Moritz von Uslar, 'Deutschboden'

Vuist in de lucht voor Deutschboden

Zo’n vier jaar geleden vatte de Duitse schrijver Moritz von Uslar een bijzonder plan op. Hij zou een willekeurig provinciestadje in wat vroeger de DDR was uitkiezen en daar een paar maanden wonen, om erachter te komen hoe het nou echt zat in het ‘wilde Oosten’, met de ‘uitkeringen, nazirock, de beste Duitse biersoorten, verleden en heden'. De enige vereiste: het stadje moest een boksclub hebben. Von Uslar kon zelf een beetje boksen, en een boksclub leek hem een geschikte plek om zijn ‘participerende observatie’ te beginnen.

Von Uslar vond inderdaad een stadje, Oberhavel (in het echt heet het Zehdenick), op ongeveer een uur rijden van Berlijn. Over zijn drie maanden als Oberhavelaar gaat ‘Deutschboden’, dat drie jaar na publicatie in Duitsland nu naar het Nederlands is vertaald. Die boksclub hebben ze wel in Oberhavel, maar Von Uslar komt er al snel achter dat het veel effectiever om in café Schröder rond te hangen, waar hij de ‘oerinwoner’ van Oberhavel, Blocky, ontmoet, alsmede Raoul, die Von Uslar weer voorstelt aan de leden van zijn band, 5 Teeth Less. Dan zijn er ook nog Wilfred en Maria van pension Haus Heimat, Hansi en Heiko Schröder, en de mysterieuze Speedy.

In zekere zin is ‘Deutschboden’ aan alle kanten gedoemd te mislukken. Een hippe Berlijner, een ‘wessi’, die met een tas vol vooroordelen in een of ander stadje komt opdagen om ex-Oost-Duitse apies te kijken? Een hoogopgeleid kijkje in de gelederen van de laagopgeleiden, de uitkeringstrekkers, alcoholisten en aso’s? Hoe kan zoiets leiden tot een eerlijke weergave van het leven in Oberhavel of van de mensen die er wonen?

Maar ‘Deutschboden’ is niet mislukt, verre van, en dat komt vooral door de houding van Von Uslar zelf. Hij doet geen enkele moeite om zijn eigen vooroordelen, of die van de mensen die hij in Oberhavel ontmoet, te verbloemen, wat een verfrissende uitwerking heeft. Oberhavel is ook echt ‘grijzer, bruiner, naarder, harder, somberder, achterlijker, onguurder, akeliger’ dan elke andere stad waar Von Uslar ooit geweest is, en daar gaat hij niet geheimzinnig over doen. Aan de andere kant: Von Uslar is niet geïnteresseerd in Oberhavel omdat het zo anders, zo veel bruiner en naarder is dan hij gewend is. Hij is geïnteresseerd omdat hij Oberhavel gewoon interessant vindt. Zoals het een participerende observator betaamt schrijft hij op wat hij hoort en ziet (nog niet zo eenvoudig, in een stadje waar niet zo lang geleden de Stasi precies hetzelfde deed), en sleept tegelijkertijd de lezer mee in zijn oprechte fascinatie voor dit stadje en deze mensen.

En ‘Deutschboden’ is ook gewoon heel grappig. In zijn rol als ‘reporter op locatie’ is geen detail Von Uslar te klein – ‘daar kwam een plastic tasje met 50 kilometer per uur door de straat geraasd. Raas. Fladder, fladder’ – en geen verhaal te sterk. De titel verwijst naar het geheimzinnige plaatsje Deutschboden, waar niemand uit het stadje ooit geweest is maar waar de mannen (vrouwen zijn er blijkbaar niet zoveel in Oberhavel, dat is dan weer jammer) waar Von Uslar mee omgaat een heilig respect voor hebben. Elke keer als ze langs het bord ‘Deutschboden 1 km’ rijden, toeteren ze, steken ze hun vuist in de lucht en spreken in koor: ‘Deutschboden’. Het duurt niet lang of Van Uslar, en de lezer, zin hebben om mee te doen.     

 

Foto: Jörg Brüggeman/Ostkreuz

Details Non-fictie
Uitgeverij: Leesmagazijn
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
317