Valeria Luiselli, 'De geschiedenis van mijn tanden'

Autobiografie van een gebit

De geschiedenis van 'De geschiedenis van mijn tanden' is een lange geschiedenis. Ze gaat terug op de vraag van een kunstgalerij om een essay te schrijven over de kloof die bestaat tussen die galerij zelf, de werken die er tentoon gesteld worden en de samenleving, ergens ver weg, daarbuiten.

Via de ondoorgrondelijke wegen van het onderbewustzijn is het idee van een kloof in het associatieve brein van de in New York wonende en werkende Valeria Luiselli vanzelfsprekend verbonden met het concept van een brug. Waar het gat gaapt, wil zij de bres dichten. Binnen de logica van haar eigengereide literatuur is dat bovendien niet onmogelijk. Nooit. Immers, wat zijn haar twee eerdere romans, waarmee ze op slag een soort cultstatus verwierf, anders dan een viering van proza als alternatieve werkelijkheid, als laboratorium waar taal reëler wordt dan de realiteit zelf?

Bruggen dus. Luiselli wilde die bruggen het liefst zelf slaan, en wel door verhalen vanuit het alledaagse leven gestalte te geven. Meer concreet werd er met een aantal arbeiders van het Mexicaanse vruchtensapbedrijf Jumex een soort gespreksgroep opgericht. Luiselli schreef de teksten vanuit de VS en luisterde achteraf naar hoe die in Mexico becommentarieerd werden. Het materiaal voor wat uiteindelijk dit boek zou worden, werd met andere woorden stelselmatig gevoed door de fantasie en de anekdotes van de arbeiders die op het appel verschenen.

Het destillaat in boekvorm is een bijzonder heterogene vertelling, waarin simpelweg alles geoorloofd is. Fictie en realiteit raken elkaar af en toe aan, met als brug: de wereldliteratuur, waar Luiselli non-stop gekscherend doch liefdevol naar verwijst. Maar wordt de literatuur met een uit de volksmond gehouwen roman als deze dan eindelijk bevrijd van het juk van een narratief dat de wetmatigheden waaraan een plot moet voldoen dicteert? Of is die bevrijding op zich reeds een achterhaalde verworvenheid, zoals Italo Calvino’s ruim vijfendertig jaar oude 'Als op een winternacht een reiziger' geïllustreerd heeft?

Hoe dan ook, de brug naar een breed draagvlak voor deze roman heeft de Mexicaanse schrijfster onderweg opgeblazen. Ze is niet de eerste die zich schuldig maakt aan een mislukte poging tot zogezegde democratisering van kunst. Hoeveel van haar voorgangers zagen hun met soortgelijke idealen beladen werk immers niet belanden in musea die uiteindelijk door hooguit de vaste niche aangedaan worden? Kortom, in plaats van de werkelijkheid in een heldere dialoog te laten gaan met de traditie enerzijds en de stem van het volk anderzijds, heeft Luiselli met 'De geschiedenis van mijn tanden' een boek geschreven dat elliptisch rond een kern cirkelt waar de leek vermoedelijk geen toegang toe zal hebben.

Als geheel biedt de roman echter een niet-onplezierige rit, met allerminst onaardige passages. Die vormen echter niet het harmonische geheel dat 'De gewichtlozen', waarvan de Nederlandse vertaling vorig jaar nog een Cutting Edge Award in de wacht sleepte, bijvoorbeeld wel vormde. Uit haar puzzelstukken werkelijkheid, aangezwengeld met een grote portie fantasie, puurt Luiselli een verhaal dat het moet hebben van vlagen hilariteit. Als totaalervaring glijdt 'De geschiedenis van mijn tanden' echter als los zand door de handen.

Wat blijft er van over, van dit spel met de canon, dat - zoals Luiselli pretendeert - eigenlijk een in vraag stelling is van de plaats en de waarde van kunst in onze wereld? Weinig. En al helemaal geen mond vol tanden – kortom niet de stilte die een meesterwerk meestal achterlaat.

Details Fictie
Autobiografie van een gebit
Originele titel:
La historia de mis dientes
Vertaling: P. Menard
Copyright foto: Zony Maya
Uitgeverij: Uitgeverij Karaat
Aantal pagina's:
208