Bregje Hofstede

Interview met Bregje Hofstede

Bregje Hofstede (1988) is geboren in Ede, maar woont tegenwoordig in Brussel. Ter gelegenheid van Manuscripta 2014 is ze eventjes in Utrecht, waar we met haar praatten over haar net verschenen debuutroman, ‘De hemel boven Parijs.’ Hoofdpersoon is Olivier Massarin, kunsthistoricus in Parijs, die in een Nederlandse uitwisselingsstudente het evenbeeld denkt te zien van zijn verloren jeugdliefde, Mathilde. Olivier en deze Fie (kort voor Sofie) raken verwikkeld in een verhouding die wordt gevormd door de herinneringen, angsten en verlangens die ze elk apart van elkaar met zich meedragen. In gesprek met Bregje Hofstede.

Hoe was het om je eerste roman te schrijven? Hoe was het schrijfproces?

Dit is eigenlijk niet echt mijn eerste roman. Ik had al eerder korte verhalen geschreven en ook een roman, maar die was uiteindelijk niet goed genoeg. Het was mijn oefenroman. Maar ik had dus wel al een keer de ervaring van zo’n heel groot project, van alles in je hoofd houden en een tijdlang denken: het wordt fantastisch, en daarna een tijdlang denken: het wordt helemaal niks. Dus dat was prettig, dat ik al een beetje wist wat ik kon verwachten, wat dat betreft.

Ik ben in 2010 begonnen aan ‘De hemel boven Parijs.’ Ik heb indertijd bijna helemaal afgeschreven wat ik in m’n hoofd had, maar toen was ik het zat. Ik vond het niet goed genoeg, het stond me tegen, en ik ben ermee gestopt. Toen ben ik korte verhalen gaan schrijven, ben afgestudeerd, enzovoorts. Na een tijd, een jaar misschien wel, kwam mijn lief het manuscript tegen op zijn computer, waar ik het een keer op had gezet om het te kunnen printen. Hij zei: ‘Hee, dit is eigenlijk niet zo slecht. Ik heb een paar bladzijden gelezen, was je dit vergeten?’ Ik ben er nog eens naar gaan kijken, en toen wilde ik toch eigenlijk wel wat doen met het concept. Toen heb ik alles gelezen wat ik had, daarna alles weggegooid (lacht), en ben ik opnieuw begonnen.  

En hoe is het om gedebuteerd te zijn?

Het is heel fijn. Ik ben gisteren al een paar boekwinkels ingelopen om te kijken of hij er lag, en dan ligt hij er (lacht), en dat is heel gaaf. Dan heb ik zin om te gaan staan wachten, te kijken of iemand hem leest, of iemand hem wil kopen. Elke keer verrast het me als ik een reactie krijg op het leesexemplaar: hebben ze het echt gelezen? Ik ben er niet bij, dus ik heb het gevoel dat het niet gebeurt, en als iemand het dan toch gelezen blijkt te hebben is het elke keer een beetje schrikken.

Het ligt misschien voor de hand om ‘De hemel boven Parijs’ als liefdesverhaal te zien, maar zie jij dat ook zo?

Het is in zoverre een liefdesverhaal dat het wel over een liefde gaat, maar één die twee slagen gedraaid is, waar allerlei herinneringen en projecties tussendoor komen. Het ging mij niet echt om het vertellen van een liefdesverhaal. Dat was meer de setting, de achtergrond.

Tijdens het lezen kwam het bij me op dat het ook zou kunnen dat Fie eigenlijk helemaal niet zo op Mathilde lijkt, dat Olivier dat alleen maar ziet omdat hij het zo graag wíl zien.

Op een gegeven moment bekijkt Fie foto’s van Mathilde, het meisje waar ze volgens Olivier zo op lijkt, en ik heb toen inderdaad gespeeld met de mogelijkheid om haar te laten denken: nou, ik vind het eigenlijk wel meevallen. Projectie is een heel belangrijk thema. Het eerste wat Olivier van haar ziet is haar silhouet, en in een silhouet is niet zo heel veel gelijkenis te zien. Dus voor een deel blijft het onduidelijk hoe exact die gelijkenis is, en in hoeverre die ook zijn wens is.

Olivier en Fie zijn heel anders, maar ze hebben gemeen dat ze behoorlijk geïsoleerd zijn. Olivier lijkt het allemaal voor elkaar te hebben maar wordt achtervolgd door herinneringen, en Fie zit in haar eentje in een vreemde stad. Was de dynamiek tussen hen lastig om te beschrijven?

Ja, dat was een van de grootste uitdagingen. Fie is heel bewust een personage waar Olivier niet heel veel vat op krijgt. Ze is ook voor zichzelf niet heel makkelijk. Ze is best bang, maar ze dwingt zichzelf bepaalde dingen te doen, ze forceert het. Eigenlijk is ze bang om naar Parijs te gaan, het lukt haar niet goed om vrienden te maken en ze heeft eigenlijk niet zo heel veel zin om zich erin te gooien, maar ze moet het van zichzelf. Het is een teruggetrokken meisje, wat ook nodig was omdat Olivier anders niet in het begin al zoveel projectie op haar zou kunnen loslaten, en het ook nooit zover zou zijn gegaan. Feitelijk is het heel moeilijk om een personage te hebben dat min of meer blanco is, voor de lezer ook. Dus dat was inderdaad heel lastig, om daar een balans in te vinden.

Ik wilde dat Fie geleidelijk te voorschijn kwam, als een polaroid. Dat de lezer langzaam zou beginnen te denken: wie is zij? Ook omdat het verhaal vanuit Olivier gezien is, en hij niet weet wie ze is. In het begin is dat ook niet zo belangrijk, omdat het voor hem vooral gaat om de beslissing die hij zelf in het verleden heeft gemaakt. Hij draait eigenlijk kringetjes in zijn eigen hoofd. Ik heb van Fie ook bewust een frêle, blond, stil meisje gemaakt, tegenover Olivier, een hele grote, luide, Franse, man-met-status. Ik wilde dat fysieke contrast hebben, wat trouwens niet per sé hoeft samen te vallen met karakter. De man, Olivier, is eigenlijk ook bang, maar dat is niet iets wat je meteen aanneemt.

Het verhaal speelt in Parijs, en de stad is ook heel nadrukkelijk aanwezig in het verhaal. Heb je overwogen om een andere stad te kiezen, of was Parijs altijd de enige mogelijkheid?

Ik heb zeker gedacht: goh, moet ik nou een roman in Parijs gaan situeren? Is dat niet een verschrikkelijk cliché? Maar het moest echt in Parijs, want het is eigenlijk de plek waar ik van gestart ben. Ik woonde daar in 2009, 2010, het moment dat ik begon met dit boek. Het viel me heel erg op dat het een stad is die leeft op vergane glorie. Parijs zit vast in de vroeg twintigste eeuw, toen het natuurlijk het centrum van de wereld was - wat het nu niet meer is. Die sfeer, die melancholie, sprak me heel erg aan en die heb ik in Olivier gestopt, daar heb ik een hoofdpersonage van gemaakt. En toen moest het verhaal eigenlijk wel in Parijs spelen.

Het was ook lastig, want Parijs is de ultieme toeristenstad. Iedereen heeft er een beeld bij, en ik wilde het beeld van Olivier, van één persoon laten zien, die bij allerlei plekken herinneringen heeft.  Wat gebeurt er als je tussen die herinneringen blijft leven? Hoe verandert die stad met je mee, of juist niet? Dat is zo’n gigantisch onderwerp, daar zou je nog wel drie boeken over kunnen schrijven.

 

Auteursfoto: Natalie Hill