Stefan Spjut, 'Stallo'

Wat ruist daar in het struikgewas?

Susso Myrén gelooft in trollen. Sinds haar grootvader jaren geleden een luchtfoto maakte van een beer met een vreemd wezentje op zijn rug, weet Susso zeker dat er in de Zweedse bossen nog andere dingen leven dan dieren. Via haar website probeert de jonge vrouw contact te zoeken met mensen die haar overtuiging delen, en haar bewijzen kunnen geven. Zo ontmoet ze Edit, die samen met haar kleinzoon Mattias een klein mannetje met gele kattenogen voor het raam zag staan. Susso gaat op onderzoek uit. Maar als Mattias plots verdwijnt, wordt het mannetje de hoofdverdachte in een ontvoeringszaak. Susso graaft steeds dieper en alle sporen leiden naar een zaak van jaren geleden. Toen verdween er ook een jongetje in verdachte omstandigheden midden in het bos. Waar zijn die kinderen heen? En wie is dat vreemde mannetje?

 

Het verhaal van de zoektocht naar Mattias wordt in Stallo afwisselend verteld vanuit het perspectief van Susso, haar moeder Gudrun met wie ze de zaak onderzoekt, en een van de ontvoerders. Samen met haar moeder en haar ex-vriend doorkruist Susso heel Zweden op zoek naar Mattias. Van de ene getuige naar de andere, en die zoektocht maakt vaak nogal gekke en soms overbodige kronkelige omwegen. Toch weet Stefan Spjut de spanning erin te houden, want terwijl Susso en co zoeken, zijn de ontvoerders koortsachtig op zoek naar haar. Ze zijn vastbesloten om de geheimen die ze al jaren verborgen houden, onder de sneeuw begraven te laten. En daarvoor zijn ze bereid tot het uiterste te gaan.

 

Ondanks de achtervolging die als een rode draad door het boek loopt, kun je Stallo niet meteen een flitsende achtervolgingsroman noemen. Het verhaal wordt erg traag opgebouwd. Maar dankzij de korte afwisselende hoofdstukjes en een vlotte schrijfstijl eist de auteur niet te veel van de lezer. Het genre van deze roman valt eigenlijk moeilijk onder één noemer te vatten, het zweeft met spanning, afschuw en een hoop onverklaarbare gebeurtenissen ergens tussen horror, fantasy en misdaadroman. De benaming maakt eigenlijk geen moer uit als je bereid bent alles te geloven wat je leest. En dankzij de beeldrijke, gedetailleerde beschrijvingen (in een heel sterke vertaling) kun je moeilijk anders. Spjut sleept je vanaf de eerste pagina’s mee de donkere Zweedse bossen in, zonder al te bombastisch te worden in zijn omschrijvingen of te doorzichtig in zijn spanningsopbouw. De grootste spanning schuilt namelijk in wat er niet beschreven wordt: in die vreemde wezens die gefascineerd lijken door kleine kinderen. Sommeltje, stallo, gnoom ... ze krijgen verschillende benamingen, en verschillende gezichten.

 

Susso gebruikt de term ‘trol’ gemakshalve voor ‘alle bovennatuurlijke wezens die lichamelijk zijn en antropomorfe trekken hebben. En in Scandinavië voorkomen.’ In het Noorden zijn sages en legendes over trollen en andere vreemde boswezens heel wat vertrouwder dan bij ons. En die verteltraditie verwerkt de auteur naadloos in de ontvoeringszaak. Zo botst Susso tijdens haar onderzoek bijvoorbeeld op het levensverhaal van John Bauer, een Zweedse illustrator die vooral bekend is om zijn illustraties van sprookjes met trollen in de hoofdrol – zo’n omweg lijkt een beetje overbodig, maar het wordt wel meteen duidelijk waar de auteur zijn inspiratie haalde. Toch wordt het vreemde ‘Stallovolk’ nooit in detail beschreven, Spjut begrijpt perfect dat er veel meer spanning schuilt in mysterie en onvoorspelbaarheid. Een aanrader voor niet-rationele lezers die even genoeg hebben van Zweedse romans met een humeurige politiecommissaris in de hoofdrol.

Details Fictie
Auteur: Stefan Spjut
Vertaler: Edith Sybesma
Uitgeverij: Cargo
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
576