Thomas Blondeau, ‘Het West-Vlaams versierhandboek’

Dokter geneest zichzelf?

Wat kan je tegenwoordig nog meer zijn behalve romancier en columnist? Juist, een boekendokter: iemand die literatuur voorschrijft als medicijn tegen de problemen die de 21ste eeuw opwerpt, een goeroe die het heilzaam effect van de literaire catharsis in therapie aanwendt en daarbij andere vormen van alternatieve geneeskunde – denk aan schietgebedjes prevelen en oefeningen doen met de hoelahoep – van de hand wijst. Thomas Blondeau heet de met romans behandelende kruidendokter, een in Nederland woonachtige Vlaming die in 2006 niet onopgemerkt debuteerde met ‘eX’ en vier jaar later ‘Donderhart’ over de toonbank liet gaan. Twee romans waarin iets zo alledaags als de liefde socio-maatschappelijke thema’s overschaduwt. En hoe zou dat in zijn derde roman, getiteld ‘Het West-Vlaams versierhandboek’, anders kunnen zijn?

Van een mens die beroepsmatig tendensen in de actualiteit gade slaat en er stukken over pleegt, kan bezwaarlijk worden verwacht dat die in de context van een roman helemaal naar de achtergrond verdwijnen en dat louter psychologie naar de voorgrond komt. ‘Het West-Vlaams versierhandboek’ is dan ook een farce over een onooglijk Zuid-West-Vlaams dorp dat zich afscheurt van zijn omgeving, aangestuurd door een figuur die zichzelf enig redenaarstalent toeschrijft en zijn dorpsgenoten ophitst om het behoud van de eigen identiteit met man en macht te bevechten. De link met een dubieus retorisch Vlaams-nationalisme dat inmiddels ruim een derde van de kiezers heeft kunnen bedwelmen, is snel gelegd. Uiteraard stort een gemeenschap zich via isolement echter regelrecht in de miserie. De manier waarop Blondeau de feiten laat escaleren, leest hier erg prettig weg.

Tegenover die absurde collectieve waanvoorstelling van een onafhankelijke commune, plaatst Blondeau het tragisch relaas van een man die eveneens denkt zich te moeten ontdoen van de ballast van zijn vroegere leven om opnieuw geluk te vinden. Om zijn nieuwe project, een boek dat versiertips moet bevatten en ironisch genoeg van iemand komt die niet bepaald de kwaliteiten van een casanova bezit, van de grond te krijgen, wil hij zich terugtrekken in zijn geboortedorp. Eenmaal daar aangekomen, kijkt het personage als het ware in een spiegel: is afzondering wel een methode om tot het gevoel te komen dat het loont te leven, of ligt de ware bevrijding van existentiële lasten in het samen-leven, in als individu of als groep kunnen opgaan in een gemeenschap die groter is dan de som van haar afzonderlijke delen?

Blondeau heeft niet de neiging meer abstracte bedenkingen concreet te formuleren, maar gefragmenteerde anekdotes stimuleren de lezer automatisch om de plot van op enige afstand te beschouwen. Zowel doorheen het eigenlijke verhaal als in de zijwegen die de auteur inslaat, zijn het de humoristische boventonen die in het totale klankpalet het meest opvallen. Blondeau bedient zich van sappig Vlaams, dat nooit plat aandoet. Met Verhulst heeft hij een virtuositeit gemeen die toelaat om ‘Het West-Vlaams versierhandboek’ waarlijk te verslinden. De opdeling in meer dan honderd korte hoofdstukken is daar mede voor verantwoordelijk en is mogelijks evenzeer een verklaring voor de enigszins snipperachtige indruk die de roman nalaat. Korte impressies en voetnoten hebben telkens wel een functie in het grotere geheel, maar maken het moeilijk een overkoepelende boog te spannen. Niet dat een roman er per se een nodig heeft, want zoals gezegd is het aangenaam wegzinken in Blondeaus jongste boek, waarin overigens geen grote nieuwigheden worden verkondigd, maar hoeft dat?

Details Fictie
Dokter geneest zichzelf?
Copyright foto: Giuliyani
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
256