Rainer Maria Rilke, 'De andere kant van de natuur'

Een bijna onzichtbare dichter

Wie zal er bezwaar tegen aantekenen dat Rainer Maria Rilke (1875-1966) - een van de grootste dichters van de twintigste eeuw - zijn korte prozateksten als gedichten in proza beschouwde? De beroemde dichter die zich de eeuwigheid inschreef met 'Die Sonette an Orpheus', 'Neue Gedichte' en 'Duineser Elegien', liet in 'De andere kant van de natuur' in totaal twaalf schetsen achter die nooit eerder in Nederlandse vertaling zijn verschenen. Teksten met meesterschap gepolijst die de lezer laten genieten van wat hij aan het papier heeft toevertrouwd.

Wat Rilke schrijft, vertrekt vanuit een concrete ervaring, allerminst met de bedoeling om aan de natuur te ontsnappen, wel om de andere kant ervan onder woorden te brengen. Wie wil weten wie hij in werkelijkheid was, kan maar best te rade gaan bij Stefan Zweig. Tijdens een lezing over Rilke in 1936 zei hij onder andere over hem: 'Hij hield ervan zijn persoon en wat persoonlijk voor hem was als het kon te verbergen; als ik me al die mensen voor de geest haal die ik gedurende hun leven heb ontmoet, dan kan ik me geen enkel leven ervan herinneren dat het was gelukt om zo uiterlijk onopvallend te blijven als Rilke.'

Alles wat persoonlijk voor hem was, wist hij handig te verbergen. Hij gaf zelfs geen toestemming voor het afdrukken van foto's van hem in tijdschriften. Hij wilde een onopvallend iemand tussen de mensen zijn. Voor alles een dichter die alles wat hij waarneemt met de intensiteit van de taal weet te combineren. Een observator die in zijn teksten de beelden op een dusdanige manier over elkaar schuift dat ze altijd in de buurt van poëzie blijven. Zo is 'De Leeuwenkooi' niets anders dan een prozagedicht:

'Slechts op afstand, als ver van zich afgehouden, met het zachte penseel van zijn staart, schildert hij telkens weer een geste, een kleine, halfronde, van onbeschrijflijke verachting. En dat vindt zo veelbetekenend plaats dat de leeuwin blijft staan en toekijkt: verontrust, opgewonden, verwachtingsvol.'

Tijdens de zomer van 1906 verbleef hij ruim twee weken in België, waar hij achtereenvolgens in Veurne en Oostduinkerke logeerde. Vooral Veurne maakte indruk op hem, al was het maar omdat hij er de boeteprocessie zag voorbijtrekken.

'Weliswaar denk je allereerst dat juist deze boetelingen te weinig ernst en houding hebben wanneer ze voor het eerst op hun lange weg langstrekken. Ze dragen hun kruisen - vind je - als lieden voor wie dat dagelijks werk is en die gewend zijn dat zo gemakkelijk mogelijk te doen.'       

'De andere kant van de natuur' is ideale lectuur voor een stil moment tijdens een rustige vakantiedag. Jammer dat het zo lang wachten is geweest op een Nederlandse vertaling.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
103