Bart Proost, Criva, Verhast & 'Kaspar Hauser'

Interview met Bart Proost, Criva, Verhast & 'Kaspar Hauser'

Wat hebben een West-Vlaamse Gentenaar, een Kempense Lommelaar en een Oost-Vlaamse Tongenaar met elkaar gemeen? Het zou het begin van de ideale cafémop kunnen zijn, maar het antwoord is nog verrassender. Alle drie delen ze een passie voor strips, romantiek en Kaspar Hauser. Wie? Kaspar Hauser, één van Duitslands grootste mysteries. Het publieke leven van de jongen begon op Pinkstermaandag 1828. Toen strompelde de tiener plots door de straten van het Beierse Neurenberg. Hij kon nauwelijks lopen, kon slechts twee zinnen spreken en was bang van licht, maar hij kon zijn naam schrijven, was intelligent én hij was prima verzorgd. Al snel bleek dat Kaspar jarenlang in een kleine kelder opgesloten was geweest. Door wie? En waarom? Was Kaspar een ongewenst kind, een onhandelbare autist of was het beroemde Kind van Europa toch een ordinaire oplichter?

Tekenaar Bart Proost ('Alexander de Grote', 'Alleen op de wereld'), inkleurder Criva ('Jorikus Magnus') en scenarist Verhast ('Jorikus Magnus') beten zich vast in het onderwerp en verrassen ons vandaag met de prima strip 'Kaspar Hauser'. Hoog tijd voor een flinke babbel!

Cutting Edge: Hoe komt het dat een West-Vlaamse Gentenaar, een Kempense Lommelaar en een Oost-Vlaamse Tongerenaar met elkaar in zee gaan voor een stripverhaal?

Verhast: Criva (red. Chris van Brussel) en ikzelf maken al enkele jaren de historische fantasystrip 'Jorikus Magnus' en tijdens een van de vele promotionele signeersessies op stripfestivals zijn we tegen het imposante lijf van Bart Proost gelopen. Tegen alle verwachtingen in vond Bart ons sympathiek en zijn we beginnen praten. Al snel bleek dat we een gezamenlijke voorliefde hebben voor de Duitse romantiek van begin jaren 1800, tsja, over wat praat een mens zoal... Het intrigerende verhaal van Kaspar Hauser kwam al snel naar boven drijven.

CE: Ik had persoonlijk nog nooit van Kaspar Hauser gehoord. Hoe heb jij die leren kennen?

Proost: Kaspar Hauser was ooit het antwoord op een quizvraag. De vraag op zich was zo intrigerend dat ik nog diezelfde avond naar Wikipedia surfte om meer over dat personage te weten. Hoe meer ik las, hoe vreemder het werd.

CE: Toen heb je scenarist Verhast (Stijn Verhaeghe) besmet?

Proost: Neen. Het verhaal heeft zeker tien jaar in mijn achterhoofd gezeten. Na 'Alleen op de wereld' (red. Proosts bewerking van het bekende Remi-verhaal van Hector Malot) en enkele 'Alexander de Grotes' wou ik opnieuw iets maken in de 'Alleen op de Wereld'-stijl. Door één of andere bizarre hersenkronkel kom ik dan altijd uit op die Duitse periode… en dus ook bij Kaspar Hauser. Op het bekende stripfestival van Veldhoven, Nederland, leerde ik Chris en Stijn (Stijn Verhaeghe, Verhast) kennen. Voor ik het wist, had ik een scenarist te pakken die perfect kon neerschrijven wat ik al lang wou tekenen.

Verhast: Toch liet je niet onmiddellijk het achterste van je tong zien, hé.

Proost: Inderdaad, ik wou niet dat iemand met het idee ging lopen. Ik had Stijn gemaild dat ik iets wou tekenen over een negentiende-eeuwse Duitse figuur…

Verhast: … en op een of andere manier reageerde ik op zijn mail met een verwijzing naar Kaspar Hauser. Zo voelde Bart zich waarschijnlijk verplicht om met mij samen te werken (lacht).

Proost: Dat viel wel mee (lacht). Als leraar Duits met een voorliefde voor filosofie, geschiedenis én Kaspar Hauser was Stijn de autoriteit die ik zocht.

CE: Toen ik de strip een eerste keer las, was ik overweldigd door het verhaal van Kaspar. Het is zo breed, zo alomvattend. Het verhaal is een eclectische mix van detective, biografie, filosofie en een forse scheut drama geworden. Welk onderdeel vonden jullie het belangrijkst?

Verhast: Als scenarist werd ik vooral geraakt door het dramatische aspect. Wat voor mens was Kaspar? Hoe gedroegen de mensen rondom hem zich? Kaspar is zo’n beetje een spiegel van hoe wij naar onszelf kijken. Voor mij was vooral de filosofische antropologische kant belangrijk.

CE: Was dat ook uw wens, Bart?

Proost: Ja. Het is ons om de mens Kaspar Hauser te doen. Hoe kan men een kind zo’n gruwel aandoen? Die jongen werd opgesloten tot zijn zestiende in een donker hok en mentaal tot het uiterste gedwongen. Ook mijn 'Alleen in de Wereld' draait rond het vermoorden van die kinderlijke onschuld. Hoe die pleegvader zonder scrupules Remi kon verkopen… Dat is toch heel zwaar.

CE: Jullie antwoord verrast me. Het verhaal begint wél met een raamvertelling waarin de criminoloog Anselm Feuerbach het mysterie Kaspar Hauser wou ontrafelen. Dat is puur detective!

Verhast: Het is dubbel. Enerzijds was die insteek perfect om de lezer bij de keel te grijpen. Anderzijds kon ik zo de link leggen dat de bekende filosoof Ludwig Feuerbach via zijn vader-criminoloog in contact zou zijn geraakt met Kaspar Hauser. Doordat Kaspar geen enkel religieus gevoel had en zonder dogma’s over beschaving, cultuur en godsdienst praatte, zou Ludwig dan uit die gesprekken zijn inspiratie gehaald kunnen hebben voor zijn bekende links-Hegeliaanse projectieleer. Zij zeggen onder andere dat de mensen God hebben geschapen in plaats van het omgekeerde christelijke uitgangspunt.

CE: Je hebt dus geen bewijzen gevonden dat die ontmoeting effectief zou zijn gebeurd?

Verhast: Neen, maar qua tijd en familieband zou het wel kunnen! Ludwigs vader die frequent Kaspar ondervroeg, werd vermoord terwijl hij bezig was met zijn onderzoek. In de nasleep hiervan zou Ludwig Kaspar kunnen hebben ontmoet. Ik vond het alleszins een leuke gedachte dat die bizarre jongen de echte grondlegger zou kunnen geweest zijn van deze belangrijke filosofische stroming.

Proost: Deze artistieke vrijheid hebben we ons toegeëigend (lacht).

CE: Op een moment kreeg ik het gevoel dat de hele zaak een afschuwelijk psychologisch experiment was in de verlichte geest van Jean-Jacques Rousseau. Je sluit iemand jaren op en je ontneemt hem elke vorm van cultuur, godsdienst en beschaving. Na zestien jaar heb je dan een soort naïef, blanco vel waar een stel filosofen kon op loosgaan.

Verhast: In de klassieke oudheid heeft een Frygische koning dat al eens geprobeerd. Om te weten wat de oudste taal ter wereld was, isoleerde hij enkele kinderen, met hen praten mocht niet. Tot zijn tevredenheid bleek de oudste taal ter wereld het Frygisch te zijn want die kinderen zeiden Beikos wat melk betekende. Achteraf bleek dat die kinderen gewoon het geluid van de schapen imiteerden. Onrechtstreeks is dit het antwoord op je vraag. Kan je een mens eigenlijk compleet isoleren? Toen ze hem vonden, kende Kaspar een tweetal zinnetjes die hij steeds maar herhaalde. Hij had kleren aan, zijn haren en nagels waren geknipt. Het was dus zeker geen Beierse Mowgli. Iemand moet hem jarenlang hebben verzorgd. Kaspar leefde niet in een complete afzondering, maar niettemin was zijn menselijkheid ernstig beschadigd door die emotionele isolatie.

Proost: Uit alles blijkt dat Kaspar pas als vierjarige kleuter werd opgesloten. Hij kon toen al wat wandelen en praten. Veel maakt het niet uit, voor die jongen moet dit onmenselijk geweest zijn. Toch geloof ik niet in de piste van het zogenaamde psychologische experiment. Van zodra Kaspar zich dingen begint te herinneren, komen de aanslagen op zijn leven. Iemand wou hem dood en zo zijn we toch weer bij het detectiveaspect. Als je het verhaal voor het eerst hoort, stelt iedereen zich de waarom-vraag, ik ben er zelf ook zo ingerold. Intussen hebben Stijn en ik veel te veel films, documentaires en boeken doorworsteld, waardoor de whodunnit ons minder begon te boeien. We bleven ons wel steeds meer afvragen wat dit allemaal doet met een mens. Dat is en blijft ons hoofdthema.

CE: De verschillende moordaanslagen vormen een soort rode draad in de strip. In de strip stierf Anselm Feuerbach doordat hij te dicht bij de waarheid kwam. Was dit echt zo of dichterlijke vrijheid?

Proost: Zoals alles bij Kaspar Hauser is niets zeker of duidelijk. Wij hebben ons gebaseerd op het intussen geaccepteerde verhaal van de prinsentheorie. Anselm Feuerbach was die piste toen al op het spoor gekomen en had die compromitterende waarheid zelfs luidop verkondigd. Dat zal hem wel zijn leven gekost hebben.

CE: Wat bedoel je precies met de prinsentheorie?

Verhast: Dat is een lang en ingewikkeld verhaal. Voor velen is Kaspar Hauser vooral een politiek verhaal, maar voor ons helemaal niet. Het zou de strip te complex maken.

CE: Kan je die politieke piste toch even kort schetsen?

Verhast: Hertog Karl von Baden die gehuwd was met een nicht van Napoleon, had twee kinderen. Ze hadden twee zootjes en die zijn allebei gestorven... Of dat wou men de wereld toch wijsmaken. Het echte slachtoffer zou een kindje van een dienstmaagd geweest zijn. De ware afstammeling, onze Kaspar Hauser, werd ontvoerd. Van zodra de peuter te mondig werd, werd hij geïsoleerd in een kooi gestopt. De opdrachtgever zou Karels verwante, de gravin van Hochberg, geweest zijn. De gravin had zo de weg vrij om haar kinderen te piloteren richting het latere koningschap, dit is nog maar het topje van de politieke ijsberg.

Proost: Je vergeet nog een serieuze angel. De gravin is op een bepaald moment de controle over het kind kwijt. Kaspar zou dan in handen terecht gekomen zijn van het vorstendom van Beieren, zij zouden hem als zestienjarige vrijgelaten hebben als een soort van dreigement. Toen de jongen zich teveel begon te herinneren, lijkt het erop dat het hof van Baden hem definitief uit de weg heeft geruimd, maar dat is allemaal giswerk.

CE: Bestaat er DNA van Kaspar? Dit zou een ideale cold case kunnen zijn!

Verhast: Dat is al gebeurd. Ferm tegen de zin van het huis Baden, besloot het tijdschrift Der Spiegel in 1996 het bloed in de onderbroek van Kaspar te onderzoeken. Het DNA-onderzoek toonde geen enkele link met de Baden-bloedlijn aan, maar experts hebben nadien bewijzen gevonden dat het bloedstaal onbetrouwbaar was. Medewerkers van het Kaspar Hauser-museum zouden in de loop van de jaren de verbleekte bloedvlek hebben aangelengd met andere bloed. In 2001 maakte de tv-zender Arte een nieuwe reportage over het mysterie van het Kind van Europa. Toen hebben ze in drie aparte, onafhankelijke universiteiten een nieuw DNA-onderzoek uitgevoerd, maar nu op basis van haren die men 100% zeker aan Kaspar kon toewijzen. Dat DNA bleek voor 99,50% overéén te stemmen met de familie rond Stephanie de Beauharnais, de gravin van Baden én nichtje van Napoleon. Die familieband was de reden waarom ook de Engelsen bang waren van Kaspar. Het kereltje zou zomaar de revolutionaire Napoleontische gevoelens weer kunnen doen opflakkeren. Ene Lord Stanhope speelde hierna voor de Engelsen ook een vuil spel… Ach, ik zal maar stoppen. Heel dat politiek kluwen zou een totaal andere strip opleveren. De oplossing gaan we toch nooit vinden en het is veel leuker om enkele van die vragen voor te schotelen aan de lezers.

CE: Kaspar Hauser is ook een biografische strip. Dat impliceert onbewust dat de ene levensfase al wat spectaculairder is dan de andere. Hoe hebben jullie de verschillende hoofdstukken of levensfases geselecteerd?

Proost: Stijn heeft elk hoofdstuk apart geschreven en me die bezorgd. Die selectie was relatief simpel. Elk opvanghuis waar hij verbleef na zijn vrijlating leidde een andere levensfase voor Kaspar in, steeds met een totaal andere invalshoek voor die jongen. Het ene moment was hij het onderwerp van een sociologisch onderzoek. Het andere moment beleefde hij pure horror toen men hem wou vermoorden. Wat later mocht de jongen weer op een kinderlijk manier de wereld ontdekken. Wij hebben ons doelbewust beperkt tot een handvol hoofdstukken. Als je de film ‘Het enigma van Kaspar Hauser’ door Werner Herzog bekijkt, word je twee en halfuur meegesleept in een rollercoaster van bijzonderheden, maar dat was ons teveel van het goede.

CE: Als tekenaar moet zo’n biografische invalshoek toch niet zo eenvoudig zijn. Een moordpoging tekenen lijkt me spannender dan een filosofische overpeinzing.

Proost: Dat viel wel mee. Als de strip te veel richting sprekende hoofden afdwaalde, belde ik naar Stijn en zochten we een nieuwe, visueel interessantere invalshoek. Zo is die biljartscene in het verhaal terechtgekomen. Om de spanning erin te houden, heb ik dan mijn camera rond de tafel laten gaan. Ik vond die pagina’s uitdagender om te tekenen dan de moordscene.

CE: Ik volg je volledig. De biljartscene is het verrassende hoogtepunt van de strip.

Verhast: Ja? Daar ben ik echt blij mee.

Proost: Tof om te horen. Ik heb uren biljarters opgezocht op het internet om maar de juiste poses te vinden.

Criva: Ik vond die ook het leukste om in te kleuren.

CE: Waarom stopt het verhaal bij de dood van Kaspar? De onderwijzer Meyer waar Kaspar toen bij inwoonde, speelde daar in de hele nasleep toch nog een opvallende rol met zijn verklaring dat Kaspar Hauser zelfmoord had gepleegd. Iets wat technisch echt niet kon.

Verhast: Nogmaals, onze focus lag volledig op de mens zelf en op zijn openbaar leven. Eigenlijk hebben we het bijbelprincipe gehanteerd: ook Jezus leefde dertig jaar in anonimiteit om dan drie jaar lang in volle openbaarheid te leven. Wat na zijn dood gebeurde met de ontwikkeling van het christendom, interesseert de meeste gelovigen tot op vandaag niet. Die parallel hebben we er toch ingestopt. De lange gevangenisjaren hebben we samengevat op een paar pagina’s. De politiek hebben we volledig geschrapt, maar de zaken die Kaspar als mens hebben gevormd, hebben we goed uitgewerkt. Wat na Kaspars dood gebeurt, is voor ons een totaal ander verhaal.

Proost: De parallel met Jezus gaat nog verder, Kaspar stierf bijvoorbeeld aan de voet van een kruis. Vergeet ook niet dat het mysterie Kaspar Hauser in die tijd alom gekend was. Hij was hét beroemde Kind van Europa. Voor de ene was hij een bedrieger of een circusattractie, maar voor vele anderen was hij het symbool van absolute puurheid. Hij had geen erfzondes doordat hij nog niet besmet was door de maatschappij. Daardoor dichtte men hem ook allerlei gaves toe. Zo beweerde men dat dieren niet bang van hem waren.

Hij werd beschouwd als de ultieme noble sauvage, het ideaalbeeld van de naturalist Rousseau. Kaspar was het toenmalige ideaal van de Duitse romantiek. Veel Europeanen wilden hem dan ook in levenden lijve zien wat dan weer zorgde voor een bloeiend Kaspar-toerisme. Om de jongen wat te beschermen, hebben ze hem in verschillende opvanggezinnen ondergebracht. Een van die was bij de strenge leraar Meyer en die had dan weer connecties met Lord Stanhope, wat ons terug op de Napoleontische moordpiste brengt. Dat verhaal werd en wordt dan weer categoriek door de Engelsen ontkend. Ook vandaag nog eindigt elke Engelse publicatie altijd met het zinnetje: Kaspar Hauser was een bedrieger.

CE: Toen ik de strip de eerste keer las, dacht ik net hetzelfde! Kaspar kon toch een fantast of een bedrieger geweest zijn? Iemand moet toch zijn nagels geknipt hebben, enzovoort. Hij moest 'gewoon' maar wat geheugenverlies veinzen om met verve zijn rol te kunnen spelen.

Verhast: Waarom zou men hem dan willen vermoorden? Waarom had hij dan een vaccin tegen de pokken gehad? Een banale vondeling of avonturier kon die niet betalen! Bovendien moet het niet gemakkelijk geweest zijn om heel lang niets te zeggen behalve die twee zinnetjes. Hij kreeg ook geen erectie ondanks de vele vrouwelijke interesse. Als je echt een bedrieger bent, dan zou je daar toch wel op ingaan (lacht).

CE: Misschien was hij homoseksueel?

Verhast: Ook niet. Die jongen was volledig aseksueel.

CE: Werd de piste autisme ooit onderzocht?

Verhast: Jawel. Het kan zijn dat dergelijke kantjes zijn versterkt geweest door zijn jarenlange isolatie. Ook lichamelijk heeft hij daar onder geleden. Zo was zijn groei vertraagd door de opsluiting en een eenzijdig dieet van water en brood. Vlees eten lukte hem bijvoorbeeld niet. Hij kreeg er steeds krampen van. Een pure bedrieger kan niet zo fysiologisch reageren of dat denk ik toch.

CE: Hebben jullie nog extra drama toegevoegd? Volgens mr. Wikipedia was de laatste zin die Kaspar uitsprak: 'Ik heb het zelf niet gedaan'. De laatste woorden van Kaspar in de strip spraken een verlangen naar zijn vader uit. Veel pakkender!

Proost: Die sterfscene hebben we inderdaad gedramatiseerd. Ik heb ervoor zelfs naar Stijn gebeld of hij onze held aub niet met een vingerknip in een enkel kadertje wou laten sterven. Stijn heeft de scene dan herschreven. Uiteindelijk is de hele slotscene een mooi hoofdstukje geworden.

Verhast: Ik wou er geen whodunnit van maken. Wie hem vermoord heeft, interesseert ons niet. Zijn historische laatste woorden zijn een verarming van zijn al bij al mentaal rijke openbare leven.

Dat menselijke aspect weerspiegelen wij ten volle in zijn of onze laatste woorden. Bovendien was het opnieuw een mooie gelegenheid om Feuerbachs projectieleer erin te smokkelen. Kaspar zocht in zijn leven naar bescherming, beschutting en een echte vaderfiguur. Hiermee benadrukken we nogmaals dat hij een mens was zoals ons allemaal.

CE: Nog iets vreemds. Toen ik de strip las, merkte ik op dat de persoon die Kaspar voedde en vrijliet er exact hetzelfde uitzag als degene die hem vermoordde. Ben ik misleid geweest?

Proost: Het is geen grafisch toeval. Beide figuren lijken heel hard op elkaar omdat we zo het mysterie vergroten. In werkelijkheid waren dit bijna zeker twee verschillende personages maar voor Kaspar zelf was dat één pot nat. Voor hem was dat 'de man'. De mens waar Kaspar in zijn leven het meest van heeft gehouden, was net die gemaskerde man die hem eten bracht, hem leerde schrijven en hem uiteindelijk in leven hield.

CE: Net zoals een ganzenkuiken blindelings het eerste wezen volgt dat hij ziet als hij uit het ei komt.

Proost: Inderdaad. Dat was ook de reden waarom Kaspar herhaaldelijk zegt dat hij terug wil naar 'de man'. Die kooi is jarenlang zijn veilige haven geweest. Kaspar kon die man ook niet beschrijven.

Verhast: Hij zou ook nooit zijn gezicht gezien hebben. Zijn eten werd gewoon binnengeschoven in zijn cel. Als zijn haren of nagels geknipt moesten worden, werd hij steeds verdoofd via dat voedsel en zo blijf ik maar terechtkomen bij de filosofie van Feuerbach. Die hele opsluiting is één grote baarmoederscene. Alles wordt voor je gedaan terwijl je zelf opgesloten zit in een beschermend donker hol. Beangstigend maar eveneens veilig, pure religie. (stilte) Kaspar Hauser is het verhaal van een mens die op zoek is naar zekerheden die hij nooit meer zal terugvinden.

CE: Op de cover staan drie namen. De scenarist en de tekenaar, maar ook de inkleurder. Als je het album doorbladert, begrijp je meteen waarom. Deze inkleuring zorgt duidelijk voor een 1+1=3-verhaal. Chris, hoe ben jij bij dit project betrokken geraakt?

Criva: We hebben elkaar leren kennen toen we beiden aan het signeren waren op het stripfestival van Veldhoven. Al snel hadden we het over de technische kant van het striptekenen en zo hielden we contact. Jaren later zagen we elkaar opnieuw op dat festival. Bart had toen net een geanimeerd gesprek gehad met zijn uitgever Martin Claeys. Die stond erop dat Kaspar Hauser ingekleurd zou worden.

Proost: Ik was dat eigenlijk helemaal niet van plan. Ik had een zwartwit strip voor ogen. Speciaal daarvoor had ik mijn tekeningen expressiever gemaakt met extra zwarte rasterlijnen. Zo refereerden ze nog meer naar die gekende, contrastrijke Duitse houtsneden. Martins duidelijke eis had ik niet voelen aankomen en ik sprak erover met Chris.

Criva: Toen stelde ik voor dat ik dat zou inkleuren. Vijf minuten nadien, had ik er al spijt van (lacht). Neen, ik vond het enorm fijn om te doen. Het was voor mij de ideale afwisseling voor het intensieve werk aan mijn eigen reeks Jorikus Magnus.

CE: De eerste pagina’s zijn extreem donker. Dat kon ook moeilijk anders want Kaspar zat opgesloten in een duistere cel. Naarmate Kaspar meer begon te leven, sijpelde er ook meer kleur in de tekeningen. Klopt mijn redenering?

Criva: Absoluut. Ik wil met kleuren emoties op te roepen. Als het spannend wordt, wordt het rood. Wordt het net afstandelijk, dan komen de blauwtinten naar boven. Als iemand wordt vergiftigd, haal ik zonder schroom het groen boven. Ik vind dat gewoon superleuk om te doen. Het inkleuren is voor mij even belangrijk als het tekenen.

CE: Gaf Bart je kleuradvies?

Criva: Neen. Hij heeft me he-le-maal vrijgelaten. Ik mocht volledig mijn eigen ding doen. Zalig!

Proost: Het is allemaal een kwestie van vertrouwen. Vier jaar geleden vind ik Stijn in onze gemeenschappelijke liefde voor Kaspar Hauser. Plots ziet hij die geweldige link met Feuerbach en het gaf de strip een geweldige meerwaarde. Dan moet je iemand vrij spel geven. Stijn verraste me ook met de verleidingsscene van dame Bieberbach. Geweldig! Het is ook allemaal zo raar gelopen. Ik heb aan Kaspar Hauser, tussen mijn andere strips door, dik twee jaar getekend. Al die tijd zijn we van een expressieve zwartwit strip uitgegaan. Plots moest het anders maar ik ben geen inkleurder. Dat is gewoon mijn ding niet. Amper een halfuur na de – overigens terechte - eis van de uitgever om de strip alsnog in te kleuren, vind ik al een colorist en wat voor een. Toen ik de eerste platen zag, was ik meteen verkocht. Dit was het, alles klopt nu. Het is alsof alles zo moest lopen. Iedereen heeft in alle vertrouwen zijn eigen ding kunnen doen en uiteindelijk blijkt de strip meer te zijn dan de som van de afzonderlijke delen. Of niet soms?

CE: Absoluut! Jorikus Magnus is volledig digitaal getekend en ingekleurd. Dit lijkt me hier toch oldschool handwerk?

Criva: Inderdaad. Het aquarelleren begon als een experiment. Het voelde zo goed om weer eens wat verf, een penseel en echt papier te voelen dat ik er gewoon mee door ben gegaan.

CE: Op de allereerste pagina zie je ook een wat uitgelopen verfdruppel. Op andere pagina’s heb je dat niet.

Criva: … of minder. (lacht)

CE: Was dat een statement om te tonen dat je het album handmatig hebt ingekleurd?

Criva: Neen helemaal niet. Ik heb de pagina’s zelfs niet chronologisch ingekleurd. Die pagina bijvoorbeeld heb ik pas in december ingekleurd. Het was enorm boeiend om te mogen werken met Barts tekeningen. In Kaspar Hauser is Bart meer dan ooit de lijnenman en ik ben net het tegenovergestelde. Het tweede deel van Jorikus Magnus was zelfs volledig zonder lijnen getekend. Intussen ben ik daar wat van teruggekomen. Een zwart randje rond de figuur mag weer (lacht).

Sinds vorig jaar volg ik opnieuw tekenles op de lokale academie en iedereen blijft me zeggen dat ik niet teken maar boetseer. Ik denk in 3D. Voor mij was Kaspar Hauser een continue strijd om die tekeningen vol massa en zware lijnen te verzoenen met mijn inkleuringsstijl. Soms zitten Barts schaduwen en arceringen in een andere richting als de mijne. Omdat het geheel er vormelijk sterker uitkwam, heb ik hem die enkele keren toch maar overruled. Sorry, Bart (lacht).

CE: Het kan dan bijna niet anders of de 3D-cover is van jouw hand?

Criva: Bart heeft de cover getekend én ook geïnkt met zijn typische lijnvoering, maar ik bleef erop vastlopen. Uiteindelijk heb ik Barts oorspronkelijke potloodtekening gevraagd. Die tekening heb ik dan digitaal getemperd tot een schilderij.

Het eindresultaat kwam zo heel dicht bij het werk van de Duitse schilder Caspar David Friedrich die Bart en ikzelf zwaar bewonderen. Hij schilderde heel vaak zijn figuren vanop de rug terwijl die tuurden naar een gigantisch landschap. Onze cover is een onverholen eerbetoon aan hem.

CE: Waarom heb je de 3D-stijl niet doorgetrokken over het volledige album?

Proost: Omdat die zestig pagina’s al volledig geïnkt waren. We konden toch niet herbeginnen!

Criva: Vergeet ook niet dat dit enorm arbeidsintensief is. De 3D-inkleuring is de hoofdreden waarom het zo lang duurt alvorens je het vervolg van Jorikus Magnus kan lezen. Vandaag is het tekenwerk op enkele scenes volledig af en ook de inkleuring schiet op.

CE: Bart, Je bewerking van Remi, 'Alleen op de Wereld', kan je ook in hetzelfde tijdvak situeren. Ben jij een verborgen romanticus?

Proost: (lacht) Een Duits romanticus toch. Ik houd echt wel van die hele kunststroming. Als je de achterflap van 'Alleen op de Wereld' bekijkt, zie je Remi met zijn geitje op de bergflank staan. Ook dit is een eerbetoon aan Caspar David Friedrich. Ik ben zwaar fan... Het is heus geen toeval dat mijn oudste zoon ook Casper heet.

CE: In 'Alleen op Wereld' gebruik je zwarte bladzijden en plaats je daarop je kaders. In 'Kaspar Hauser' is de achtergrond wit én zijn de kaders niet afgelijnd.

Proost: Dit was een beslissing van ons drieën. Met een zwarte achtergrond, wat ik eerst voorstelde, zou de strip te zwaarmoedig worden. Enkel bij flashbacks, grijpen we nog even terug naar een grijs geschilderde of zwarte achtergrond. Het weglaten van de randjes was een ideetje van Chris, hierdoor werd het geheel veel minder zwaar. We mochten niet in de val trappen om dit mooie verhaal te verpakken in de somberste tekeningen ooit.

CE: Even opvallend is dat je consequent kiest voor een klassieke paginaopbouw. Ook je personages blijven netjes in hun kader. Was dit om de leesbaarheid te bevorderen?

Proost: Het is vooral een persoonlijke smaak. Barcas, de scenarist van mijn humoristische Alexander De Grote-strips, wil soms al eens graag dat ik uit de kaders breek. Ik zie dat zelf niet zo graag, ik kan het niet uitleggen. Ik krijg het gewoon als ik een hedendaagse strip lees waar alles door elkaar loopt. De autist in mij wil dan roepen dat ze gewoon moeten blijven staan in hun kadertjes (lacht).

CE: Toch is er één pagina waar Meyer je persoonlijk aankijkt en zijn vinger naar je richt. Heel confronterend.

Proost: Zo moet Kaspar Hauser zich ook gevoeld hebben. Die Meyer was een strenge, benepen schoolmeestertje die Kaspar kort hield. Het was er helemaal anders dan bij zijn vorige woonst waar Kaspar ontdooide bij professor Daumer.

Verhast: Hier heb je weer de verschillende godsbeelden. Daumer is de liefhebbende beschermer: de vaderfiguur. Meyer is de personificatie van de bestraffende God die alles ziet en controleert. Op het moment dat Kaspar voor de eerste keer liegt, zie je Meyer ontploffen, voor mij is dat uiterst symbolisch. Op die pagina sterft de onschuldige, pure Kaspar, want pas als je liegt, word je mens. Liegen is het toppunt van abstract denken en uit dat abstract denken ontstaat volgens Feuerbach weer religie. Zo zijn we weer rond.

CE: Even opvallend zijn de ogen van Kaspar. In zijn onschuldige jaren teken je hem consequent met ronde, doffe ogen. Precies een Playmobil-mannetje. Later komt er leven in die ogen.

Proost: Dat klopt volledig. Kaspar ontwaakt via zijn ogen, ook de inkleuring van Chris biedt extra tegengewicht voor mijn wat kinderachtige tekenstijl. In 'Alleen uit de wereld' ziet mijn Remi er ook heel kinderachtig uit. Dat is heel bewust. Ik hou van die ogenschijnlijke naïeve onschuld, maar als je dan dieper graaft, komt de rest naar boven.

In muziek heb ik dat ook graag. Soms neurie je mee met een vrolijk deuntje, maar als je dan naar de tekst begint te luisteren…. Paul Heaton of Morrissey zijn daar meesters in. Mijn strips zien er heel toegankelijk en vrolijk uit maar als je ze begint te lezen, dan moet je je mening vaak bijstellen. De Engelsen hebben daar een prachtig woord voor: bittersweet, bitterzoet.

CE: Kaspar Hauser is opgedeeld in verschillende hoofdstukken, elk met een apart thema en ander ritme. Hoe behield je het overkoepelend ritme?

Proost: Dat was niet gemakkelijk. Het scenario krijg je binnen per hoofdstuk. In het totaal heb ik er twee-en een halfjaar aan getekend, hoofdstuk per hoofdstuk. De inkleuring nam ook een klein jaar in beslag. Het heeft dus wel eventjes geduurd en toch moet je het overzicht bewaren. Als lezer voel je de dat elk hoofdstuk haar ritme heeft, een moordaanslag is anders dan een biljartscene.

Criva: Elk hoofdstuk heeft ook zijn eigen kleur. Om het ritme te stuwen, heb ik elk hoofdstukje een ander kleur gegeven. Soms is dat heel hevig, soms kalm. Dat leesritme is enorm belangrijk voor me.

Verhast: Ik vind het bijvoorbeeld enorm belangrijk dat er rustige momenten inzitten. Als je naar een showcase van Dimitri Vegas en Like Mike gaat, val je van de ene climax in de andere. Uiteindelijk wordt dit één grote mediocriteit. Je kan maar spannende stukken hebben als je ook tragere stukken hebt. Daarom vond ik het ook belangrijk om het ritme wat te vertragen met juist gedoseerde filosofische opmerkingen. De volgende pagina kan je dan weer ontploffen met een moordpoging. Afwisseling is essentieel. Alleen maar filosofie zou saai zijn. Het was niet onze ambitie om van Kaspar Hauser de Dimitri Vegas van de wijsbegeerte te maken.

Criva: Beroepsmatig ben ik architect en ik volg Stijn hier volledig in. Vorig jaar mocht ik een deel van een Tongers museum (het prachtige Teseum) herinrichten. Op bepaalde plaatsen moet je saaiheid creëren om dan achter het hoekje weer te gaan knallen. Dit kan perfect met licht en schaduwen. Het is net de schaduw die de belichting sterker maakt. Met het schaduwspel van mijn inkleuring wou ik Barts tekeningen boeiend maken. Donker, licht, spanning en saaiheid zijn allemaal even belangrijk.

CE: Chris, je bent zelf tekenaar. Was het moeilijk om aan de zijlijn te staan?

Criva: Absoluut niet. Ik vond het juist enorm plezant. Meer nog, ik wil dit nog doen. Ja, dit is dus een open sollicitatie (lacht).

CE: Waarom wilden jullie absoluut een strip rond Kaspar maken? Waarom pakweg geen geïllustreerd boek?

Proost: Omdat Kaspar Hauser nog nooit in dat medium is opgedoken. Er bestaan talloze boeken, documentaires, toneelstukken en films over hem. Ook muzikaal inspireerde hij. Er bestaat een Duitse rockband met de naam Kaspar Hauser. En niemand minder dan Vitalic componeerde de soundtrack voor de bekroonde film ‘The legend of Kaspar Hauser’ (2012). In het lichtere genre heeft Suzanne Vega er zelfs een nummer over geschreven. (red. 'Wooden Horse, Caspar Hauser’s song'). Enkel in strips kwam hij nog niet voor.

Verhast: Dat komt volgens mij omdat strips in Duitsland minder populair zijn dan in de lage landen.

CE: Het is anders, maar er worden daar ook strips gemaakt, gekocht en gelezen. Dat opent toch commerciële perspectieven voor een eventuele Duitse vertaling?

Verhast: Dat is zeker de bedoeling maar we kennen helaas 0,0 van de Duitse markt. Ook onze uitgever is er niet echt in thuis.

Proost: We moeten dit toch wel doen! Alleen ben ik wel wat bang voor het onbekende. De figuur Kaspar Hauser is een begrip in Duitsland, maar we weten nog niet hoe de Duitser er vandaag tegenover staat. Vinden ze hem een ordinaire bedrieger of toch een sprookjesachtig prinsenkind. Ik weet het niet.

Verhast: Daarvoor moeten we eens naar Ansbach reizen. Daar hebben de deelstaat Beieren de hele cultus rond Kaspar Hauser geconcentreerd. Ze hebben er ondermeer een museum en zelfs Kaspar Hauser Festspiele.

Proost: Ansbach is ook niet zo ver van Erlangen, waar er al jaren een groot stripfestival is. Daar moeten we toch contacten kunnen leggen? Ik zie er wel een commerciële toekomst in. Ik merk met mijn gagreeks 'Alexander de Grote' dat strips met een educatieve context het heel goed blijven doen. Momenteel loopt er een compacte museumtentoonstelling over de strip én de albums verkopen er als zoete broodjes. Weet je wat? Als onze strip af is, gaan we er gewoon mee naar Ansbach en we duwen hem gewoon onder neus van de verantwoordelijken van de dienst van Toerisme. We vullen voor hen toch een lacune in? Het medium strip blijft moderner, goedkoper en laagdrempeliger dan een boek.

CE: Wat willen jullie bereiken met de strip?

Proost: Het klinkt wat vreemd maar ik wil vooral dat de strip blijft leven. In stripwinkels ben je één van de vele nieuwigheden die elke week verschijnen. Na een maand word je uit de rekken weggeduwd door weer nieuwer werk. Na dit interview gaan Stijn, Chris en ik brainstormen wat we nog kunnen doen als ondersteuning. Bibliotheektentoonstellingen, lezingen, workshops, misschien iets voor scholen… We staan voor alles open en lopen over van ideeën.

Verhast: Dat moet zeker lukken. Maar persoonlijk is mijn grootste ambitie al vervuld. Ik kon mijn ei kwijt over één van de grootste mysteries van zijn tijd. Bovendien kon ik samenwerken met ongelofelijk getalenteerde en toffe mensen als Chris en Bart. Als ik toch nog een wens heb, is dat er achteraf tenminste één lezer zou zijn die zich de ultieme filosofische vraag stelt. Wat is een mens? Beter nog: wanneer word je een mens?

Proost: Amai, daar word zelfs ik stil van.

Interview: Wouter Porteman, januari 2019