Walt Whitman, 'Oud ben ik en jong ben ik'

Klatergoud

Tweehonderd jaar terug werd Walt Whitman geboren, de auteur van de klassieke dichtbundel 'Leaves of Grass'. Inderdaad, het soort werk dat iedereen kent maar niemand leest.

Uitgeverij Van Oorschot besloot Whitmans verjaardag te vieren met een Nederlandse vertaling van 'Specimen Days' uit 1882. Een potpourri van dagboekaantekeningen, natuurobservaties en bespiegelingen over de Amerikaanse burgeroorlog tussen 1861 en 1865.

Natuurlijk lees je dit werk niet vanuit historische interesse voor die bewuste oorlog (daarvoor lees je pakweg beter Ulysses S. Grants memoires). Desalniettemin valt op dat Whitman niet gehinderd wordt door enige vorm van terughoudendheid. Hij beschrijft tot in detail de blessures van de soldaten die hij bezoekt, waarbij hij zich ontpopt tot een kroniekschrijver van menselijk leed. De gewonde soldaten vormen - grof gesteld - voor Whitman de aanleiding om zijn barokke taalgebruik te ontplooien.

'Bij mijn bezoeken aan de hospitaals heb ik ontdekt dat zuiver mijn persoonlijke aanwezigheid, de uitwerking van mijn habituele opgewektheid en charme, meer teweegbracht, beter hielp dan hulp bij de verpleging of lekkernijen, of geldelijke bijdragen of wat dan ook.'

Whitman gaat niet gebukt onder enige vorm van zelftwijfel, zoveel is duidelijk. Toch ontbreekt er naar ons gevoel een vitaal onderdeel in deze bundel. Roland Barthes omschreef het als l'effet de réel: de mogelijkheid om met details (denken we maar aan het rode tasje van Anna Karanina bij Tolstoj) een wereld in het hoofd van de lezer tot stand te brengen. Whitman is er niet in geïnteresseerd: een soldaat leest 'een boek', een avondwaas omschrijft hij als 'eigenaardig'. En alsof dat nog niet volstaat lazen we ergens een tenenkrommende omschrijving als 'een glanzend zonnetje vandaag'.

Zijn natuuromschrijvingen zijn de antithese van John Muirs werk. Muir observeerde meticuleus en schreef met een publiek in het achterhoofd, Whitman gebruikt de natuur als een klankkast voor zijn ronkerige schrijfstijl.

Bij een passage over de zee noteert hij dat die 'emotionele diepten' bereikt die subtieler zijn dan alle schilderijen, muziek en gedichten die hij ooit las. Om vervolgens fijntjes te vermelden dat hij die observatie kan maken omdat hij al die gedichten wél heeft gelezen en de muziek wél heeft gehoord.

Dit soort passages zorgen ervoor dat het bij momenten moeilijk wordt om Whitman niet weg te zetten als een onuitstaanbare praalhans. Misschien komt het erop aan deze bundel te lezen zoals je pakweg luistert naar een uiteenzetting van Jan De Cock. Wanneer je het ernstig neemt, erger je je een eind weg. Maar zodra je het koldereske proeft van de hyperbool, valt er best wat te genieten. Met mate weliswaar.  

Details Non-fictie
Vertaling: René Kurpershoek
Uitgeverij: G.A. van Oorschot, Amsterdam
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
318