Michaël Zeeman, 'Zo las hij, zo leefde hij: verzamelde necrologieën'

De kunst van het dode

Een kunstenaar die te maken krijgt met een negatieve kritiek over een van zijn werken kan zich troosten met het gezegde ‘dat er voor een criticus nog nooit een standbeeld werd opgericht’. Enkele uitzonderingen daar gelaten klopt dat ook: de kunst van het afbreken of het bejubelen van een bestaande creatie is helemaal geen kunst, maar een vaardigheid, een ambacht die men al doende in de vingers krijgt. Slechts enkelingen weten het genre van de kritiek te verheffen tot een literair product. Van dergelijke individuen worden essays of ander journalistiek werk postuum dan bijvoorbeeld gebundeld, en voor die mensen verschijnt eventueel een necrologie in het betere dagblad. Michaël Zeeman was zo iemand, en onder de titel ‘Aan mijn voormalig vaderland’ werd een resem van zijn publicaties een jaar na zijn overlijden bij De Bezige Bij uitgebracht.

Inmiddels is er ook ‘Zo las hij, zo leefde hij’. Dat zijn woorden die Zeeman zelf in de mond nam aan het eind van zijn lofrede voor de pas gestorven August Willemsen, die bovenal zal worden herinnerd als eloquent Pessoa-vertaler. Dit boek verzamelt een twintigtal dergelijke ‘afscheidsredes’, in het vak ‘necrologieën’ genoemd. Maarten Asscher, die de teksten samenbracht en er een inleiding bij schreef, stipt aan dat het genre in ons taalgebied nooit evenveel bijval heeft genoten als elders het geval is. Zo hebben de grote internationale kranten soms een speciaal iemand in dienst die, bij het overlijden van een belangrijk persoon, de geschikte man of vrouw moet zien te vinden om de lezer van het sterfgeval in kwestie te informeren. In België en Nederland blijkt er echter zelden ruimte voor dergelijke levensoverschouwende artikels, waardoor het voor ons niet evident is het genre naar waarde te schatten.

Het schrijven van een necrologie laat zich in niets vergelijken met het neerpennen van een standaard kritiek. De tekst moet immers aan heel wat vereisten voldoen. Zo moet het artikel, meestal gelimiteerd tot ongeveer duizend tekens, de lezer voldoende informeren over wie de persoon precies was en wat hij of zij heeft betekend. Daarnaast dient de auteur te weten wat meer dan wel minder belangrijk is om aan te stippen binnen dit leven. Daarnaast verwacht de lezer uiteraard ook een persoonlijke insteek, als het ware details die aangeven dat de journalist een echte vertrouwdheid heeft met de persoon waarover hier wordt geschreven.

Michaël Zeeman gold, toen hij zelf in 2009 veel te vroeg kwam te overlijden, als een van de meest complete intellectuelen van zijn generatie. Dat laat zich voelen in deze meer dan twintig afscheidsteksten, die het louter informatieve met het grootste gemak overstijgen. Vanaf de eerste woorden van de necrologie omtrent Elias Canetti tot en met de laatste emotionele over Martin Bril laten de stem horen van iemand die zich met passie aan de literatuur heeft gewijd.

Hoe ver of hoe diep Zeeman kon gaan, wordt echter nooit helemaal duidelijk: de journalistieke code van De Volkskrant, waarvoor Zeeman deze artikelen schreef, vereisten immers dat iedereen een boodschap moest hebben aan de berichtgeving. Precies dat is in de context van deze uitgave jammer, want in tijden waarin heel veel informatie op het internet voor het grijpen ligt, zijn het de inzichten van de kenner waar een geïnteresseerde naar op zoek gaat. Die zijn hier terug te vinden, maar niet in extenso. Hoewel ‘Zo las hij, zo leefde hij’ een aantal interessante en gecondenseerde biografieën te bieden heeft, blijft de lezer dus voor een aanzienlijk stuk op zijn honger.

Details Non-fictie
De kunst van het dode
Bijeengebracht en ingeleid door: Maarten Asscher
Auteur: Michaël Zeeman
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
127