat, maar geld was er niet. Toch zijn we voorstellingen blijven maken.

Is de transversaliteit van jullie producties vandaag een bewuste keuze?
Zeker. Een kind is een rijke kijker, mensen zijn zich daar niet altijd van bewust. Kinderen zijn het gewend tegelijkertijd naar tv te kijken, een sms te schrijven en hun iPod te beluisteren. Die complexiteit willen we in onze producties veruiterlijken. Want net daaruit bestaat de cultuurbeleving van kinderen. Traagheid werkt niet voor hen. Door hun eigen culturele codes te respecteren begrijpen ze moeiteloos wat je hen wilt vertellen en creëer je een groter bereik.

Denk je dat een kind de dieperliggende betekenis van een productie dan ook snapt?
Jawel. Die cross-over brengt ook een bepaalde inleving of identificatie teweeg. Ik kies bewust voor een specifiek medium om specifieke dingen te vertellen. Soms doe je dat het best met abstractie en dans, dan weer met video en film of met puur teksttheater. Die relatie tussen inhoud en vorm is heel belangrijk. Maar de kracht zit 'm vooral in authenticiteit, in kwetsbaarheid. Ik geloof heel erg in de nieuwsgierigheid van een zesjarige, de ridderlijkheid van een tienjarige, de jonge seksuele naïviteit van een veertienjarige. Kinderen begrijpen de oprechtheid die daarmee gepaard gaat.

Jullie durven al eens een lans te breken voor grote idealen?
We gaan resoluut voor een positief engagement, ja. We willen altijd een alternatief bieden, blijven geloven dat er dingen mogelijk zijn. Daartoe dient cultuur: om strijd te voeren tegen het cynisme. Het moet je toleranter maken, alle thema's durven aansnijden. Wat betekent dat we niet altijd willen behagen. Denk bijvoorbeeld aan een voorstelling als ‘Het verdragen van Versailles' of ‘Satijn en Witte Wijn'. We durven ook minder toegankelijke inhouden brengen.

Tot slot: stel dat je uit het aanbod van het nieuwe seizoen een lievelingsvoorstelling zou moeten kiezen. Welke zou het zijn?
(denkt na) Dat is een moeilijke vraag. Het is alsof je zou moeten kiezen tussen je kindjes. Die zijn toch allemaal mooi, hé? Maar wat mij betreft verdienen voorstellingen waarin kinderen zelf op scène staan extra aandacht. De wisselwerking tussen hen en de andere medewerkers is cruciaal; alle persoonlijkheden worden betrokken in het werkproces. Dat levert voorstellingen op met een grote authenticiteit én van een hoog niveau. We geloven dat ook kinderen artistiek hoogstaande dingen kunnen realiseren. De Kopergietery is in dat opzicht een unieke plaats.

 

Inke Hutse