Een raamvertelling kan erg goed werken. Films als ‘Paris, je t’aime’, ‘Crash’ en ‘Magnolia’ hebben dit ruimschoots bewezen, maar bij ‘7 days in Havana’ werkt het niet altijd even goed. Sterker nog, waar niet te hardnekkig is getracht de zeven korte films aan elkaar te linken, is het resultaat het meest verrassend. Ze bevatten wat het geheel de moeite waard maakt: goeie muziek, mooie mensen, hun dromen en verwachtingen waarin het pittoreske, doch achtergebleven Havana als decor de hoofdrol speelt.
In ‘Lunes: el yuma’ leren we de stad kennen door de ogen van Teddy, een jonge, naïeve filmstudent. Al snel worden hem enkele levenslessen toebedeeld. Les één: ga niet naar Cuba vóór je het Spaans machtig bent, want dames zien je dan al snel niet meer staan. Les twee: doe je dit toch, wees dan niet verrast als je met iets anders thuiskomt dan waar je om gekomen was. Gelukkig is Teddy manser dan hij eruitziet. Hij is niet te beroerd een naar zijn hotel meegesmokkelde wulpse dame, later ontmaskerd als man, uit de boeien van de politie te houden.
Travestie en transseksualiteit mogen dan wettelijk toegestaan zijn, geaccepteerd zijn ze nog niet. Ook homoseksualiteit werd door Fidel Castro als afwijking en daarmee als anti-revolutionair gezien. In ‘Ritual’, de vrijdagfilm van Gaspar Noé, wordt de angst hiervoor duidelijk verbeeld door twee jonge meisjes die elkaar tijdens het dansen vinden, en uiteindelijk bij elkaar in bed belanden. Hoe onschuldig de slapende meisjes ook ogen, de ouders van een van hen proberen de prille gevoelens hardnekkig de kop in te drukken door hun dochter naar een sjamaan te brengen. Terwijl deze de zonden van het kind wegwast, dompelt hij haar voornamelijk onder in een poel van angst en schuldgevoel. Als het ritueel is voltooid, het meisje in een zuiver wit jurkje wordt gehesen en door moeder wordt omhelsd, lijkt ze om vergiffenis te willen vragen. Voor wat is geweest, of voor wat nog komt?
Meer personages gaan gebukt onder hun onzekerheid omtrent verwachtingen die al dan niet ingelost worden. De mooie Cecilia wordt door een talentscout verleid mee te gaan naar Madrid, waar hij haar gouden bergen belooft. Ze hoeft alleen maar in het vliegtuig te stappen waarvoor hij al een ticket gekocht heeft. De dramatische gebeurtenissen volgen elkaar als in een Bouquet-roman op: Cecilia en haar scout beleven een aantal conflictjes die worden gesusd, tot zij haar koffer moet pakken en de rugbyspeler plots niet meer achter wil laten. Krap drie dagen later rijst er een nieuwe verwachting aan de horizon in de vorm van een vlot waarmee Cecilia samen met haar rugbyspeler de zee over wil steken. Zeer melodramatisch en ongeloofwaardig is het slot van ‘Sábado: dulce amargo’ (Zaterdag: bitterzoet), waarbij noch Cecilia het oeverloze van deze poging inziet, noch haar (pleeg)vader en moeder proberen hun dochter ervan te weerhouden.
Gelukkig blijft er genoeg te genieten over, zoals het hilarische verhaal ‘La fuente’ (de bron), waarin de oude Martha zogenaamd van de Heilige Maagd de opdracht krijgt die dag nog een groot feest in haar naam aan te richten, wat ze nog voor elkaar krijgt ook, tot wanhoop van de onderbuurvrouw. Helaas zal zij voor de reparatie van haar plafond geduld moeten hebben tot de volgende dag. Geduld, verdraagzaamheid en loslaten vormen de leidraad in dit zevenluik dat, als je bereid bent door enkele clichés heen te kijken een prachtige doorkijk biedt op een stad, haar kleurrijke bevolking en haar soms uitzichtloze situatie.
Femke Greiner










Reageer