Philipp Blom, 'Wat op het spel staat'

Democratie is net zo fragiel als religie

In '89 viel de Berlijnse muur. Twee jaar later werd de U.S.S.R. opgedoekt. Francis Fukuyama publiceerde zijn standaardwerk 'Het einde van de geschiedenis en de laatste mens'. We dachten een finaal slotakkoord bereikt te hebben. Toch zong Lou Reed in datzelfde 1989 waarschuwend: "this is no time for optimism / this is no time for endless thought / this is no time for my country right or wrong / remember what that brought".

Eerder dit jaar publiceerde Blom 'De opstand van de natuur', waarin hij de gevolgen van de kleine ijstijd aan het einde van de zestiende eeuw beschreef. Een periode waarin graanprijzen explosief stegen, maar tevens een tijdspanne waarin creativiteit hoogtij vierde. De analogie met 'Wat op het spel staat' ligt voor de hand. De klimaatproblematiek vormt in de vroege 21ste eeuw een continu gespreksonderwerp en in uitgesteld relais voelen we de fall-out van de financiële crisis in '08. Op papier zijn we rijker dan vroeger, maar de praktijk spreekt dat tegen. We winkelen ons een ongeluk in winkelketens die veel te lage prijzen aanrekenen, bestellen online producten die ons via discutabele 'disruptieve' kanalen bereiken en wonen in huizen die chronisch overgewaarderd zijn.

"Het levensgevoel van consumenten komt als brand identity tot uitdrukking... In het dierenrijk zijn niet veel runderen trots op hun brand. Vrij zijn ze, als ze nog niet geschroeid zijn door een gloeiend ijzer."

Naar het einde van het boek toe herneemt Blom deze gedachte. "Bestaat een samenleving uit individuen die rationeel en solidair kunnen denken, of uit bekrompen kuddedieren, waaruit zich maar zelden uitzonderlijke exemplaren kunnen verheffen, boven de gehoornde en gebrandmerkte massa uit, om de kudde aan te voeren?"

Een provocerende vraag. Toch is dit boek geen gratuit schotschrift, daarvoor probeert het werk te sterk onze huidige problemen te voorzien van een historische context. Een heikele onderneming, want het is verdraaid moeilijk - zo niet onmogelijk - om het tijdperk waarin je zelf leeft te omschrijven. Zo trekt hij naar ons gevoel net iets te fel van leer wanneer hij de situatie van veel mensen in onze huidige economie vergelijkt met die van de Duitse vrijwilligers in aanloop naar W.O. I. Dat soort analogieën zijn net iets te veel getrokken in onze tijden. De eerste vijftig, zestig bladzijden voelen trouwens eerder aan als een samenvatting van recente publicaties als 'Kapitaal in de 21ste eeuw' (Thomas Piketty) of 'Hillbelly Elegy' (J.D. Vance).

Blom komt pas werkelijk op dreef wanneer hij onze democratie omschrijft als een "een gewaagd experiment met een open einde". Ons idee van de 'natiestaat' stamt uit de negentiende eeuw, het idee Europa ontstond pas in 1950. Historisch gezien zijn dat prille embryo's. Een democratie is geen natuurfenomeen, maar wordt gedragen door menselijke consensus. Consensus impliceert betrokkenheid en dat onderstreept Blom in deze publicatie.