Thomas Bernhard, 'Houthakken'

De grappige misantroop ontleedt zijn hersenactiviteit

Hoewel we Thomas Bernhard vooral kennen als toneelschrijver, liet hij ook enkele romans op de wereld los. In ons taalgebied zijn die amper bekend, maar nu, vijfendertig jaar na verschijnen, is er ‘Houthakken’. En we mogen ons gelukkig prijzen dat Uitgeverij IJzer het aandurfde de woorden van het Oostenrijkse tiradekanon te vertalen. Bernhard mag dan wel een vreselijke misantroop zijn, grappig is hij zeker ook.

Twintig jaar lang kon de ik-verteller de Weense Weltschermz ontvluchten door zich af te zonderen in Londen om zich toe te leggen op het schrijven. Hij wilde weg van de vermaledijde omgeving die hem vormde, maar ook deed kokhalzen. Hij vlood van de oppervlakkigheid, van de hautaine bron waar hij zich aan laafde, van het blasé bordeel waar hij aan zijn trekken kwam. Maar nu is hij terug. Dat walgelijke Wenen bleef maar lonken. Hij haat de stad; hij houdt van de stad.

En dan sterft Joana, een hartsvriendin. Hij wist niet dat ze zo diep gevallen was, dat ze in staat zou zijn om de hand aan zichzelf te leggen. Hij wil het begrijpen en zoekt tegelijk een schuldige. Maar vooral wil hij getroost worden. Hij belandt op de plaatsen waar de Weense lieden toeven waarvan hij zich twee decennia geleden bevrijd had. Op de Graben is het raak. Hij loopt de Auerbergers tegen het lijf. Het koppel nam hem twintig jaar geleden zowat onder hun hoede. Het weerzien is gespeeld gemeend, en ze nodigen hem uit voor hun ‘kunstzinnig avondmaal’. Hij stemt toe, maar is onmiddellijk ontstemd door zijn eigen zwakte.

‘Alles pleitte tegen mijn verschijnen in de Gentzgasse en toch ben ik in de Gentzgasse verschenen, zei ik bij mezelf in de oorfauteuil.’ Vanuit zijn plaats in de schaduw observeert de verteller de aanwezige gasten. Allemaal kijken ze reikhalzend uit naar de komst van de centrale gast, een gevierd acteur van het Burgtheater, die dezelfde avond nog moest spelen in ‘De wilde eend’ van Ibsen. Hij laat natuurlijk op zich wachten. De verteller slobbert het ene glas champagne na het andere binnen en kan zijn aversie voor het gezelschap amper verbergen. Integendeel, hij leeft zich uit in kritische karakterschetsen en fileert hun reputatie.

Als lezer krijg je een inkijk in de werking van zijn geest. De verteller laat zijn gedachten de vrije loop, wat resulteert in lange zinnen met beperkte interpunctie en tegenstrijdige meningen. Maar zo zitten onze hersenen nu eenmaal in elkaar. We denken niet in afgeronde zinnen en volmaakte stellingen. Onder ons schedeldak spelen zich allerlei denkprocessen af die we proberen te ordenen. We veinzen constant. Ons leven bestaat uit een aaneenschakeling van leugens, halve waarheden en maskerades. Pas in ons denken tonen we wie we werkelijk zijn, maar dat is ineens ook onze zwakke plek. Het is de plaats waar we twijfelen, waar we onzeker zijn. Kenmerken die we vandaag amper nog mogen tonen. Bernhard toont ze wel.

De start van het boek zet een ritme in gang waarop je als lezer meedanst. De vele herhalingen en ellenlange zinnen brengen je in een roes waaruit je 250 pagina’s later pas ontwaakt. Tussendoor leer je alles over de gasten aanwezig op het ‘kunstzinnig avondmaal’, maar vooral ook over de verteller. De paradoxale stellingen, de vrije associaties, de waarheden die komen bovendrijven na het loslaten van de geest zijn zaken die we meestal achterwege laten. Wat telt is het resultaat. Bij Bernhard niet. Hij toont het proces dat eraan voorafgaat.

 

Details Fictie
Originele titel:
Holzfällen - Eine Erregung
Auteur: Thomas Bernhard
Vertaler: Chris Bakker, Pauline de Bok
Uitgeverij: Uitgeverij IJzer
Distributeur: EPO distributie
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
255