Yves Sente & Laurent Verron, ‘Ze noemden hem Rooie’

Ontroerende Robbedoes zonder Robbedoes

Zeg 'Robbedoes' en stripliefhebbers zullen onmiddellijk Slimste Mens-gewijs ‘Franquin’, ‘Kwabbernoot’, ‘Marsupilami’, ‘weekblad’ en ‘piccolo’ antwoorden. In april is het tachtig jaar geleden dat de rosse avonturier voor het eerst verscheen op de cover van 'Le journal de Spirou'. Maar hoe belandde hij daar en waarom was hij niet gewoon een journalist of detective, zoals alle andere striphelden?

Op een dag in 1938 kloppen Paul en Charles Dupuis, de zonen van uitgever Jean Dupuis uit het Waalse Marcinelle, op de deur bij Robert Velter. Die heeft dan al twee jaar gewerkt in de studio van de Amerikaanse stripauteur Martin Branner en tekent op dat moment de avonturen van Monsieur Subito onder zijn pseudoniem Rob-Vel. Dupuis wil een weekblad voor jongeren lanceren met als titel Spirou, wat zowel eekhoorntje als schelm betekent.

Of de Fransman het uithangbord voor het tijdschrift wil ontwerpen? Rob-Vel aanvaardt de opdracht en denkt terug aan de tijd dat hij steward was op een passagiersschip dat voer tussen Amerika en Europa. Hij herinnert zich de bellboys, de piccolo’s in hun rood plunje met blinkende, gouden knopen. Een van hen verongelukte na een val. Op de cover van de eerste editie van 'Le journal de Spirou' wekt de tekenaar hem terug tot leven, klaar om nieuwe avonturen te beleven.

Yves Sente las dit verhaal in een naslagwerk over het stripblad Spirou en was getroffen. De volgende ochtend had hij de synopsis klaar voor ‘Ze noemden hem Rooie’. De anonieme piccolo kreeg een naam, Pietertje, en een geschiedenis. Zijn mama verongelukt tijdens hun acrobatie-act in het circus. Als wees probeert hij in het beloofde land Amerika te geraken aan boord van een oceaanstomer. Wanneer hij wordt ontdekt, mag hij in dienst als piccolo onder het toezicht van mijnheer Robert. Zo ontmoet hij Juliette, het zieke dochtertje van de directeur van de rederij. Die wordt door vakbondsverstekelingen onder druk gezet om af te zien van bezuinigingsplannen.

Sente schreef een prachtig verhaal, dat hij breed uitsmeerde over liefst tachtig pagina’s. De echte ster van deze strip is Laurent Verron, die wij kennen van zijn cultreeks ‘Govert Suurbier’ en als opvolger van Roba voor diens klassieke gagreeks ‘Bollie en Bollie’. Niet alleen zijn tekeningen zelf, maar ook zijn tekenstijl, met grove, dikke lijnen, brengt je helemaal naar de grauwe jaren dertig. Zijn Rooie is kwiek, zijn Juliette aaibaar, zijn Sainteloi streng, maar bovenal zijn zijn figuren van vlees en bloed, zijn decors magisch realistisch, zijn verteltechnieken vaak adembenemend.

Het verhaal van Rooie wordt door oom Paul (Dupuis) vertelt aan zijn neefjes en nichtjes op kerstavond in 1959. Zo verleent Sente extra geloofwaardigheid aan de origin story van een van de grootste Belgische striphelden. Voor sommigen kan dat een suikeren randje geven dat doet denken aan een zondagmiddagfilm op de openbare omroep. Sente landt, net zoals Rooie, netjes op zijn poten en Verron doet het verhaal alle eer aan. ‘Ze noemden hem Rooie’ is zo een prachtige hommage aan Robbedoes geworden. 

Details Strips
Scenarist: Yves Sente
Tekenaar: Laurent Verron
Uitgeverij: Dupuis
Jaar:
2018