The Wolf of Wall Street

Marty en Leo zoals je ze nog nooit hebt gezien

Waarom we Martin Scorsese een absolute meestercineast vinden, vraagt u? De redenen zijn niet op één hand te tellen. 'You talkin’ to me?', De Niro die het beest in zich loslaat in ‘Raging Bull’s boksring, de extatische koortsdroom van Jezus in zijn ‘Last Temptation’, en natuurlijk ook het einde van ‘Goodfellas’ - waarin het gangsterrijk van Ray Liotta door coke, paranoia en overvliegende FBI-helikopters in razend tempo uiteenvalt.

Met de komst van ‘The Wolf of Wall Street’ hebben we dubbelgoed nieuws. Ten eerste zijn er weer een heleboel instant classic filmmomenten bijgekomen. Ten tweede: ‘Wolf’ neemt die laatste, waanzinnige dertig minuten van ‘Goodfellas’ en rekt ze uit tot een bacchanaal van 179 minuten. Alstublieft.

Neem alle soorten drugs die je kunt bedenken, gooi ze samen met geld, seks, drank en misdaad en je krijgt het leven van Jordan Belfort – een Wall Street-yup die zijn 'turbulente' periode als beursmakelaar in opzienbarende memoires neerschreef. Belfort (uiteraard gespeeld door Leonardo DiCaprio) stuitert als een opgeladen Duracell-konijn van het ene decadente tafereel naar het andere en rollebolt daarbij met topmanagers, modellen, drugdealers, afpersers, Zwitserse bankiers en vrouwenschoenontwerpers. Zelden meester van de draaikolk waarin hij zich bevindt, verliest DiCaprio echter nooit dat cynisch charisma dat zo eigen lijkt aan die American Psycho's. Dat maakt van Belfort waarschijnlijk zijn meest genietbare rol totnogtoe (bij ons bereikte de grijns zijn hoogtepunt bij de acrobatische toeren die Leo uithaalt wanneer hij, plat van de pillen, een worsteling begint met een maar niet te openen autoportier). De vele nevenpersonages die binnen en buiten wippen zetten de film evenzeer onder constante hoogspanning. Jean Dujardin, Rob Reiner, Matthew McConaughey (die enkele scene die hij heeft is genoeg voor een Oscar), Jon Favreau, Jonah Hill (of was dat zijn getalenteerde tweelingsbroer die we nog nooit eerder aan het werk hadden gezien?) stelen met hun vaart en vuur meermaals de show - wat nooit mogelijk was geweest zonder scenarist Terence Winter (‘The Sopranos’, ‘Boardwalk Empire’), die het bombastisch, episodisch verhaal strak weet te houden. Winters knetterende dialogen (de eerste ontmoeting tussen Leo en de FBI-agent die hem op de hielen zit kan meteen al getoond worden in een masterclass voor beginnende scenaristen) gecombineerd met de vlekkeloze, hoewel niet verbijsterende regie van Marty (het zal u niet verbazen dat er een volledige cd-box aan classic rock op de geluidsband werd gedumpt) gaven ons op de piekmomenten in deze orgie echt het gevoel naar genialiteit te zitten kijken.

Waarom dan niet de volle vijf sterren? Omdat het einde, na zo’n exuberante thrill ride van drie uur, nogal vlak – om maar niet te zeggen anticlimactisch - uitviel. Het manische vermoeit en de haast Romeinse excessen kunnen niet verdoezelen dat er weinig diepgang is, zowel qua plot (dit is geen ‘Casino’ of ‘The Departed’) als emotie (en zeker geen ‘Raging Bull’).

Maar ach, deze gedachte was nog niet opgeschreven of daar was reeds de volgende uitzinnige scène (hadden we het al over het moment waarop Leo zijn butler betrapt op een homoseksfeest? Of wat er gebeurt als hij pokkestoned met zijn luxejacht vastraakt in een storm?). De prent is dus niet de som van zijn delen, maar de delen die er toe doen zijn op elk vlak van zo’n onmiskenbaar meesterschap dat ze ‘The Wolf of Wall Street’ tot een van de beste Amerikaanse films van het jaar maken. Nu al.

Details Nu in de zalen
regie: Martin Scorsese
scenario: Terence Winter
cast: Leonardo DiCaprio, Jonah Hill , Margot Robbie, Matthew McConaughey, Jean Dujardin, Rob Reiner
Jaar:
2014
Speelduur:
179 min.