Sandro Veronesi, 'Een god waakt over je'

Even grillig als een Alpenreliëf

Wie de weekendeditie van De Standaard leest, zal misschien ooit een stukje van voetbalcommentator Filip Joos hebben gelezen. Hij combineert een gedegen en doorleefde voetbalkennis met een spits taalgevoel, waardoor zijn schrijfsels het gemiddelde sportartikel met kop en schouder overstijgen.

Tijdens het lezen van deze verzameling sportcolumns vroegen we ons verschillende keren af: 'Zou Filip Joos zich hiermee tevreden kunnen stellen?' Het niveau van 'Een god waakt over je' is namelijk even grillig en ongelijk als een Alpenreliëf.

Wanneer Veronesi schrijft over de levensloop van turnster Nadia Comaneci, levert dat een kernachtige en trefzekere omschrijving als 'toen ze in 1989 weer in de openbaarheid verscheen in Amerika ... was haar schoonheid hoekig en agressief geworden zoals die van de escortedames in Oost-Europa, een en al mascara, treurigheid en pantykousen ... De perfectie bezoekt haar niet langer, en haar glimlach zieltoogt op de liefdadigheidsparty's als een zalm die aan het eind van zijn reis is gekomen'. Dit blijft de man die ons de moderne klassieker 'Kalme chaos' schonk.

Ontroerend zijn de passages waarin hij zijn liefde voor Juventus belijdt ('mijn eerste diepe, autonome emotie gericht op iets buiten ons eigen gezin') en de pagina's die de Italiaan hier besteedt aan voetbal bezitten focus en vertelplezier. Hij heeft oog voor voetballers die ondertussen naar de achterkamers van het geheugen zijn verwezen. Zoals Helmuth Duckadem - doelverdediger van Steaua Boekarest - die als beloning voor een goede wedstrijd een Jeep Cherokee ontving en er terug mee reed naar Boekarest. Foute keuze, want de zoon van dictator Ceausescu zag zo'n auto wel zitten en eiste prompt de Amerikaanse 4 x 4 op ('onmiddellijk verdwenen hij en zijn auto uit beeld').

Helaas wou Veronesi zich een liefhebber van alle sporten tonen. Het levert slappe stukken op over motorrijder Valentino Rossi, wielrenner Franco Ballerini en skiër Alberto Tomba. Wanneer hij schrijft over Roger Federer, krijg je het gevoel dat hij in de buurt wil komen van David Foster Wallace (die nogal wat pagina's wijdde aan de Zwitser). De ironie wil dat Veronesi zelf opmerkt dat de verrichtingen van Federer nogal wat 'slechte - ijdele, gekunstelde - pagina's' opleverden. Wat hij vervolgens zelf bevestigt.

Je krijgt niet de indruk dat er veel tijd en aandacht werd besteed aan deze stukjes, ze lezen als broodschrijverij. Interessant voor wie idolaat is van de Italiaan, de liefhebber van het met liefde geschreven sportstuk kan zich nog steeds tot Filip Joos wenden.