Rafael Horzon, 'Het witte boek'

Kunst of oplichterij?

Berlijn  vlak na de val van de Muur is een plek waarin alles kan en niks moet. De stad inspireert anarchisten als Alec Empire, maar ook dinosauriërs als U2 tot fantastisch werk. Zeker in de avantgardistische kunst is Berlijn het centrum van de wereld. Rafael Horzon surft mee op de wilde golven van dat succes. Hij lanceert er het ene businessidee na het andere. In ‘Het witte boek’ doet hij kond van die periode.

Het boek start in de Parijse lessen van Derrida, maar slechts enkele pagina’s later verhuist Horzon naar Berlijn om het deconstructivisme daar in de praktijk te brengen. Elk van zijn initiatieven balanceert er op de smalle lijn tussen economie, kunst … en oplichterij. In de paar jaar die ‘Het witte boek’ bestrijkt is Horzon bijvoorbeeld galeriehouder van Berlintokyo. Klein detail: de Japanse kunstenaars die er zogezegd exposeren zijn allemaal door Horzon verzonnen. Even later benoemt hij zich tot directeur van de Wetenschapsacademie en deelt diploma’s uit aan iedereen die vier keer bij hem op cursus komt. Hij is stellig dat ‘deze certificaten heus net zoveel waard zijn als de certificaten van alle andere universiteiten’. Sommige van zijn projecten zijn zorgwekkend succesvol, andere gaan al na één dag op de fles.

Door de eindeloze reeks kapoenenstreken lijkt ‘Het witte boek’ soms niet meer dan een schelmenroman. Kunst, economie of wetenschap ... er is geen institutie die Horzon niet in de zeik zet. De ironie druipt van de pagina’s waardoor het boek de sfeer van de jaren 90 uitademt, wat zeer verfrissend is zeker nu een overdaad aan serieux de ziekte van onze tijd is.

Misschien is het allemaal niet meer dan spielerei en ligt Horzon dubbel als hij deze hoogdravende recensie leest. Maar wij verdenken hem ervan meer te zijn dan een charmante charlatan. Gedurende heel ‘Het witte boek’ maakt hij zaken die verdacht veel op kunst lijken, maar toch wil hij ze uitdrukkelijk geen kunst noemen.

Eigenlijk is Horzon de anti-Marcel Duchamp. Terwijl Duchamp erop stond dat een urinoir kunst was, louter omdat hij tot kunst promoveerde, staat hij erop dat zijn werk geen kunst is, enkel en alleen omdat hij dat niet wil. Horzon noemt zijn projecten liever businessideeën. Ons lijkt dat een geniaal plan als je enige maatschappelijke waardering wilt krijgen. Kunstenaars zijn toch maar parasitaire subsidieslurpers, terwijl de verering van ondernemers stilaan lachwekkende proporties aanneemt. Het verschil tussen beide instituties wordt trouwens kleiner. Of zoals Tom Lanoye het in ‘Gelukkige slaven’ aangeeft: ‘zoals ooit l’art pour l’art was ontstaan, zo is nu ook de handel ontstaan omwille van alleen de handel. Na de dichter en de conceptuele beeldhouwer betreden de bankier en de beurshandelaar het tijdperk van de zuivere lyriek.’

Inhoudelijk biedt ‘Het witte boek’ veel stof tot nadenken. Jammer genoeg vertoont de roman op technisch gebied wel wat hiaten. De structuur van het boek laat zich nog het best samen vaten als: en toen, en toen, en toen … Geen wonder dat de boel na een tijdje begint te vervelen. Bovendien  maak Horzon net iets te vaak gebruik van magisch-realistische kunstgrepen, die bij zijn ironische toon passen als een tang op een varken. Meestal lijkt het erop alsof de auteur zich op die manier van een vastgelopen scène wil ontdoen.

Toegegeven, die slordigheid past perfect bij de projecten die het boek beschrijft. Ook voor deze roman geldt dus de vraag: kunst of oplichterij. Rafael Horzon dwingt de lezer om onder de oppervlakte te kijken. Daarom is dit een uitdagend boek.

Details Fictie
Originele titel:
Das weisse Buch
Auteur: Rafael Horzon
vertaler: Willy Hemelrijk
Uitgeverij: Leesmagazijn
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
218