Literatuur is het leven, met zijn mooie en minder mooie kanten. Zo heb je ook in de boekenwereld kansengroepen: vrouwelijke en allochtone auteurs, schrijvers van kortverhalen en poëten… het zijn de negers van de literatuur. Aangezien wij minstens even politiek correct als cutting edge zijn, willen we op geregelde tijdstippen onze statistieken pimpen. Met ‘De prachtige onverschilligheid' van Sarah Hall slaan we twee vliegen in een klap: het is een bundel kortverhalen en geschreven door een vrouw. Top! Los van bovenstaande onzin is deze mooie bundel vooral een aanrader voor een plekje op jouw verontrustend uitdijende stapel vakantielectuur.
De Engelse Sarah Hall (1974) verdiende haar strepen als romancière. Ze brak in 2004 door met ‘De Michelangelo van Coney Island’ die het tot de shortlist van de Man Booker Prize schopte. Met ‘Portret van een dode man’ uit 2010 kon ze bij ons minder potten breken, maar hopelijk wint ze met ‘De prachtige onverschilligheid’ opnieuw enkele fans. Hall zal wel nooit een literaire ster worden. Ze is eerder het type schrijfster dat langzaam een trouwe schare volgers opbouwt, want eens je iets van haar gelezen hebt, blijf je haar volgen.
‘De prachtige onverschilligheid’ opent met ‘Slagersgeur’. Dat is waarschijnlijk niet toevallig, want dit verhaal werd genomineerd voor de BBC National Short Story Award 2010. Een beetje vreemd, vonden wij, omdat ‘Slagersgeur’ één van de minst evenwichtige verhalen uit deze bundel is. Het is het verhaal van een meisje dat bevriend raakt met Manda Slessor, de dochter van een even marginale als rijke familie in een dorp in het noorden van Engeland. In enkele zinnen zet Hall deze familie heel mooi neer, maar daar neemt ze jammer genoeg geen genoegen mee. Ze gaat op zoek naar een plot waardoor ‘Slagersgeur’ vooral geforceerd en onaf lijkt.
Hall is pas meesterlijk wanneer ze de verwikkelingen links laat liggen en spanning opbouwt door vrijelijk in het hoofd van haar personages rond te wandelen. Hoewel het er broeit, beleven deze vrouwen geen wereldschokkende avonturen. In het titelverhaal beleeft het hoofdpersonage een romance met haar jongere minnaar. Ze wandelen door Londen en zijn getuige van een ongeluk. Het lijkt de vrouw amper te raken. Zij is met iets anders bezig. In ‘Het bureau’ krijgt Hannah telefoon van een man. Hij vraagt of ze nog weet waar ze hebben afgesproken. Hannah gaat van een mannelijk escortservice gebruik maken. Hall beschrijft de meest intieme gedachten van haar personages afstandelijk, maar tegelijk heel genuanceerd. Haar verhalen doen daardoor levensecht aan.
In het korte ‘De nachtrivier’ dat zich opnieuw in het noorden van Engeland afspeelt, komen alle troeven van deze sterke bundel samen. Een meisje naait een nertsmantel voor haar zieke vriendin, Magda. In dit superieure kortverhaal verweeft Hall zinnelijke natuurbeschrijvingen met de ingehouden emoties over de relatie tussen beide vrouwen. Die combinatie werkt perfect en wordt nooit zoetsappig. Dat komt ook omdat er – net als in alle andere verhalen - geweld om de hoek loert. Het is niet tastbaar, maar voelt net daarom des te dreigender aan.
Hall moet het nooit van de grote emoties hebben. De zeven verhalen in ‘De prachtige onverschilligheid’ zijn uiterst ingehouden. Misschien zijn ze daarom niet voor iedereen weggelegd, maar voor wie op zoek is naar een bundel uiterst subtiele literatuur, is ‘De prachtige onverschilligheid’ een snoepje.
Foto: Richard Thwaites.


Reageer