Stephen Vizinczey, Waarheid en leugen in de literatuur

Vrienden voor het leven

Er zijn een aantal vrienden die je leert kennen in je jeugd en je de rest van je leven meeneemt. Boeken, cd's, films die je verslindt als zestienjarige en op je zestigste nog steeds meelipt. Stephen Vizinczey heeft jeugdvrienden: Stendhal, Balzac, Tolstoj, Dostojevski, kortom de grote schrijvers uit de wereldliteratuur. De Klassieken, als je wil. Vizinczey is een naar Canada geëmigreerde Hongaarse schrijver die zijn eerste roman 'Loflied op een rijpe vrouw' pas kon schrijven nadat hij zich het Engels meester had gemaakt. In de stevige essaybundel 'Waarheid en leugen in de literatuur' doet hij verslag van zijn denken over wat grote literatuur is.

Een goede raad voor wie begint te lezen in dit boek: neem even de tijd om mee te gaan in de ideeën van Vizinczey. Hij wil soms nogal prekerig overkomen en wie zelf uitgesproken ideeën over literatuur heeft, zou zich kunnen ergeren aan de vaak nogal dogmatische manier waarop Vizinczey sommige schrijvers heilig verklaart en anderen als mindere goden afdoet. Daar staat tegenover dat de schrijvers die Vizinczey groots noemt wel schrijvers zijn van het kaliber van bovengenoemde klassiekers. Toch wrijft hij bijvoorbeeld Charles Dickens (overigens terecht en zonder diens genialiteit te ontkennen) aan de burgerij van zijn tijd te behagen door de maatschappelijke normen te bevestigen en eventuele kritiek op de machthebbers karikaturaal te verwoorden.

Deze kritiek op Dickens, die bij Vizinczey al een mindere god is dan Mark Twain, geeft het al aan: Vizinczey geeft zijn eigen favorieten als lezer en zijn voorbeelden als schrijver een prominente plaats in zijn essays. Hij verdedigt ze met hand en tand, en zij zijn de grootsten. Point final. Laat ons daar eens een speld tussen wringen. Voorbeeld: Stendhal is een groots schrijver omdat hij schreef vanuit zijn eigen denken en zijn eigen hart, dit in tegenstelling tot Shakespeare en Balzac, die vaak schreven vanuit de maatschappelijke normen van die tijd. Een schrijver uit de vroege Verlichting vergelijken met een schrijver van tweehonderd jaar eerder, en dan een gevolg van de tijd waarin de eerste schrijft gebruiken als argument voor grootsheid. Je moet het maar verkocht krijgen.

Vizinczey krijgt het verkocht: zijn onbevlogen en dus soms ongenuanceerde bewondering voor de Klassieken in zijn eigen Panthéon werkt aanstekelijk als je niet al te zeer vanuit je eigen standpunten kijkt naar de argumenten die hij aandraagt. Vizinczey heeft maar een probleem: als we zijn grootste stokpaardje volgen, enkel nog de Klassieken lezen in plaats van nieuwe boeken, en boeken over de grote schrijvers helemaal links laten liggen, dan moeten we 'Waarheid en leugen in de literatuur' ook in de kast laten staan.

En laat ons dat nu eens niet doen, laat ons Vizinczey volgen: laat ons onze eigen jeugdvrienden zoeken, ergens vanachter in de kast, waaraan we elk boek dat we lezen en elke film die we zien aftoetsen, en laat ons kijken of het een klassieker is zoals de grote 19de-eeuwse schrijvers voor Vizinczey. Is het een Shakespeare of een Dostojevski? Of is het toch 'Pulp fiction', 'The white album' of 'Kartonnen dozen'? Dat zijn onze klassiekers. En die stapelen we vrolijk op de klassieken van Vizinczey, die we gaan herlezen maar aftoetsen aan onze eigen favorieten en onze eigen tijd. En dan kijken we wie onze tijdsgeest en ons hart doorstaat. Dát zijn dan de ware klassieken.

Details Non-fictie
Originele titel:
Truth and lies in literature
Auteur: Stephen Vizinczey
Copyright afbeeldingen: Lebowski Publishers
Uitgever: Lebowski Publishers
Jaar:
2010
Aantal pagina's:
300