Vic van de Reijt, 'De ontdekking van Elsschot'

Onwaarheden en leugens

Elsschottiaan Vic van de Reijt is kennelijk nog niet uitgeschreven over de in Nederland geprezen schrijver van 'Kaas', 'Het dwaallicht' en andere succesvolle titels. Na zijn biografie over Willem Elsschot is er nu 'De ontdekking van Elsschot' een verzameling markante uitspraken, interviews en uitspraken die eerder niet aan bod kwamen.

Zou het kunnen dat Karel van het Reve, de hooggeleerde broer van Gerard, met De miskenning van Elsschot - een geruchtmakend artikel - de aandacht wist te  wekken voor de Vlaamse schrijver? Niet voor niets noemde hij hem de grootste schrijver na Multatuli. Is het omdat zijn taal gestript is van metaforen en overbodige beeldspraak? Hoe dan ook, de literaire erkenning van Elsschot door van het Reve had voor van de Reijt het effect van een zweepslag, dusdanig zelfs dat hij besloot er zijn doctoraalscriptie aan te wijten.

Ook later laat Elsschot in alles wat over hem geschreven wordt of nog te vinden is hem niet meer los.

Een bundel als 'Over Willem Elsschot' demaskeert hij als je reinste pedanterie, of hoe helder geformuleerd proza duistere en nietszeggende commentaar oplevert. Erger nog vindt hij het ontbreken van essentiële informatie, zoals de belezenheid van Elsschot die niet beperkt bleef tot de Bijbel en Shakespeare.

'Albert Westelinck vult dat rijtje aan met Multatuli, Vondel (vooral de hekeldichten), Buysse, Boon, de Reynaert (die hij vanbuiten kende), Céline, Stendhal, Flaubert, Alain-Fournier, de hele Franse poëzie (vooral Villon), Goethe, Poe, Rilke, Jiménez, enzovoort.'

Verhelderend is het hoofdstuk waarin verwezen wordt naar een bijzonder nummer van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, naar aanleiding van zijn uitvaart in 1960, waarin Piet van Aken onthult dat Elsschot vooral trots was op zijn Borms-gedicht en zijn studentenlied Schele Vanderlinde in allerlei variaties. Begin jaren zeventig haalde het zelfs in de versie van De Strangers de Vlaamse hitparade.

Terecht ongenadig is van de Reijt voor wie het al te kras maakt. Zo krijgt de Oostendse leraar Jean Surmont met zijn 'Willem Elsschot. Tussen droom en daad' een flinke veeg uit de pan, al was het maar omdat zijn boek wemelt van de fouten, stellingen en enormiteiten.

'Ook hier is het weer een feest om foutieve geboorte-en sterfjaren aan te wijzen, àls ze er al staan. Zo blijkt Elsschot zijn vrouw Fine zes jaar overleefd te hebben. En wij maar denken dat ze hem een dag na zijn dood volgde.'

In de slothoofdstukken grijpt van de Reijt, in een uiterst streven naar volledigheid, alles aan wat nog met zijn favoriete schrijver in verband kan worden gebracht: Drs. P., Gorki-zanger Luc De Vos die twee gedichten van hem van muziek voorzag en ten slotte zijn correspondentenjaren. En nu maar hopen dat de correspondentie tussen Hugo Claus en Willem Elsschot op een dag boven water komt, zodat Vic van de Reijt weer aan de slag kan.