Mustafa Kör, 'De lammeren'

Tussen veld en steppe

Tien jaar na het verschijnen van zijn eerste roman herschrijft Mustafa Kör zijn debuut ‘De lammeren’. Voor sommigen een bevestiging, voor anderen een kennismaking met de rijke, haast bezwerende taal van Kör. 

‘De lammeren’ is in wezen een migratieverhaal zoals vele anderen. Een Turkse vader vindt werk in de Limburgse mijnen en laat zijn gezin overkomen. De jongste zoon Umut ruilt zijn prille leventje in voor de wereld aan de Maas. Wanneer de mijnen sluiten, staat zijn wereld weer op losse schroeven. De jeugd van Umut is een constant schipperen tussen twee oevers. Weemoed lijkt hem inherent.

‘Ik was gek op granaatappels, maar die groeiden op hoogvlakten en waren seizoenvruchten. Alles wat ik in mijn leven graag heb gehad en waar ik naar zou verlangen, lijkt op het verhaal van de granaatappel: kostelijk en mooi, maar tijdelijk, elders - eenmaal geproefd van het zoets, brak een tijd van vasten aan.'

We treffen Umut als dertiger. Hij woont in een Limburgs slaapdorpje. In de taal van Kör heet dat 'een in heidewinden doezelende goegemeente aan de oevers van de Maas'. Wanneer zijn oude moeder hem opzoekt, wekken haar verhalen een sluimerend verleden tot leven. Er is een uit het oog verloren geliefde Ayşe, geknoopte linten aan een wensboom en bovenal is er de loodzware schaduw van de zelfdoding van zijn oudste broer Ilyas. Een reis naar zijn geboortedorp Ağabey moet antwoorden bieden voor de onrust in Umuts hoofd. Maar elke reis naar het verleden brengt offers en ontnuchtering met zich mee. Uiteindelijk leidt Umuts pad naar de mythische stad Konya, waar een glansrol is weggelegd voor de dansende mystici.

Mustafa Kör weet op een mooie manier thema’s als plattelandsvlucht en de sluiting van de mijnen in Limburg te beschrijven. Tegelijk geeft hij een gezicht aan een tussengeneratie die pendelt tussen Oost en West, voor wie zich vestigen altijd een verlies met zich meebrengt. 

De taal van de voormalige stadsdichter van Genk is net als zijn poëzie op z’n zachtst gezegd 'bloemrijk'. Vooral deel 1 leest als een roes van beelden die doeltreffend worden ingezet. Nergens komt zijn lyrische pen ongepast of pocherig over. Als lezer waan je je in een haast idyllisch Anatolië waar de moerbeibomen koele schaduwen werpen en ruisende populieren oneindig naar de hemel rijken. Toch blijft de schrijver ver van oriëntalistische clichés en komt hij meermaals fris uit de hoek. In deel 2 verliest het hoofdpersonage zichzelf in zijn zielenzoektocht en maakt lyriek plaats voor psyche en mystiek.

‘De lammeren’ leest helder en in een gestaag ritme. Nergens vervalt de schrijver in oeverloos meanderen. ‘Moeders verhalen stromen in mij als zijrivieren in de Maas. Ik ben de Maas en jullie de zee waarin ik ga uitmonden. We gaan samenvloeien. Luister, het klotst en klatert al, ik stroom.’ Alles leidt naar een ontknoping in Konya. Zal Umut zijn leven weer op de rails krijgen? Zal hij zijn naam waardig worden of zoals Mevlânâ Rumi zegt 'de man van zijn belichaming' kunnen worden? We hebben deze roman in aangename spanning gelezen.

Mustafa Kör herwerkte dus zijn debuut ‘De lammeren’ uit 2007. Wij lazen een aangescherpte versie die meeslepender is dan ooit. Dat Körs poëtische pen doorschemert in zijn proza is absoluut een cadeau voor de lezer. ‘De lammeren’ is een bitterzoet sprookje dat je leest met fonkelende ogen.

Details Fictie
Mustafa Kör, 'De lammeren'
:
Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
222