Bart Proost over 'de Kleine Alexander' en zijn andere projecten

Interview met Bart Proost over 'de Kleine Alexander' en zijn andere projecten

Alexander de Grote, maar dan in’t klein. Zo kan je het nieuwste album noemen van Lommels tekenaar Bart Proost. We zijn fan van zijn unieke, dynamische en typerende tekenstijl die van deze reeks een sterke jeugdreeks maakt. Hoewel hij het tekenen combineert met een lerarenberoep, staan er nog andere projecten op de agenda.   

CE: Dag Bart, we kennen je onder andere al van de drie vorige albums van Alexander de Grote.  Waarom heb je beslist om een strip te maken over hem en niet over een ander historisch figuur?

Dat idee dateert uit mijn schooltijd. Ik zat op de Hasseltse kunsthogeschool PHL toen ik mijn afstudeerproject moest maken. Ik wilde eerst iets rond Ambiorix maken, maar dat vond ik te hard lijken op Asterix. De oudheid was mijn lievelingsperiode. De Griekse mythologie boeide mij het hardst, maar dat leek moeilijk om daar verhalen over te blijven verzinnen. Toen ging ik op zoek naar een belangrijk figuur in die periode en toen kwam ik terecht bij Alexander de Grote. Ik schreef een kortverhaal van ongeveer vijf bladzijden en dat werd op school meteen goedgekeurd. Jammer genoeg verdween dat project na het afstuderen even in de koelkast, omdat ik het te druk had met andere dingen in het leven.  

CE: Hoe ben je op het idee gekomen om er eentje te maken over zijn jeugdjaren?

Dat leek me wel eens een luchtig tussendoortje: door mezelf in te werken in het leven van Alexander – voor de hoofdreeks – had ik al wat ideetjes opgedaan.  Ikzelf heb momenteel ook jonge kinderen, ook zoontjes, dus ook op dat vlak had ik inspiratie genoeg.

CE: Verzon Barcas alle grappen?

Nee, hij had het heel druk (o.a. met andere scenario’s), maar hij schreef wel een mooi dossier op het einde. In de andere albums verzint hij het scenario en zet dat schriftelijk ook uitgebreid neer, waardoor ik me minder zorgen hoef te maken over de paginasetting. Bij dit album is het anders. De tekeningen zaten al in mijn hoofd, ik typte gewoon de dialogen even uit en zo ging ik hiermee aan de slag. Voor mij betekende dat wel meer werk, maar het idee was meestal reeds aanwezig.

CE: Beslist hij ook mee over het resultaat van de tekeningen?

Normaal wel, maar hier niet omdat ik alle moppen verzon. Soms zijn er dan wel eens discussies, maar dat komt altijd op zijn pootjes terecht, hoor! (lacht) We hebben tenslotte hetzelfde doel voor ogen.

CE: Naast Alexander de Grote deed je nog een project, ‘Alleen op de wereld’, en nu ben je ook bezig aan een ander one-shot. Kan je daar meer over vertellen?

Ik ben samen met Stijn Verhaegen, alias Verhast, bezig met Kaspar Hauser. Dat is een vrij mysterieus figuur uit Duitsland, uitgeroepen tot één van de grootste raadsels uit de 19de eeuw. In het album komt hij eerst over als verdwaasd en verwaarloosd, maar dan blijkt dat hij iedereen met verstomming weet te slaan... En meer zal je later ontdekken. Je kunt alvast een kijkje nemen op de Facebookpagina, die we hierrond maakten: https://www.facebook.com/kasparhauserstrip/

CE: Hoe belangrijk is historische correctheid voor jou?

Voor Kaspar Hauser proberen we ons voor 85% vast te houden aan de juistheid, terwijl de andere 15% artistieke vrijheid is, hoewel we dat vooral gebruiken om meer schwung te geven in ons verhaal. Zo blijkt de tijd tussen enkele feiten korter in de strip dan in het echt, dus die vrijheid dient meer voor praktische redenen.

Bij de albums van Alexander de Grote is dat totaal anders. De geschiedenis is een soort kapstok en bij die setting maken we een grapje. Veel grapjes kunnen we ook in een andere tijdsperiode plaatsen. We proberen natuurlijk wel historische feiten en mythologische weetjes te verwerken en te parodiëren in deze reeks, maar de grapjes primeren.

CE: Hoe zie je de toekomst van Alexander de Grote?

Er komt een vierde album uit. Het verhaal is geschreven en het zal gaan over de oversteek naar Troje,  in Klein-Azië. Alexander wil de Perzen een lesje leren en gaat daarom op boottocht. Het zal een odyssee worden, maar niet zoals die van Asterix. Een hele resem mythologische wezens uit de klassieke Odysee maken al zeker hun opwachting, maar het album zal iets voor 2019 worden, gok ik.

CE: Ben je ooit assistent geweest voor een andere reeks of ben altijd al hoofdtekenaar geweest?

Ik ben altijd hoofdtekenaar geweest. Toen ik net afstudeerde, solliciteerde ik wel een keer bij Studio100. Ik mocht er zelfs een derde keer gaan proeftekenen, maar ik kon op dat moment ook beginnen als leerkracht en ik zag het niet zitten om elke dag naar de omgeving van Antwerpen te rijden voor mijn werk. Ik koos dus voor het hoofdberoep van leerkracht kunstvakken, maar tussen 2000 en 2010 tekende ik in opdracht als bijberoep. Zo maakte ik in het tijdschrift Onderox regelmatig gags over een postbode in een fictief Kempisch dorp, maar na twee jaar werd die samenwerking stopgezet. Ik illustreerde ook enkele educatieve schoolboeken. Dan kreeg ik de opdracht om bijvoorbeeld zeven taartstukken te tekenen, acht muizen … financieel aantrekkelijk, maar ik beleef meer plezier aan het tekenen van mijn eigen strips. Nu beslis ik zelf wat ik teken en dat blijft natuurlijk het leukst.

CE: Wat is je lievelingsreeks?

Ik hou van stripfiguren zoals de Smurfen en van de Marsupilami. Het zijn zo’n sterke, efficiënte creaties en ze zijn lollig op verschillende niveaus. De Smurfen zijn universeel, en dat terwijl het zo’n simpele figuurtjes zijn. Ze zijn zo herkenbaar en dat maakt hen top. Ik vind dat de Minions een soort Smurfenkopie zijn: simpel, herkenbaar, grappig, een apart kleurtje en ze hebben een apart taaltje.

Ook Samber vind ik een erg goede reeks, vooral door de inkleuring. Robbedoes en Kwabbernoot vond ik ook altijd goed, vooral de albums van Franquin en het duo Tome-Janry. Tome en Janry deden hun eigen ding met het figuurtje, maar bleven toch in het verlengde van Franquin.

Toch is Slemper en Slof van Sandron en Cauvin de reeks die ik als mijn grote voorbeeld beschouw: ze zijn historisch, grappig en in een eigen tekenstijl. Ook daar weer is de geschiedenis slechts een kapstok, met heel wat ruimte voor een grappig verhaal. Ik zal nooit de meest virtuoze tekenaar worden, of een meester van duizelingwekkende perspectieven, maar ik probeer wel een stijl hanteren die mij onderscheidt van de rest.

CE: Je schreef op je website ook een open brief over het feit dat er te vaak ‘neergekeken’ wordt op jeugdstrips.

Inderdaad. De jeugd heeft andere dingen om handen ten opzichte van vroeger. Toen had je ook al wel spelconsoles, maar nu is er gewoon nog meer digitale afleiding. Denk maar aan tablets, smartphones … Maar bieden ouders hun kinderen eigenlijk nog wel strips aan, vraag ik me af?

Daarnaast ligt het volgens mij ook een beetje aan de promotionele machine rond de strip. Kinderreeksen worden weinig in de schijnwerpers geplaatst, tenzij het een primeur is. Denk maar aan de Miekes die voor het eerst hun eigen verhaal meemaakten of Robbedoes die voor het eerst door een Vlaming getekend werd. Op die manier worden ouders maar zelden ingelicht over nieuwe stripreeksen en beperken ze zich vaak tot de klassiekers, zoals Suske en Wiske, Jommeke, de Kiekeboes of Urbanus. En dat terwijl er nog zo veel goeie jeugdreeksen bestaan!

Gelukkig hebben we met Strips2Go een goede uitgever die we echt dankbaar zijn. Zo stonden we bijvoorbeeld op het stripfestival in Breda te signeren in een wel erg fraaie stand terwijl de mensen een foto mochten laten maken met een 3D-scanner. Een primeur, dus!

Maar die beurzen, da’s natuurlijk maar een onderdeeltje van het geheel: als je kijkt welke creatieve vrijheid en welke ondersteuning we momenteel krijgen bij onze uitgeverij, dat is een luxe. Een online publicatie, een eigen hobbylijn, merchandise, 3D-poppetjes, mini-boekjes … We zijn uitgever FindIt/Strips2Go dan ook enorm dankbaar!

Maar het komt van twee kanten: we mogen wel stellen dat we de voorbije jaren echt ambassadeurs zijn geweest voor de uitgeverij. Zo zijn we enorm actief op facebook en online en zetten we onze reeks en ons figuurtje ook voortdurende onder de aandacht met educatieve huurexpo’s, stripfestivals, wedstrijden en ga zo maar door.

Bovendien: zowel Strips2Go als wijzelf zijn erg ambitieus: we hebben nog van alles in de pijplijn zitten, let maar eens op. (lacht)

CE: En wat zijn de eerstvolgende projecten dan, voor jullie?

Wel; een beperkte signeertournee door Nederland en Vlaanderen & vooral ook de officiële boekvoorstelling op 8 december, die samenvalt met de opening van onze vernieuwde Alexander-expositie die tot februari te bezoeken zal zijn in Neerpelt. Grappig detail: de expo gaat door in de prachtige, 100 jaar oude kapel van het Sint-Hubertuscollege. Een kapel waar ik eveneens ben getrouwd en waar mijn kinderen zelfs zijn gedoopt: het is dus niet meer dan passend dat we daar ‘De Kleine Alexander’ ook boven het doopvont houden. (lacht)

En daarna? Wie weet… (knipoogt)

CE: Hartelijk dank voor dit interview, Bart, en nog veel succes met je andere projecten!

Meer info:

https://www.facebook.com/alexanderdegrotestrip

https://alexanderdegrote.com/