Pieter Gaudesaboos, 'Mijn huis staat in de dierentuin'

Nostalgie in de dierentuin

Sinds zijn debuut ‘Roodlapje’ (2003) maakte Pieter Gaudesaboos naam als vernieuwend en eigenzinnig illustrator, die de grenzen van het literaire prentenboek blijft verkennen. De frivole voorflap met heldergroene tinten in combinatie met een cartoonesk figuurtje en een keur aan diersoorten schept meteen verwachtingen voor ‘Mijn huis staat in de dierentuin’.

De eerste prent maakt alvast een stevig statement: een dierentuin met geopende kooien, waardoor de wilde dieren zich vrijelijk in het park kunnen bewegen. Dat is vanzelfsprekend een utopie, maar vormt de goedgekozen achtergrond voor een fictief biografisch verslag. Gaudesaboos bericht over Lotta’s dagelijkse bezigheden: ze gaat broodjes smeren met de bruine beren (heeft u ‘m?), poetst haar tanden samen met de krokodillen en schildert een meesterwerk onder begeleiding van de artistieke pinguïns. Na een vermoeiende dag trakteert Lotta de verzamelde dieren op een bedverhaal, waardoor dit prentenboek zich ideaal als verhaal voor het slapengaan leent.

De plot mag dan wat rechtlijnig zijn, Pieter Gaudesaboos verrast opnieuw met wervelende prenten, gedetailleerde vormgeving en een humoristische toets. Lotta wordt als eivormig figuurtje gepresenteerd, met een buitenproportioneel groot hoofd, gezonde blosjes en een expressieve gelaatsuitdrukking. Het maakt haar aandoenlijk, maar ook met een eigengereid karakter, zoals ze wel vaker in Gaudesaboos’ oeuvre optreden. De publiektrekkers uit de dierentuin ontbreken evenmin. Lotta heeft interessante ontmoetingen met giraf en olifant, maar Gaudesaboos heeft ook aandacht voor kuikentjes, vlinders en barbecueënde lieveheersbeestjes.

Nog meer dan in eerdere werk zijn de illustraties volgestouwd met figuren. Het zijn haast kunstwerkjes an sich, waarop ontzettend veel te ontdekken valt. Opvallend zijn de vele diagonale lijnen, die voor een zekere beweeglijkheid zorgen. Dankzij de doordachte compositie worden de prenten nergens te druk. Ook de kleurcontrasten blijven perfect in evenwicht. Gaudesaboos heeft zich duidelijk uitgeleefd in humoristische details, vaak met een nostalgische toets, zoals vintagedesign, beren met retrobril en buttons van de new beat-generatie en kunstzinnige pinguïns mét baret. Ouderwetse televisietoestellen, een walkman en knikkers passen perfect in dit plaatje. Tegelijkertijd doet ook de moderne technologie z’n intrede en paradeert de pinguïn met een selfiestick. Het einde komt nogal abrupt en eigenlijk ook te vroeg, want je wil wel blijven genieten van Gaudesaboos’ vakmanschap.

De enige zwakte vormt de zoutloze tekst van Sylvia Vanden Heede. De auteur probeert de opgewekte, speelse toon van de prenten te weerspiegelen in een mengeling van verschillende rijmschema’s. Dat werkt in de praktijk helaas niet al te goed, want de vele overgangen en halfrijm staan een speels ritme juist in de weg: 'Als toetje neemt Lotta een banaan. / Voor onderweg. Nu moet ik gaan.' of 'De biggen hebben groot gelijk. / Een klim! Een kreet! / En een crash in het slijk.’

Flauwe woordspelingen ontsieren de tekst nog meer, bijvoorbeeld wanneer Lotta afscheid neemt van de krokodil met de gevleugelde woorden: ‘Tot later alligator.’ of nog ’Tennisballen bowlingballen, / Laat de kauwgombal niet vallen.’

Dit stijlvolle en gedetailleerd uitgewerkte prentenboek had zonder de ongeïnspireerde tekst nog aan kracht kunnen winnen. Ons voorstel: vergeet deze halfslachtige poging tot rijmelarij en verzin samen met uw kind een geheel eigen tekst bij de wervelende prenten. Ze bieden daartoe gelegenheid te over.

Vanaf 3+

Details Fictie
Illustrator: Pieter Gaudesaboos
Auteur: Sylvia Vanden Heede
Uitgeverij: Lannoo
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
32