Veerle de Vos & Zhang Luwei, ‘In elke rivier schijnt een maan: over verlangen en verandering in China’

Overdaad aan anekdotiek

Een slecht idee is het niet: de politiek-historische ontwikkelingen binnen een bepaald land weergeven aan de hand van het verhaal van mensen die erin leven. Nieuw is het concept evenmin: er zijn in de wereldliteratuur legio voorbeelden van romanciers die aan de hand van hun karakters en wat die meemaken een beeld proberen schetsen van een geografisch afgelijnd tijdsgewricht. Ook nu nog beroepen auteurs zich op dezelfde formule, hetzij in traditionele historische romans, hetzij in een meer futuristische dan wel een actuele setting.

Journaliste Veerle de Vos, die als verslaggeefster voor Radio 1 en het VRT-nieuws reportages maakte in China, past de formule nu toe op haar jarenlange vertrouwdheid met een ander werelddeel. Ze reikte tevens de pen naar Zhang Luwei (een schuilnaam), iemand die opgroeide in het land. Op die manier moet ‘In elke rivier schijnt een maan’ een genuanceerd en volledig beeld geven van de recente geschiedenis van China: enerzijds door de ogen van de eeuwige buitenstaander, anderzijds middels de blik van iemand die nooit anders gezien heeft.

Hoe dan ook is het een hachelijke onderneming om sterk vanuit de eigen anekdotiek een verhaal te beginnen vertellen dat als uitdrukkelijke doel het verstrekken van informatie heeft. Door personages (in deze context non-fictief) aan de vertelling te koppelen, krijgt het relaas natuurlijk een menselijker gezicht. Meer lezers zullen zich bijgevolg tot het boek aangetrokken voelen, terwijl dit boek wat dat betreft toch af en toe stevig uit de bocht gaat.

Het probleem ligt niet bij Veerle de Vos, die het kaf van het koren der irrelevante informatie weet te scheiden en er in slaagt vooral behoorlijk interessante zaken op te tekenen. De bijdrage van Zhang Luwei is echter wat sentimenteler en vooral minder gereduceerd tot alleen essenties. De lezer die eigenlijk louter een zicht wil krijgen op de ontwikkelingen in China, moet er gepalaver over verliefdheden, families en kleine menselijke kantjes bijnemen. Dat verhoogt het realiteitsgehalte en zorgt ervoor dat een breed publiek op de kar zal willen springen. Dat de meer op inzicht gefocuste lezer zich door dat soort ballast moet bewegen, en dat ruim 400 bladzijden lang, is dan weer geen goede zaak.

Dit onevenwicht is misschien inherent aan het genre, of toch aan de keuze om het extreem anekdotische aan het grotere verhaal van een wereldmacht te koppelen. De vraag is of het überhaupt mogelijk is om succesvol een ‘documentaire’ te schrijven met veel oog voor het menselijke. Zijn beide geen tegengestelde polariteiten? Wie niet buitengewoon geïnteresseerd is in de materie, zal precies hierdoor op de tanden moeten bijten om het boek gelezen te krijgen. Anderzijds is ‘In elke rivier schijnt een maan’ dankbaar voer voor wie zich vragen stelt rondom China en haar inwoners. De losse structuur brengt immers heel diverse zaken aan het licht, terwijl een meer gesystematiseerde uiteenzetting minder zou leren over de manier van denken en in het leven staan van de gemiddelde inwoner van China. Kortom hoeven liefhebbers van de Oriënt zich niet ver van dit boek vandaan te houden, integendeel. Of de doorsnee lezende medemens evenveel plezier zal beleven aan het werk, valt dan weer sterk te betwisten.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Lannoo
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
431

Nieuwsbrief 7/7