Witold Szablowski, 'Dansende beren: heimwee naar het communisme'

Een net niet geslaagde analogie tussen dansende beren en angstige burgers

Tot 2007 was het houden van en optreden met beren voor vele Bulgaren niet alleen een way of life, maar ook de enige manier om te overleven. In dat jaar trad Bulgarije echter toe tot de Europese Unie, waardoor het houden van beren illegaal werd en zo kwam er een eind aan de barbaarse traditie. De beren kregen hun - zij het beperkte - vrijheid terug en de eigenaars moesten een andere manier uitdokteren om centen te verdienen.

De beren zelf doen het sindsdien relatief goed, maar door de jarenlange menselijke overmeestering kunnen ze niet meer zelfstandig (over)leven. Bij stress springen ze nog altijd op hun achterpoten om hun danskunstjes te tonen, miskweekt als ze zijn door hun vroegere eigenaars. Dat de beren niet gruwelijk werden behandeld, is geen geheim. De dansreflex is er, net als bij de honden van Pavlov, ingeslepen en ingeslagen en zal er allicht nooit meer uit raken.

Szablowski ziet die reflex in zijn boek ‘Dansende beren’ ook bij de bewoners van de communistische staten van weleer. Hij richt zijn blik op onder andere Polen, Oekraïne en Albanië. Vooral oudere generaties kijken met weemoed terug naar de tijd waarin Vadertje Staat het voor het zeggen had en het leven structuur gaf. Meer nog, het verlangen naar die ‘goede oude tijd’ is bij velen nog voelbaar aanwezig en net zoals de beren beginnen ze soms in blinde paniek te dansen.

De schrijver vertelt het verhaal van zowel de beren als van de ex-communisten. In de eerste helft van zijn boek vertelt hij over de bevrijde beren, in het tweede deel voegt hij de ‘menselijke factor’ toe. De schrijver is een literair talent, dat staat vast. Dat komt zeker tot zijn recht als hij het verhaal van de beren brengt. Exact dezelfde opbouw van de eerste helft gebruiken in het tweede deel is ook al zo'n sublieme vondst.

Alleen - en daar wringt het schoentje - zijn de gekozen verhalen wat arbitrair en is de analogie met de beren niet altijd duidelijk. De gekozen personages lijken expliciet gekozen om het verhaal te doen kloppen, maar missen diepgang. Ze overstijgen de anekdotiek helaas niet en dat is jammer. Met iets ‘grotere’ verhalen had het boek meer impact, meer bestaansreden gehad. Neem bijvoorbeeld Masha Gessens ‘De toekomst is geschiedenis’, dat we recent bespraken in onze Rusland-special. Dat boek had een gelijkaardige thematiek als ‘Dansende beren’, maar door het grote verhaal aan de biografie van de vier hoofdpersonages te koppelen, kreeg het boek een diepgang die ‘Dansende beren’ ontbeert. Het lijkt wel onze mantra, maar de kleine anekdotiek vakkundig koppelen aan de grote thema’s, dat maakt het verschil tussen goede en grootse literatuur.

De mindere keuzes betekenen niet dat dit een slecht boek is. Integendeel, het literaire talent van Szablowski spat van de pagina’s. Hij is een uitstekend schrijver die weet hoe hij een verhaal moet brengen, hoe hij het moet opbouwen. Nu nog iets kritischer de juiste verhalen kiezen en dan spreken we de volgende keer niet over een goed, maar over een groots boek.

Details Non-fictie
Originele titel:
Tangczace niedzwiedzie
Auteur: Witold Szablowski
Vertaald Door: Goverdien Hauth-Grubben
Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
236