Toon Tellegen, 'Het leed van de stoftor'

Speelse literatuur met filosofische prikkels

Toon Tellegen staat altijd garant voor een dichterlijke en verbeeldingsrijke taal. Dat is met zijn nieuwste werkstuk niet anders. Zijn bekendheid is deels te danken aan zijn talloze dierenverhalen (o.a. ‘Het vertrek van de mier’, ‘Het wezen van de olifant’, ‘De genezing van de krekel’), al publiceerde hij ook verschillende toneelstukken en dichtbundels. Zo wisselt de veelzijdige Tellegen probleemloos romans als ‘De Seringenboom’ af met beeldrijk dichtwerk (‘Glas Tussen Ons’) en filosofisch geïnspireerde dierenfabels, zoals onder meer het geval is met dit ‘Het leed van de stoftor’.

De stoftor is een tot de verbeelding sprekend diertje. Het bevindt zich op de maan en kijkt van daaruit naar de wereld die onder meer bevolkt wordt door een bonte dierenbende zoals de gnoe, het nijlpaard, de eenhoorn en de mus. Kortom een heel door dieren bevolkt paradijs dat hij vanop grote afstand (een klein plekje op de maan) gadeslaat. Alleen: wat is de afstand met de wereld daarbeneden groot!

Vanop dat koude, eenzame en bovenal stofrijke plekje op de maan blijkt het verdomd moeilijk om contact te leggen met de anderen. Niemand weet van zijn bestaan. Ondanks alles besluit de luidop twijfelende stoftor om toch maar een poging te wagen. “Het spijt mij”, zo toetert hij luid. Zijn woorden zijn nog maar net koud of de impact van die ene uitspraak waait als een stevige wind doorheen de dierenwereld. En gek genoeg lijkt ieder dier, van eenhoorn tot rups over bladluis, te denken dat dit excuus exclusief voor hém of haar bedoeld is. Een al te menselijk trekje, zeg maar.

De manier waarop Tellegen de behoefte tot communicatie en verbinding weergeeft, is bijzonder. Het grote leed van de stoftor is immers ontegensprekelijk dat van onze mensensoort, die ondanks de aanwezigheid van talloze moderne hi-tech communicatiemiddelen steeds minder gezegd krijgt. Op die bescheiden en sluwe manier weet Tellegen heel subtiel maatschappijkritiek in dit werkstuk te doen sluipen.

Als antwoord stretcht Tellegen het palet aan diepe, universele emoties verder uit. Zo vormen onder meer eenzaamheid, twijfel, verdriet en spijt deze keer de grondstof voor dit fantastische verhaal, waarin zowel menselijke verlangens als uiterst herkenbare emoties beschreven worden met een signatuur die eigen is aan Tellegen.

Zo is ‘het leed van de stoftor’ onbetwistbaar het product van een onuitputtelijke verbeeldingskracht. Het unieke, beestige universum van Tellegen garandeert talloze uren leesplezier en dolle pret. En hoewel de filosofische inspiraties slim op de achtergrond blijven, is er sprake van prozaïsche lyriek, fantastische taalvondsten (o.a. kleine taalspelletjes met ‘de’ en ‘het’) en hebben zowel kinderen als volwassenen hier ongetwijfeld erg veel aan.

Wie vertrouwd is met Tellegens’ werk, komt met het erg toegankelijke ‘Het leed van de stoftor’ een heel bekende wereld tegen, vol met kleine hints, easter eggs en talloze doordenkertjes. Niets nieuw voor het met elk werk nog wat verder uitdijend legertje Tellegen fans dus, al is het natuurlijk wel een prima aanzet om het hoogst imposante oeuvre van Tellegen verder te gaan uitpluizen.

Details Fictie
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
128