Thomas Mann, 'Doctor Faustus'

Op eenzame hoogte

In de literaire bijlage van De Standaard stond onlangs het volgende te lezen: ‘Als u dit jaar één boek gelezen moet hebben, dan is het ‘Just kids’ van de godmother van de punk, Patti Smith.’ Een uittreksel getuigend van veel enthousiasme, maar heeft de modale lezer noodzakelijk een hoge dunk van Smiths zelfverklaarde levenswijsheden?

Net zomin kan men beweren dat ‘Doctor Faustus’ een roman is die iedereen gelezen moet hebben – daarvoor zijn er immers teveel a priori voorwaarden waar men aan moet voldoen om het boek enigszins te genieten. Dat maakt de term meesterwerk tot een dubieus iets: kan het immers toegepast worden op literatuur die quasi uitsluitend de verering van een niche ingewijden te beurt valt? Het is een vraagstuk waar de recensent zich gelukkig het hoofd niet over moet breken. Neem deze bedenking alleen mee naar de lofzang die zich vanaf hier ontplooit.

De bagage waar de lezer over hoort te beschikken, zou men zuiver intellectueel kunnen opvatten, maar dat lijkt een vergissing. Veeleer vereist Mann dat zijn publiek op zijn minst 'ontvankelijk’ tegenover muziektheoretische uitwijdingen staat. Al vroeg in het boek, dat de tragische levenswandel van componist Adrian Leverkühn verhaalt, komen bedenkingen bij de muziekschriftuur aan bod en later zet zich dat verder naar het eclatant proza waarin Mann de (weliswaar fictieve) muziek van Leverkühn op papier zet: zowel theoretisch als auditief zo nauwgezet opgetekend, dat de bereidwillige lezer overmand wordt door een bedwelmende verwondering die muziek uit het fin de siècle niet zelden uitdraagt.

Het Duitse monument Mann begon ‘Doctor Faustus’ in 1943, toen al op Amerikaans grondgebied in ballingschap en woonachtig op enkele kilometers van Adorno en Schönberg. De ontstaansperiode, die in totaal vier jaar besloeg, ging overigens niet toevallig gepaard met een Duitsland dat zich totaal in het verderf stortte. Simultaan met de door de duivel bezeten figuur van Adrian Leverkühn, blijkt ‘Doctor Faustus’ het relaas van een land dat zichzelf met tomeloze ambities ten gronde richt. In het hallucinant, hoogst kwetsbare slot van het boek zijn dit twee polen die Mann met elkaar verbindt, terwijl ze allebei al langer als leidmotieven doorheen de roman sluimeren.

Als bemiddelingsfiguur tussen die beide werelden schiep de auteur het innemende personage van Serenus Zeitblom, die na de dood van zijn boezemvriend diens biografie optekent. In Serenus schetst Mann een beeld van zijn eigen burgerlijk intellectuele stijfheid, terwijl Adrian Leverkühn het prototype is van de kunstenaar die offers moet brengen om zijn werk te kunnen scheppen. ‘Doctor Faustus’ is in feite een bewust verminkte, ontdubbelde autobiografie, waarin de schrijver vrij expliciet motieven en personages uit zijn eigen leven verwerkt. Onder andere het homoseksuele element laat zich niet moeilijk raden en ook hier weer duikt een Tadzio-figuur op waar Mann in ‘De dood in Venetië’ al op preludeerde.

In ‘Doctor Faustus’ wordt het negentiende-eeuwse idee van de bildungsroman eigenlijk als een veel meer omvattend begrip opgevat: het strikt persoonlijke trekt Mann in ongezien scherpzinnige, vaak humoristische en stilistisch verbluffende paragrafen – overigens uitmuntend vertaald – open naar het politieke, filosofische, muzikale en religieuze. Mann bekroonde zijn oeuvre met een kosmische roman; het soort boek waarvoor men de vijfde ster heeft uitgevonden. Maar of u dit boek daarom moet lezen? Laat dat vooral aan uzelf gelegen zijn.

Details Fictie
Originele titel:
Doktor Faustus. Das Leben des deutschen Tonsetzers Adrian Leverkühn erzählt von einem Freunde
Auteur: Thomas Mann
Vertaler: Thomas Graftdijk
Uitgeverij: Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
626