In een verleden dat geeneens ver geleden lijkt, schreven we in deze kolommen onze teleurstelling over het jongste werk van Tim Burton. Burton, kapsel steevast in vogelnest en blik permanent op halfdroef melancholisch, bleek immers niet meer de excentrieke outsider van weleer, maar een filmmaker die almaar meer in de pas bleek te lopen van de studiobonzen. Het dient echter gezegd: Burtons ‘Dark shadows’ is terug iets meer vintage-Burton dan vintage-Disney, al komt de film niet eens aan het schouderstel van Burtons betere exploten.
Voor zijn nieuwste film greep de regisseur terug naar een obscure televisieserie waar hij zich als jonge koter en masse aan laafde: ‘Dark shadows’, een folie uit de jaren zestig over een groep griezels die onder één dak huisde (youtuben, die handel!). Spek naar bek voor Burton en dat is er duidelijk aan te zien. De somptueuze introscène neemt ons mee naar het jaar 1752. Het gezin Collins, een geslacht rijke vissersmagnaten, trekt vanuit Liverpool naar de US of A en neemt er zijn intrek in een statig landhuis. Zoon Barnabas weigert er in te gaan op de avances van de beeldschone Angelique (een voluptueuze Eva Green) waarop die laatste Barnabas’ ouders prompt naar pierenland stuurt en Barnabus levend begraaft. 1972: Barnabas herrijst uit het rijk der schimmen en treft in zijn geliefde landgoed een disfunctionele familie aan die onder de hoede staat van het matriarchaat Elizabeth (Michelle Pfeiffer).
Burton laat alvast zijn stokpaardjes galopperen alsof het een lieve lust is: gotische barok, een familie vertwiste outsiders... Je voelt de geest van de Burton-films uit de jaren negentig heus wel doorschemeren, alleen lijkt het dat de cineast intussen al een paar jaar vastgeroest is in een op mainstream gestoeld framework waar creativiteit en inventiviteit plaatst hebben moeten maken voor glad gepolijste beeldjes. Soms flakkert er wel eens een geestige trouvaille op het scherm (Tim Burton die een seksscène presenteert op de tonen van Barry White, ga dat zien!), maar één zwaluw maakt de lente niet. Bovendien laat het scenario van Seth-Grahame Smith (schrijver van 'Pride & prejudice & zombies') een nogal gekunstelde indruk na. Sommige personages worden voorgesteld en vervolgens volledig uit de film gesneden (geen idee waarom Christopher Lee vijf minuten in deze film zat) en sommige set-ups krijgen helemaal geen pay-off aangemeten.
Laten we de gal even voor wat ie is: de film ziet er in erg geval wederom verrukkelijk uit. Een leger production designers toverde Collinwood om tot visueel snoepgoed waar uren naar te turen valt. De camera zwiert als vanouds en Burtons regie is smetteloos. Bovendien heeft de regisseur voor eerst in zijn carrière gekozen om een film af te leveren die dienst doet als momentum in de popcultuur. Zo kun je ‘Dark shadows’ zien als een bijzonder geestige ode aan de counterculture van de jaren zeventig en zijn bizarre maniërisme en laat de soundtrack zich horen als een eclectische jukebox (van ‘Nights in white satin’ van The Moody Blues over The Carpenters tot Alice Cooper). Akkoord, het is gemakkelijk om een klankband op te stutten met dansbare jarenzeventigtunes, maar ‘Dark shadows’ komt er prima mee weg.
Op de keper beschouwd kun je stellen dat Burton hier net als bij ‘Alice in Wonderland’ het pad naar de mainstream lijkt te plaveien. Deze film past in elk geval al meer in de kar van de regisseur, maar toegegeven, inwendig bloedde ons cinefiele hartje: Burton is al even niet meer de einzelgänger van de cinefiele niche.






Reageer