Thomas Mann, ‘De toverberg’

Stilstand, in contrapunt

Een doorsnee vrijdagnamiddag. Je zit al ettelijke uren in je geprefereerde leeshoek en legt ‘De toverberg’ even terzijde – een boek waarvan niemand zal ontkennen dat haar ingrediënten af en toe moeten kunnen gisten, zelfs (en vooral!) tijdens het lezen. Ter verstrooiing zet je de radio aan. Kurt Van Eeghem heeft op dat eigenste moment een gesprek met beeldend kunstenaar Sam Dillemans, en plots laat de interviewer die naam vallen: Thomas Mann. Hij voegt er aan toe: ‘een schrijver waarvan je een boek leest, en voor je het weet heb je zijn hele oeuvre in huis gehaald.’ En zo is het precies. Niet omdat het een figuur is die een of ander literair kenmerk zijn leven lang doeltreffend heeft gerecycleerd, maar omwille van het evenwicht, de coherentie en vooral de dynamiek die bij het uitspitten van dit levenswerk komt bloot te liggen.

Met ‘Der Tod in Venedig’ kan ‘Der Zauberberg’ concurreren als het gaat om Manns bekendste titel. Oorspronkelijk zou dat laatste boek overigens de lichtere antipode worden van het eerste: een tweeluik dat voor latere generaties gemakkelijk onder een band zou kunnen uitgegeven worden. Ruim tien jaar en een oorlog later bleek het manuscript van ‘De toverberg’ anno 1924 bijna het tienvoud aan pagina’s te tellen. Wat initieel een komische reflectie rondom het thema van de nakende dood had moeten worden, werd een beschouwing op de grootste kentering van de twintigste eeuw en hoe de mensheid zich tegenover de grote krachten die er op proberen ingrijpen, moet verhouden. Maar liefst zeven jaar brengt protagonist Hans Castorp door in een Zwitsers sanatorium, een bestaan leidend waarop de tijd geen vat lijkt te krijgen. Tegelijk is die microkosmos metaforisch voor een levenswijze die Mann stilaan onmogelijk voelt worden: een van traagheid. Paard en kar hebben afgedaan eenmaal ‘De toverberg’ in druk gaat, maar aan het tempo waarop een continent met langzame verwondering kon worden doorkruist, kijkt Mann terug naar een Europa dat niet meer weet welke kant het op moet.

Deze turf van bijna duizend bladzijden krijgt men kortom niet gelezen op een intercontinentale vlucht, en (tot spijt van wie het benijdt?) kan de roman – aldus Mann zelf – pas zijn ware genie openbaren aan wie hem een tweede keer leest. Zoals Wagner zijn opera’s opbouwde uit leidmotieven die zich gaandeweg ontwikkelen, past de schrijver op alle niveaus van zijn werk dergelijke ‘patronen’ toe die samen de architectuur van de roman uitmaken. Alleen diegenen die lezen in het volle besef van hoe de motieven later (getransformeerd) terugkeren én van hoe ze zich eerder hebben voorgedaan, kunnen ‘De toverberg’ ten volle naar waarde schatten. Redenen om ooit terug te grijpen naar Manns magnum opus zijn er echter genoeg: de kwetsbare personages, de humor in zowel beschrijvende stijl als (heerlijk oeverloze!) conversaties, de voortdurende dialectiek tussen Settembrini en Naphta en de uiteindelijk keuze waarvoor de jonge zoeker Castorp wordt gesteld: het is genoeg om er hetzij meteen, hetzij jaren later naar terug te verlangen.

Een extra reden om meteen door te klikken naar een bestelpagina, is de nieuwe vertaling van Hans Driessen, die zich in het verleden vooral op het gebied van de Duitse filosofen heeft bekwaamd. Hij draagt de vorige Nederlandstalige editie van Pé Hawinkels op diverse vlakken een warm hart toe, maar oordeelde dat het originele manuscript door velerlei vrijheden onrecht werd gedaan. Zijn vertaling is authentieker, soberder, en daarom misschien meer tijdloos. Een tijdloze klassieker verdient niet anders.

Details Fictie
Stilstand, in contrapunt - het boek der boeken opnieuw vertaald!
Originele titel:
Der Zauberberg
Vertaling: Hans Driessen
Copyright foto: Yousuf Karsh
Uitgeverij: De Arbeiderpers
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
928