Peter Handke, 'De angst van de doelman voor de strafschop'

Voorbij de gangbare norm

Zelden krijgt de banaliteit van het bestaan een plek in de literatuur. Het wordt voor de lezer pas interessant wanneer een specifieke gebeurtenis de regelmaat ontregelt. Alle verdere ontwikkelingen in een verhaal zijn terug te brengen tot dat ene moment. Daarom is het zo belangrijk. Op een bepaalde manier is het net dat wat de Oostenrijkse Nobelprijswinnaar Peter Handke doet in ‘De angst van de doelman voor de strafschop’. Maar vooral ook niet.

Nochtans start de flinterdunne roman met een misverstand dat een resem gebeurtenissen in gang zet. Wanneer hoofdfiguur Josef Bloch ’s morgens aankomt op de werf waar hij aan de slag is, denkt hij verkeerdelijk dat hij ontslagen wordt en verlaat het terrein om zijn nieuwe leven te starten. In plaats van woede of opwinding die het gevoelsleven van het personage zou moeten teisteren, beschrijft Handke louter de handelingen die Bloch uitvoert in de nasleep van het gebeuren.

We volgen Bloch naar verschillende plekken en langs verschillende personages, maar we krijgen nooit een inkijk in de bedoelingen van de hoofdpersoon. Zo dwingt de auteur de lezer in een afstandelijke positie. Het is namelijk onmogelijk om door te dringen in het hoofd van de personages, aangezien er geen enkele psychologische uitdieping tot stand komt. Bijgevolg hebben we het raden naar de drijfveren van de spilfiguur en dat werkt nogal confronterend.

Het gevolg is dat we weinig empathie kunnen opbrengen voor Bloch, net zoals hij geen empathie kan opbrengen voor de wereld om zich heen. Bloch bekijkt alles vanop afstand, alsof hij een stukje theater aanschouwt waarmee hij weinig affiniteit heeft. Sterker nog, ‘plotseling vond hij alles om zich heen ondraaglijk. […] Een hevig gevoel van walging maakte zich van hem meester.’

Dat gevoel cultiveert Handke ten aanzien van Bloch, maar evengoed ten aanzien van zichzelf. Peter Handke is een omstreden figuur in de moderne letteren, maar ook in zijn politieke opvattingen. Dat bewees de discussie die ontstond toen hij vorig jaar de Nobelprijs voor literatuur ontving. Velen nemen het hem kwalijk dat hij het opnam voor de vermeende oorlogsmisdadigers Slobodan Milosevic en Radovan Karadzic en resoluut de kant van Servië koos tijdens de Balkanoorlogen.

Maar dus ook in de letteren zorgde hij van bij aanvang voor de nodige controverse. In zijn theatertekst ‘Publikumsbeschimpfung’ laat hij de acteurs een voorstelling lang het publiek beschimpen en ook in die andere bekende theatertekst ‘Kaspar’ dolt hij met de heersende normen en waarden door een man op te voeren die kierewiet en uitgeput raakt, omdat hij gedwongen wordt te zijn zoals de anderen, tegen zijn natuur in. Een statement van formaat.

Dit alles zit ook vervat in ‘De angst…’. Het is misschien wel de roman bij uitstek waarin Handke zijn afkeer toont jegens de algemeen aanvaarde taalconventies. Op het einde van de roman zegt Bloch tijdens een voetbalwedstrijd: ‘Het is heel moeilijk om niet naar de spelers en naar de bal maar naar de doelman te kijken.’ Het lijkt een banale zin, maar het illustreert wel de poëtica van Handke. Bloch voegt er nog aan toe dat je jezelf er toe moet dwingen omdat het zo onnatuurlijk is. Maar net dat doet Handke een heel boek lang. Hij maakt er een punt van om de andere invalshoek te kiezen, het perspectief dat afwijkt van het gangbare. Dat maakt zijn werk uitdagend, bevreemdend, maar ook meer dan de moeite waard.

 

Details Fictie
Auteur: Peter Handke
Vertaler: Gerrit Bussink
Uitgeverij: Koppernik
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
109