Oek de Jong, 'Het visioen aan de binnenbaai'

De stijl is het lichaam van de schrijver

We herinneren ons de ophef toen 'Hokwerda's kind' in 2002 werd gepubliceerd. Een roman van Oek de Jong! Dat was toch de auteur die uitgevers jarenlang vertwijfeld liet wachten op een nieuwe worp?

Toen we kennismaakten met zijn werk, dachten we te begrijpen waarom hij liever de marge van het boekenbestaan opzocht. Zijn oeuvre staat los van trends en tendensen, het is niet toevallig dat hij 'Les liaisons dangereuses' van Choderlos de Laclos uit 1782 aanvoerde als denkraam voor 'Hokwerda's kind'. Het experimenteren met verschillende schrijfstijlen om de authenticiteit van de personages leek hem noodzakelijker om een roman tot leven te brengen dan een halfbakken poging om de actualiteit te benaderen.

In het essay 'Mozart voor schrijvers' verwondert hij zich dan ook dat niemand lijkt stil te staan over het muzikale aspect van de roman. Hij verwijst naar de analogie tussen de ouverture van Mozarts opera Don Giovanni en de laatste alinea van de proloog van 'Hokwerda's kind'. Aan de hand van een tweetal zinnen toont hij kristalhelder aan hoe er dynamiek gecreëerd wordt. Het is alsof er je een blik wordt gegund in het klikken van het letterenraderwerk dat we als 'roman' typeren: 'Een schrijver die schrijft is te vergelijken met een musicus die speelt, een improviserend musicus weliswaar.'

De Jong toont zich in deze verzameling verder vooral als een zoekende lezer, kijker en luisteraar. Zijn blik is hongerig en rusteloos, op zoek naar details en overkoepelende verhalen. Bijvoorbeeld: in 'een tedere reus' analyseert hij zijn perceptie van het Bosch-schilderij 'Christophorus'. Hij wordt verliefd op de geestesgesteldheid die het doek in zich draagt, slaagt er niet in om dit te definiëren. De epifanie volgt later: 'Op een dag kun je een mythe plotseling 'lezen'. Een tijdlang is er alleen maar dat verhaal, vaak nogal wonderlijk of half onbegrijpelijk. Maar dan kom je er toevallig weer eens langs en het is of er een sluier wegglijdt - opeens kun je symbolen 'lezen'.'

Ontroerend vonden we de portretten van Arie Visser en Frans Kellendonk. Ontroerend, omdat hij hun werk opnieuw onder de aandacht brengt met de drift van een goed bedoelende boekenmissionaris, zonder zich daarbij te bezondigen aan drammerigheid. Beide literaire compagnons verruilden ondertussen het tijdelijke voor het eeuwige en de Jong lijkt daar nog steeds niet in te berusten. 'De stijl is het lichaam van de schrijver, daarin komt zijn persoonlijkheid tot uitdrukking', zei Kellendonk in een interview.

Het essay 'Twee eenlingen' probeert die kern van zijn oeuvre te benaderen: door de mix van close reading en anekdotiek wordt er gepoogd de contouren van Kellendonks schrijverschap scherper te krijgen. Dat inzoomen zorgt voor nieuwe interpretaties van zijn compacte oeuvre, waardoor hij literair blijft bestaan. 'Ook in zijn werk heeft het wonder van de transsubstantiatie zich voltrokken. In zijn werk kom ik hem op elke bladzij tegen.'

Wie vindt wat hij of zij zoekt in een tekst, heeft slecht gezocht - dat lijkt in 'Het visioen aan de binnenbaai' de onderliggende these. Deze bundel is een pleidooi voor het woeste, oeverloze zoeken.

 

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
253