Peter Buwalda, 'Otmars zonen'

Buwalda bevestigt met zijn 'moeilijke tweede'!

Een kleine negen jaar geleden debuteerde Peter Buwalda met het bejubelde ‘Bonita Avenue’. Zelden sloeg een debuut zo in als een bom, en slaagde de schrijver erin je meer dan vijfhonderd pagina’s aan zijn boek gekluisterd te houden. Wij schreven in 2010 al dat Buwalda dankzij onder meer een paar bloemkooloren het niveau van een ervaren romancier had, en dat we reikhalzend uitkeken naar zijn gedoemd moeilijke tweede.

Dat was negen jaar geleden.

Eerlijk is eerlijk, wij hadden stilaan de hoop opgegeven en waren haast Saskia de Coster beginnen te lezen. Godzijdank verrast Buwalda ons én zijn eigen uitgever door alsnog ‘Otmars zonen’ op ons los te laten. 

Het mag geen verrassing heten. Voor ‘Bonita Avenue’ trok Buwalda ook bijna twee jaar uit, en bleef tot op de laatste dag schaven en wroeten aan de tekst. Ook ‘Otmars zonen’ werd met de kleine beitel en nagelvijl onder handen genomen. Niet alleen als tweede Buwalda, maar tegelijk als begin van een trilogie die een kleine 1800 bladzijden moet gaan tellen. We zetten er geen geld op in, maar ‘Hysteria Siberia’ en ‘De ja-knikker’, respectievelijk deel twee en drie, zouden in september van het jaar 2020 en 2022 moeten verschijnen. Wedden?

Waar we in ‘Bonita Avenue’ meteen de familie Sigerius konden volgen op hun weg naar de afgrond, begint ‘Otmar’ aanvankelijk zwaarder op de hand. We volgen hoofdpersonage Ludwig Smit in zijn overpeinzingen terwijl die urenlang op een taxi wacht. Zijn band met een enkel Shell-kopstuk dat luistert naar de veelzeggende naam Hans Tromp spookt door zijn hoofd, net als zijn voormalige huisgenote Isabelle Orthel die ook met Tromp gelinkt is. Mocht de naam een vaag belletje doen rinkelen, u kent Isabelle nog als verleidster uit ‘Bonita Avenue’. Buwalda houdt ervan een kleine stamboom door zijn oeuvre te weven. 

We gaan geen spoilers schrijven. De hamvraag blijft dezelfde. Is dit boek even goed als het eerste? JA! ‘Otmars zonen’ bedient zich misschien aanvankelijk van een zwaarder malende mechaniek, maar als je een trilogie wil dragen mag dat wel. We kregen al andere titels in handen die ook claimden het begin van een trilogie te willen zijn, waar we met moeite wakker bij konden blijven. ‘Otmar’ wordt snel genoeg de pageturner die je verwacht dat hij zal zijn, en Buwalda’s vertelstijl is meeslepend. Al durft Buwalda her en der een doodzonde te schrijven in de vorm van enkele perspectiefwissels, hij komt er zwierig mee weg.

Buwalda bevestigt zichzelf eindelijk als grote verteller met deze roman. Nu maar hopen dat we geen acht jaar op het tweede deel moeten wachten.

Details Fictie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
607