Bart Koubaa

Interview met Bart Koubaa

“Dat we door emoties worden gedreven, vind ik het mooiste wat er is.”

In ‘De vogels van Europa’ schetst Bart Koubaa een man die de deur naar een avontuurlijker leven probeert open te zwaaien. Het opsporingsbericht van een verloren vriend geeft hem opnieuw een doel in zijn ondergesneeuwde leven. “Walter Van Steenbrugghe, die het boek heeft ingeleid, sprak me voor de presentatie aan in de coulissen en vroeg me of hij Maarten De Ridder (de protagonist, nvdr) een autist mocht noemen. Hij legde uit waarom, maar ik kon hem niet volledig bijtreden. Eigenlijk gaat Maarten vooral naar zichzelf op zoek, de verdwijning van zijn jeugdvriend is louter een alibi. Misschien zit hij in een midlife crisis en zoekt hij naar zingeving in zijn muisgrijze bestaan. Uiteindelijk gaat literatuur over wat het verhaal ons kan leren over onszelf. Wie we zijn is een kernvraag binnen mijn oeuvre.”

Camus, Proust of Kahneman, Koubaa grijpt graag terug naar de grote Westerse denkers om zijn ideeën te stutten. Hij aanbidt onze culturele traditie, maar evengoed is hij van het echte leven en vertelt hij bezield over de magie van zijn nieuwe band Buckey Down. “In november gaan we de studio in om onze eerste plaat op te nemen. Het idee mijn schrijftafel af en toe te kunnen verlaten werkt bevrijdend. Twintig jaar lang heb ik me aan het axioma gehouden dat een ernstige schrijver geen rock’n’roll kan maken. Mijn gitaar stond letterlijk stof te vergaren.”

“Ik ben zeker geen Clauskenner of –lezer, maar onlangs las ik een wijs citaat van hem: “Literatuur wordt door zieken gemaakt. Wie gezond is, schrijft geen boeken.” Ik heb een ontzaglijk respect voor de literatuur en het is een boutade zoals alleen hij er een patent op had, maar ergens heeft hij wel een punt. De wereld van de muziek is meer mijn biotoop, ik voel me er veel meer thuis dan in het narcistische, navelstaarderige circus van de letteren. Je kunt je middelvinger in de lucht steken zonder dat iedereen je argwanend zit aan te staren.”

Duizend-en-een-nacht

Poëzie en realiteit schurken dicht tegen elkaar aan in het leven van Koubaa. De vloer in zijn woonkamer is een fraaie mozaïek van kleurrijke tegeltjes met patronen die grotendeels verwijzen naar de roots van zijn vrouw Laila. “Het is inderdaad een wenk naar de bekende Arabische sprookjes. Jammer genoeg zijn het er net geen duizend-en-een.” 

Ook in ‘De vogels van Europa’ legt de realiteit het verhaal zijn wil op en andersom. “Het boek was af en tijdens een lunch met mijn redacteur in Amsterdam belde mijn moeder me op om te zeggen dat een oude vriend van me zelfmoord had gepleegd. Het boek was op dat moment geschreven, maar toch heb ik er nog een aantal nuances in aangebracht omdat zijn wanhoopsdaad me heel erg had aangegrepen. Dat de realiteit zich met het verhaal vermengde, was zo onwezenlijk. Camus beweerde dat zelfmoord het belangrijkste filosofische probleem was. Ik geef hem daarin ongelijk, volgens mij is moord hét filosofische thema bij uitstek. Maarten De Ridder is een detective die wil onderzoeken wie zijn vriend Eddy Bonte vermoord heeft. In het boek wilde ik de dunne grens tussen moord en zelfmoord belichten.”

Bezoedeld

“Het boek werd aangekondigd als zou het over kindermisbruik gaan, maar dat is niet volkomen juist. Het boek gaat over loslaten en onschuld. Toen ik 14, 15 jaar was konden we onbevangen leven. Onze fietsen moesten niet op slot, we vertrokken zonder veel zorgen op vakantie naar Texel. We kunnen er niet onderuit dat de affaire Dutroux voor een breuk gezorgd heeft in ons denken, net zoals dat het geval is voor nine eleven in Amerika. Iedere roman die nu verschijnt gaat impliciet of expliciet over de aanslagen in New York. We zijn bezoedeld, we sturen onze kinderen niet zomaar meer mee met een koorleider of een sporttrainer. Onlangs was ik met vrienden aan zee, en het idee dat de kinderen alleen naar de zee gingen gaf me een bevrijdend gevoel. Het kon weer, zonder dat we ons overmatig zorgen begonnen te maken. We overbeschermen onze kinderen, terwijl het echt wel belangrijk is dat ze de realiteit onder ogen leren te zien.”

Geef mij een argument

Dat recensenten er niet voor terugdeinzen stevig in te hakken op schrijvers vindt hij problematisch. “De vrijheid van meningsuiting is absoluut, maar er hangt een plicht van argumentatie aan vast. De jongere generaties zijn opgegroeid met een wildgroei aan meningen, terwijl een recensent vroeger gezag had. Als schrijver, maar dat gaat evengoed op voor politici of sporters, moet je daar leren mee omgaan. Dat ligt niet voor de hand en daarom pleit ik ervoor om meningen altijd van argumenten te voorzien. Geef mij een argument en misschien ga ik niet akkoord, maar ik heb er tenminste iets aan en kan er een dialoog ontstaan.”

“Het middenveld is verwaterd, en daarmee bedoel ik de geschreven gesprekken tussen literaire tijdschriften waarin ze hun ideeën over een bepaald boek aan elkaar aftoetsen, en nadenken over hoe hun argumentatie zich tot elkaar verhoudt. Tegenwoordig heerst de apathie en lokt een artikel nauwelijks nog reacties uit. Mijn vriend Marc Reugebrink is van mening dat je enkel boeken mag recenseren die je graag gelezen hebt, maar ik moet hem ongelijk geven.”

Taal als stoorzender

“Een aantal elementen uit ‘De vogels van Europa’ zijn vrij autobiografisch en daarom heb ik de roman opgedragen aan mijn ouders. Ik herinner me een periode uit mijn jeugd waarin ik ook zeer moeilijk uit mijn woorden raakte, vooral als ik meisjes aansprak of iets moest vertellen voor de klas. Maarten De Ridder wil de wereld waarnemen, en de taal zit hem daarbij in de weg. Er zijn nogal wat communicatiestoornissen in zijn leven: met zijn ouders, zijn vrienden, de koorleider. In mijn ogen is communicatie een heel belangrijk thema en een van de grote oorzaken waarom het zo frequent misloopt in de wereld. Het is een thema dat een constante is in alle boeken die ik heb geschreven, zij het in ‘De vogels van Europa’ op een luchtige toon.”

Verhaaltjes verzinnen

De onbetrouwbaarheid van onze herinneringen houdt het hoofdpersonage bezig: “Niets is zo onvoorspelbaar als het geheugen”. Volgens Koubaa doen we niets liever dan verhalen verzinnen. “Proust was in zekere zin een neuroloog. Zijn verteller trok zijn herinneringen in twijfel en dat was een mijlpaal in de literatuur. De cognitieve psychologie is ondertussen ook tot die vaststelling gekomen en het houdt natuurlijk steek. Herinneringen zijn volgens mij onderhevig aan het Darwinistische principe: alleen de best aangepaste overleven. We passen onze herinneringen aan, net zoals we dat met onze verhalen doen. Er zijn experimenten waarin mensen op een paar dagen tijd twee volkomen tegenstrijdige uitspraken hebben gedaan, maar ze geloofden de onderzoekers niet als ze daarmee werden geconfronteerd. Ze beweerden dat de beelden gemanipuleerd waren.”

“Mensen zijn op dat vlak vreemde wezens. Iedereen heeft altijd een uitleg klaar waarom hij iets doet of zegt. We zijn zo snel in het verzinnen van antwoorden, maar dat proces is onderhevig aan diverse invloeden. We worden door emoties gedreven en dat vind ik het mooiste wat er is. "Do I contradict myself? Very well, then I contradict myself, I am large, I contain multitudes" van Walt Whitman is daarom één van mijn favoriete citaten. Ik voel dat ook zo aan: er zitten zoveel ikken in mij. Iedere dag leer ik bij, of het nu om fotografie, muziek of schrijven gaat.”