Patti Smith, ‘Just kids’

Een ode aan de vriendschap

In ‘Just Kids’ haalt de nu beroemde Amerikaanse dichteres en zangeres Patti Smith (°1946) haar hart op aan de intense tijd die ze deelde met haar zielsverwant en fotograaf Robert Mapplethorpe. Die overleed in 1989 aan de gevolgen van aids. Met deze autobiografische vertelling geeft ze gehoor aan diens vraag hun verhaal te vertellen. Ook na zijn dood gaat hun samenwerking door.

Wanneer de jonge Patti samen met Robert op een warme zomerdag in 1967 door de New Yorkse straten loopt, staart een ouder echtpaar hen aan. “‘O, maak eens een foto van ze’, zei de vrouw tegen haar bevreemde echtgenoot. ‘Volgens mij zijn ’t kunstenaars.’ ‘Ach, ga weg’, zei hij schouderophalend. ‘They’re just kids’”. Smith en Mapplethorpe schipperen op dat moment nog tussen beiden, maar langzaamaan hellen ze steeds meer over naar de kant van de kunst. En met succes, zo zal blijken.

Het begin van hun vriendschap valt terug te voeren op een intuïtieve toevalstreffer. Omdat Smith wil ontkomen aan haar afspraakje met een opdringerige man, klampt ze in het park een jongen aan, die ze prompt tot haar vriendje doopt. Samen rennen ze weg, een gedeelde toekomst tegemoet. Wanneer hij zich voorstelt als Bob, zegt ze: "Ik vind je er niet echt uitzien als een Bob. Mag ik je Robert noemen?".

Al snel blijkt hoe de jongelingen elkaar aanvullen. Tussen allerlei baantjes in, leven ze samen in gelukkige armoede. Vaak is er maar geld voor één hot dog of voor één museumkaartje. De ene wacht dan buiten op de andere, die nadien uitgebreid verslag doet. Ze schuimen tweedehandswinkels af en snuisteren in platenzaken en boekenwinkels. Ze vergroeien tot een complementair duo. Samen gaan ze op zoek naar zichzelf en geven ze gehoor aan hun gemeenschappelijke drang naar creatie. Beiden worstelen ze met een geschikte vorm om zich in uit te drukken. Patti tekent, schrijft, acteert en zingt; Robert schetst, ontwerpt juwelen, maakt installaties en fotografeert. Waar leidt het allemaal toe? Wat zal er van ons worden? Het zijn vragen die de jonge Patti Smith zich meermaals stelt. Toch blijven ze beiden doorgaan en gaandeweg formuleren ze antwoorden, die even jeugdig als mooi zijn: 'Het leidt tot elkaar. We worden onszelf.'

Gefascineerd door Rimbaud en Jimi Hendrix zal Smith zich uiteindelijk wijden aan de mix van poëzie en muziek, een persoonlijke ‘missie om de revolutionaire geest van rock-‘n-roll te bewaren, te behoeden en over te brengen’. Robert opteert resoluut voor het fotografische beeld. Portretten, ‘onbeschaamde beelden van cockringen’ en bloemen vinden hun plaats naast elkaar. ‘Voor hem was het een het ander: een uiting van vrijheid’. Parallel aan elkaar boeken ze succes en uiteindelijk gaan beiden hun eigen weg, maar nooit verliezen ze het contact met elkaar.

‘Just Kids’ is geen doorsnee autobiografische vertelling. Geschreven in een proza dat meermaals poëtisch aandoet, wordt de lezer deelgenoot gemaakt van intieme, opwindende en fascinerende momenten uit Smiths en Mapplethorpes collectieve streven en leven. De fragmentarische bloemlezing van herinneringen maakt ‘Just Kids’ zo tot een geslaagd herdenkingslied. Tevens is het een heel bijzonder document dat de broeierige sfeer en het culturele klimaat van het New York uit de jaren ’60 en ’70 schetst. Prominente figuren als Andy Warhol, Janis Joplin en Allen Ginsberg en gedenkwaardige plaatsen en evenementen als het Chelsea Hotel en Woodstock komen allen aan bod in Smiths relaas. Maar bovenal is ‘Just Kids’ een ode aan de vriendschap. Om te koesteren.

Details Non-fictie
Cover
Originele titel:
Just Kids
Auteur: Patti Smith
Vertaler: Kathleen Rutten
Uitgeverij: De Geus
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
349