Menselijk, al te menselijk

Offensieve middenvelder Nietzsche

De Arbeiderspers neemt een nobele taak op zich door het verzameld werk van de filosoof met de hamer, Friedrich Nietzsche, nog eens uit te geven. Nietzsche, die je eerder onder de noemer ‘berucht’ kunt plaatsen dan onder ‘gekend’, wekt gemengde gevoelens op. Je hebt de jeugdige denkers die hem te pas en te onpas (menen te) citeren en die dwepen met het radicalisme en de ruwheid van zijn gedachten. En je hebt de conservatieven die zijn denkbeelden niet delen en van mening zijn dat zijn perspectivisme enkel tot nihilisme, decadentie en algemeen verval kan leiden.

‘Menselijk, al te menselijk’ past zogezegd in de middenfase van Nietzsche. Na eerst een trouwe aanhanger van Arthur Schopenhauer en in mindere mate Richard Wagner te zijn geweest, scheurde hij zich in een tweede fase af van zijn leermeesters. Er zaten ongetwijfeld iets te veel christelijke, pessimistische elementen in de gedachten van Schopenhauer, die voor Nietzsche niet door de beugel konden. Dat wil niet zeggen dat hij in ‘Menselijk al te menselijk’ niet meer verwijst naar Schopenhauer, maar wel dat hij zich in zijn schrijfsels distantieert van hem en een andere piste wil betreden. Ook de metafysica (het primaat van de wil) en de semi-boeddhistische oplossingen die de meer romantisch denkende Schopenhauer naar voren schuift, worden afgewezen.

Wat overblijft na Kant en Schopenhauer, is voor Nietzsche duidelijk: enorm weinig zekerheden – om niet te zeggen geen. Met vlijmscherpe pen en met de stootkracht van een – wat anders? - hamer raast hij doorheen de geschiedenis van de intelligentsia om te constateren dat zelfbedrog en pseudo-rationalisme hoogtij hebben gevierd. Medestanders vindt hij in Heraclitus, La Rochefoucault en Giacomo Leopardi. Dit is ook z’n middenperiode omdat hij nog expliciet geen ruimte vindt voor een alternatief buiten een totaal scepticisme en een geïncorporeerde afkeer voor alle autoriteiten. Zijn favoriete pinãta’s: christenen, moralisten en wetenschappers.

Een middenperiode zou je misschien met ‘matig’ kunnen associëren maar de offensieve intensiteit waarmee de auteur argumenteert is indrukwekkend. Het is kort proza dat vlijmscherp fileert en altijd uitdaagt om te denken. Het feit dat de stukjes zo kort en leesbaar zijn (soms nauwelijks drie zinnen), maakt dit één van de meest toegankelijke Nietzsche-boeken. De stukjes verwijzen af en toe naar elkaar en hier en daar valt er wat herhaling op. Maar de grote waarde van het boek zit zonder discussie in zijn tijdloosheid. Al méér dan een eeuw oud, maar veel hedendaagse discussies over objectiviteit, de waarde van religie, democratie en de wijsheid van de massa zie je er naadloos in terugkeren. Elke filosoof uit de 20e eeuw heeft antwoorden moeten zoeken op de vragen die in dit boek kristalhelder gesteld worden. Gratis en voor niks krijg je er nog wat diepmenselijke en scherpzinnige analyses bij. Bref: een steengoed boek dat een plaats in je boekenkast verdient.

Details Non-fictie
Originele titel:
Menschliches, Allzumenschliches
Copyright afbeeldingen: Arbeiderspers
Uitgever: Arbeiderspers
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
570