Hanna Bervoets

Interview met Hanna Bervoets

Hanna Bervoets, 29, is schrijver en journalist. Ze schrijft columns voor Volkskrant Magazine en Viva en schreef ook al voor theater ('Roes') en film ('Bowy is binnen'). In januari verscheen haar derde boek, 'Alles wat er was', waarin het einde der tijden onverwachts is aangebroken en een groepje mensen moet zien te overleven binnen de muren van een school. Naarmate de tijd vordert, wordt de onzekerheid groter en de voedselvoorraad kleiner – er rest hen niet meer dan een paar korrels rijst. Cutting Edge sprak met Bervoets over (het proces van) schrijven en hoe het allemaal zo gekomen is. 

Hoe zit dat met die rijstkorrels? Kun je daar echt op overleven?

Er is een man die al dertig jaar, zegt 'ie, leeft op één kommetje in de week. Blijkbaar past je lichaam zich daar op aan, maar ... mensen gaan ook dood. Uiteindelijk lukt het ook niet, dan is het gewoon op. Als je het afbouwt, kan je lichaam echt toe met steeds minder voedsel. Dat zie je ook in 'Expeditie Robinson', daar hebben ze ook steeds minder – op het einde hebben ze alleen nog een schelpje rijst. Maar na een tijdje ga je gewoon dood.

Is de nieuwsgierigheid naar dergelijke feitjes ook wat je drijft als schrijver?

Ja, ik moet het verhaal echt willen maken. Ik had zin om te verzinnen hoe dat allemaal zat. Als ik een verhaal in mijn hoofd heb, begin ik eerst met de vraag: vind ik dit interessant? Ben ik nieuwsgierig naar wat er gebeurt als je steeds minder voedsel hebt? Ben ik nieuwsgierig naar zo'n groep? En dan: weet ik er iets vanaf? Ik bedoel, ik vind de lobby-industrie heel interessant, maar ik weet er niet veel vanaf. Dan is vraag één ja, maar vraag twee ... dat kan ik gewoon niet, ik weet niet genoeg.

Ik wilde al heel lang iets doen met mensen in een afgesloten ruimte – de sociale processen in zo'n situatie vind ik heel interessant. Een afgesloten ruimte is natuurlijk een snelkookpan. Ik vond het een uitdaging om het boek in één ruimte te laten spelen en kwam toen al snel op de Apocalyps, dat vond ik een mooi idee. Vervolgens ben ik in mijn hoofd ruimtes afgegaan. Waar kun je nou vast komen te zitten? Je wil mensen die elkaar niet kennen, dus een eigen huis valt al snel af. Ik dacht aan een winkelcentrum, of een supermarkt, maar dat is al erg vaak gedaan. Een speelgoedwinkel, dacht ik nog even, maar ja, daar is helemáál geen voedsel. En zo kwam ik al gauw op een school.

Had je nog een specifieke school in je hoofd?

Ja, mijn eigen school, maar wat grappig is dat als mensen het lezen, ze allemaal aan hun eigen basisschool denken. Ik ben niet teruggegaan naar mijn school, maar ben van mijn herinneringen uitgegaan. Mijn middelbare school bijvoorbeeld, het Barlaeus, is helemaal verbouwd nadat ik ben weggegaan, en dat heb ik nooit meer gezien. Het zou heel raar zijn als ik daar nu weer ben – die herinnering van mij bestaat niet meer. Mijn basisschool, de Parelschool, is gesloten, dus die herinnering bestaat eigenlijk ook niet meer. Ik wil die gebouwen niet eens meer in, want dat wordt dan echt een mindfuck.

Op de middelbare school koos je voor een exact vakkenpakket. Later studeerde je Media & Cultuur. Hoe ben je als bèta-scholier in de alfa-hoek terechtgekomen?

Het was ook superraar, ik was best wel bèta! In de derde of vierde zeiden ze tegen me: met bèta kan je Duits doen, maar met alfa geen wiskunde. Ik dacht: ik kies gewoon waar je het meeste mee kan doen. Ik wilde niet in de derde alles al dichtgooien. En ik vind wiskunde heel leuk, want een hoek berekenen ... echt, ik mis het wel eens. Dat vind ik gewoon heerlijk. Toen ik media en cultuur ging studeren, was daar ook helemaal geen twijfel over. Ik ben altijd filmgek geweest en hield van verhalen vertellen. Ik ben niet eens naar een andere open dag geweest. Maar het was best wel even switchen naar het alfa-denken. 

Mijn bijbaantje was altijd schrijven, maar mijn eerste baantje was bij restaurant 'De twee cheetas' in Artis. Vreselijk. Want ik kan dat gewoon niet, horeca. Ik ruimde de dienbladen op en rook constant naar mayonaise en spoelkeuken, heb na een week ontslag genomen. Het was mijn eerste en laatste niet-schrijfbaantje. Het was niet voor mij. Daarna ben ik filmrecensies gaan schrijven voor NL20 (een gratis cultuur- en uitgaansblad in Amsterdam, dat inmiddels niet meer bestaat – red.) en ging daar ook stage lopen.

Is dat hoe je interesse in journalistiek is ontstaan?

Nou, ik heb nooit echt een bewuste keuze gemaakt. Ik heb nooit gedacht van 'ik word journalist'. Dat ging gewoon zo. Bij NL20 mocht ik op een gegeven moment lange stukken maken. Ik had een interview met Jacob Derwig gemaakt, dat werd gelezen door iemand bij Marie Claire. Die vond het een bijzonder interview en vroeg of ik wat voor hen wilde doen. Zo rol je erin. Ik werkte veel, was echt een streber. En blijkbaar was het toen niet echt gewoon om je aan deadlines te houden – één van mijn opdrachtgevers zei: 'jij kwam gewoon drie dagen te vroeg!'

Maar ik heb niks gepland. Mijn enige ding is, ik wil gewoon altijd aan het werk zijn. Ik wil niet een week dat ik niks doe. Soms moet je dan echt zelf wat verzinnen, want dan is je boek net uit en je hebt al je columns al vooruit geschreven. Ik kan mezelf twee maanden aan het werk houden door gewoon tien columns vooruit te schrijven. En dan komt er wel weer een klus, of een nieuw boek.

Je hebt inmiddels drie boeken op je naam staan en een verzameling columns. Hoe ontstond je eerste boek?

Ik schreef non-fictie als fictie op, met flashbacks, en stelde mensen allerlei rare vragen – dat vond ik leuk. Op basis van die artikelen ben ik in fictie beland: ik werd gescout door een uitgever. Ik wilde het wel al eerder, had al op mijn twintigste een boek geschreven en ook al voorgelegd, maar dat werd afgewezen. Ik was eigenlijk niet van plan om een master te gaan doen, maar ben toen begonnen aan de master journalistiek. Ik dacht gewoon: kijken of ik word aangenomen, en toen ben ik er helemaal voor gegaan.

Toen was ik twee jaar verder en werd ik door twee verschillende redacteurs gevraagd om langs te komen. En ik dacht, 'Oh god, ze willen praten!' Er was dus interesse en dan ben ik ook meteen van, supergoed voorbereiden. 'Oké, ik ga dus een boek schrijven, want daar ben ik voor gevraagd. Waar gaat het dan over?' Hoofdstukkenoverzicht, eerste twee hoofdstukken ... Dus toen ik langs ging twee weken later, had ik al een heel pakket. Zo van: dit is mijn boek. En toen was het snel gebeurd.

Heb je dat eerste boek nog gebruikt voor je debuut? Waar ging het over?

Nee, dit was helemaal nieuw. Het oude boek is ook kwijt! Ik ben blij dat ik daar niet mee ben gedebuteerd. Ik denk dat het supersaai was. Het ging over een journalist, volgens mij, die dan een regisseur ging interviewen. En daar zal ze dan wel een verhouding mee hebben gekregen ... nou, wat raar! Het was een heel boek! Ik ben in elk geval blij dat mensen streng zijn geweest. Nu kwam ik gewoon op het goede moment. Anders had ik mijn master nooit gedaan en dat is echt een van de beste dingen die me is overkomen.

Waar en hoe schrijf je? 

Thuis, in Noord. Eerst met pen en papier, aan de keukentafel. En dan typ ik het over in mijn schrijfkamer boven. Ik heb geen laptop, ook geen iPhone, niks, alleen een pruttelende computer – daar maak ik alles, heb ik al mijn boeken geschreven. Ik sta om tien uur op, 's ochtends verzin ik het meest. Dan bedenk ik: wat ga ik doen vandaag? Dan ga ik schrijven en overtypen, en dan neem ik pauze. Ga ik sporten en eten, en dan begin ik pas weer om half vijf en ga door tot zeven. Ik zit niet van tien tot zeven achter mijn computer, maar ik moet het wel volmaken van mezelf. Vroeger werkte ik elke dag, maar nu sta ik mezelf zo'n twee vrije dagen per week toe. Maar die zijn dan meestal niet helemaal vrij. Ga ik toch wat doen.

Als ik schrijf, doe ik dat echt binnen die schrijfuren. Ik ben niet iemand die plotseling een ingeving heeft. Daar word je gek van, dan moet je altijd aanstaan. Er vallen alleen dingen binnen als ik over een column aan het denken ben, en dan moet ik ze ook echt meteen opschrijven.

Wat kunnen we binnenkort van je verwachten?

Ik ben weer met een film bezig, volgende week gaan we weer praten. Voor mijn eerste film, 'Bowy is binnen', zat ik in een traject, het One Night Stand traject, en als je dan eenmaal gekozen bent, dan gaat het gewoon gemaakt worden. Nu moet het via subsidies, en dat vind ik wel aardig spannend. Het hangt van veel dingen af, wat ik best onrustig vind. Ik ben een beetje in afwachting van 'go', of niet. En verder ben ik weer korte verhalen in opdracht aan het schrijven. Essays, zomerverhalen ...

Wat wil je later worden, als je groot bent?

Ik wil dit blijven, gewoon! (lacht) Het is best lastig hoor, ik denk ook wel eens: ik zit op een zinkend schip met de boekenbranche ... Wie leest er nog boeken over twintig jaar? Maar ik kan niks anders! Dus ik blijf gewoon schrijven. Misschien wel andere dingen, scenario's bijvoorbeeld. Er zullen nog wel een tijd verhalen verteld worden, dus dat wil ik graag blijven doen.

Lees de recensie van 'Alles wat er was' hier.

hannabervoets.nl

facebook.com/AllesWatErWas

 

Coverfoto: Robin de Puy

Zijfoto: Stephan Vanfleteren

Nieuwsbrief 7/7