Michael Blann, 'Cols'

Koersen naar het diepste zelf

Een zomer zonder Tour de France? Voor menig wielerfanaat – je hebt er op de fiets en je hebt er in de canapé – geldt dat als een van de grootste tegenslagen verbonden aan de huidige coronacrisis. Als troostprijs kunnen diegenen die niet voor de beeldbuis weg te slaan zijn van de Giro tot de Vuelta echter ‘Cols’ in huis halen, een fotoboek met Europa’s mooiste toppen die per tweewieler verkend kunnen worden. Fotograaf Michael Blann, die als jongeman zelf een carrière als profrenner ambieerde, reisde het continent rond doorheen de verschillende jaargetijden en van het ochtenddauw tot de avondschemer, op zoek naar de mooiste kiekjes.

De mooiste zijn echter niet altijd de meest pittoreske. Blann probeert immers niet zozeer het landschap in zijn frame te vangen, maar wel het karakter van bepaalde beklimmingen. ‘Cols’ is dan ook geen titel voor de liefhebber die iconische portretten van de helden van weleer hoopt te zien. Het boek bevat weliswaar verhalen over legendarisch geworden ritten, maar de kern ligt niet in het navertellen van wat reeds in het collectief geheugen gebeiteld zit, wel integendeel. Voor de hand liggende renners, kortom diegenen die de voorbije twee decennia de grote rondes hebben gedomineerd, komen nauwelijks aan bod, terwijl coureurs wier zwaartepunt op het einde van de vorige eeuw liggen wel geregeld worden uitgelicht.

Dikwijls ligt de focus op wat indertijd niet voor het voetlicht van de camera’s is gebeurd, maar op wat zich afspeelde achteraan in het peloton, in de coulissen voor- of na de koers, of tijdens de trainingen die de wedstrijden vooraf gingen. Zo richt Blann het perspectief als het ware naar binnen. Het uiterlijk vertoon van het koersgegeven laat hij links liggen, om de meer persoonlijke relatie die renners hebben tot de bergen, tot hun concullega’s en niet te vergeten tot zichzelf op te zoeken.

Om boutades als ‘klimmen is jezelf tegenkomen’ kunnen de essayistische getuigenissen van (ex-)renners niet helemaal heen, maar intrigerend is de lectuur van bijvoorbeeld Tao Geoghegan Hart, die zich met eigengereide ontboezemingen over intermenselijke ervaringen ongewoon vrij ten opzichte van het vooropgestelde doel van het boek heeft verhouden. Ook Pedro Horrillo, die in een terugblik op een bijna dodelijke val reflecteert over de impact van dat ene moment op zijn verdere leven, verruimt de inhoudelijke breedte van het boek. Zo drijft ‘Cols’ niet op de wielerhype van de voorbije decennia, en papegaait het de clichés die binnen de cultuur gemeengoed zijn niet zomaar na.

Eigenlijk verlegt Blann het accent van het prestatiegerichte stereotiep naar de esthetische en morele dimensie van het koersen: weg van de wereld, oog in oog met de natuur en verbluft door een schoonheid die een verstillende uitwerking heeft. Zo zijn de begeleidende beelden ook opgevat. Heel soms zijn het figuratieve shots, herinneringen aan de wielersport zoals we haar kennen. Vaker duikt Blann evenwel abstracter in het landschap, op zoek naar de geometrie van wegen, de melancholie van eenzame fietsers die knokken tegen een schier onbeklimbare helling, de mystiek van een oerlicht waaruit een panorama ineens lijkt te ontwaken, … Fietsers weten waar ondergetekende het over heeft, en niet-fietsers zullen het leren begrijpen aan de hand van dit boek. Een parel, hors catégorie.

Details Non-fictie
Koersen naar het diepste zelf
Copyright afbeeldingen: Michael Blann
Uitgeverij: Lannoo
Aantal pagina's:
256