Dominique Goblet & Kai Pfeiffer over 'Meer als het klikt'

Interview met Dominique Goblet & Kai Pfeiffer over 'Meer als het klikt'

Bij de Antwerpse uitgeverij Bries verscheen deze week ‘Meer als het klikt’, een eerste samenwerking tussen de Duitse tekenaar Kai Pfeiffer en één van de vaandeldragers van de hedendaagse Belgische strip, Dominique Goblet. Het resultaat is een knoert van een boek over liefde, eenzaamheid en seks én dat op een wel heel originele manier tot stand kwam.

 

CE: Kai, jij woont in Berlijn en Dominique in Brussel. Het lijkt ons dan niet meteen evident om aan een gezamenlijk project te werken, zeker omdat jullie elkaar voor deze strip niet kenden.

Kai Pfeiffer: Wel, ik ontmoette Dominique inderdaad pas het jaar dat we met ‘Meer als het klikt’ begonnen. Zo’n zes weken voor de start eigenlijk, op een festival in Stockholm waar we toevallig allebei waren uitgenodigd. We toonden elkaar wat schetsen en zo ging de bal aan het rollen. Maar ik kende het werk van Dominique al langer en was een grote fan. Maar zij kende mij totaal niet. (lacht) 

CE: Dus het was door jouw initiatief dat die samenwerking er überhaupt is gekomen?

Pfeiffer: Nee nee, eigenlijk was het boek een idee van Dominique maar we hadden allebei zin om iets samen te doen. Het eerste idee was om gewoon tekeningen uit te wisselen maar al gauw bleek er meer in te zitten. Zo stelde ik voor om de pagina’s netjes in vier te verdelen. Maar ik wou ook dingen tekenen die ik normaal nooit zelf zou maken. Ik hoopte vooral op een reactie van Dominique. Ik probeerde echt in haar hoofd te kruipen. Want dit project mocht geen samenraapsel worden van twee parallelle werelden met elk een eigen stijl. Dus begon ik meer te experimenteren met stijlen, materialen,… Het enige vaste element was de strikte opdeling van de bladzijden.

Dominique Goblet: Die opdeling was de eerste spelregel van ons project, maar we zochten ook naar een manier om die tekeningen in een structuur te gieten, zonder op voorhand echt een scenario uit te schrijven. De enige thematische richtlijn - de tweede spelregel - was ‘amoureuze ontmoetingen’.

CE: Het boek druipt inderdaad van fallische symbolen, erotische passages en suggestieve afbeeldingen. Vanwaar de keuze om juist dat thema - en bij uitbreiding de zoektocht naar seks – als uitgangspunt te nemen?

Pfeiffer: Dat was eerder toevallig. Ik zocht foto’s om na te tekenen – iets wat ik normaal niet doe – en probeerde een verhaal achter die beelden te verzinnen. Ik had nog een oud pornomagazine liggen dat diende als inspiratie et voila... 

Goblet: We zochten ook een thema waarbij we genoeg konden uitwijden, we wilden niet te vlug vast komen te zitten. Van daaruit begonnen we beelden op papier te zetten tot we er telkens vier per pagina hadden. Dan stuurden we die naar elkaar op en de andere kon reageren of niet. Bij 100 vellen spraken we af om die afbeeldingen in een verhaal om te zetten. We verknipten alle pagina’s tot aparte afbeeldingen en begonnen opnieuw te puzzelen. Om alles aan elkaar te lijmen maakten we nog 50 vellen - dat werden de dialogen in het boek. Dat was nodig om de lezer toch enige houvast te bieden. Het is een beetje zoals muziek componeren: je hebt je basisstructuur eerst en daarna voeg je de nodige brugjes en adempauzes toe waar nodig.

Pfeiffer: We hebben ook veel tekeningen bewerkt - niet herwerkt. Wat je ziet in het boek is meestal de oorspronkelijke en definitieve versie.

CE: Het valt op hoe je van de ene emotie in de andere gegooid wordt. Het ene moment krijg je een gewelddadige verkrachtingscene te zien en op de volgende pagina volgt een vredig huiselijk tafereeltje. Zijn die bruuske wisselingen een gevolg van jullie cut-up techniek?

Goblet: Deels wel natuurlijk. We waren vooral bang dat de lezers niets meer gingen snappen van het verhaal nadat we al onze tekeningen in een andere volgorde hadden gezet. Maar we wilden echt een verhaal vertellen dus het mocht zeker geen cut-up à la Burroughs (notoir beat poëet, jm) worden. Kai en ik delen bovendien hetzelfde gevoel voor humor. Pagina's 16 en 17 zijn een mooi voorbeeld (waarbij de ene tekenaar bijna letterlijk de tekening spiegelt aan de andere, jm).

CE: Mogen we jullie samenwerking en manier van werken ook zien als een statement tegen de ‘mainstream’ stripwereld?

Goblet: We zijn niet tegen de mainstream maar ik heb wel na al die jaren nog altijd complexen als stripmaker. Er is nog altijd een zeker misprijzen tegenover stripmakers en onterecht. Wat wij doen is gelieerd aan hedendaagse kunst, en die scheidingslijn is niet altijd even duidelijk te onderscheiden.

Pfeiffer: We hebben ook nooit gedacht “nu gaan we dit of dat gebruiken om te choqueren”. Nee, het was echt en route dat de tekeningen ontstonden. En zeker, sommige mensen zullen wel zeggen dat 'Meer als het klikt' niet echt een strips is maar de vraag of dit nu een strip is of niet houdt ons niet bezig.

Goblet: Ik ben er juist trots op dat ‘Meer als het klikt’ ergens tussen strip, graphic novel en hedendaagse kunst zweeft. Het belangrijkste voor mij is dat het boek uitpuilt van liefde. En humor. Veel humor. (lacht) 

CE: Er valt inderdaad heel wat af te lachen. Wij waren vooral geïntrigeerd door die allerlaatste pagina: een foto van een doorsnee Vlaamse woning met in de voortuin een gigantische buxus in de vorm van een penis. Vertel!

Goblet: Dat huis bevindt zich dicht bij Zaventem en daar hebben we ooit samen gelogeerd. En allebei dachten we: dit kan niet echt zijn. (lacht) Soit, we verbleven daar enkele dagen en namen deze fot. De oudjes die daar wonen hadden ook geen flauw benul wat in hun voortuin stond. Stel je een bejaarde vrouw voor die iedere ochtend haar raam opent en recht op een gigantische penis kijkt. (hilariteit)  

CE: Tot slot: staan er nog toekomstige gezamenlijke projecten op stapel?

Goblet: De expo ‘Le jardin des candidats’ - met kandidaten waarvan er enkele in het boek voorkomen - zou misschien wel in een boek kunnen uitmonden. De meeste van die personages en hun uitspraken komen trouwens van een bestaande site, waar Kai en ikzelf ook geregistreerd zijn (voor de liefhebbers: www.mignonne.com, jm). Hilarisch wat mensen daar durven te posten.

Pfeiffer: Het is bijna poëzie.

 

Wie een voorsmaakje wil van ‘Meer als het klikt’ kan terecht op de blog van het duo.